welzijn & zorg

‘Gewoon meedoen met de samenleving: dat zit in ons DNA’

Duin en Polder: waar personen met een handicap floreren
23.01.2026
Foto's
Jan Locus

De slogan van Duin en Polder in Diksmuide is ‘Meer dan wonen’, en dat maken ze waar. Mensen met een beperking kunnen er wonen, werken of naar het dagcentrum komen. Ze gaan ook aan slag buiten de voorziening. Bovenal wordt ervoor gezorgd dat ieders kwaliteiten tot hun recht komen en worden ingezet om iets terug te geven aan de samenleving.

“We leggen de nadruk leggen op wat onze gasten wel kunnen. Niet op wat ze niet kunnen”, steekt directeur Jürgend Delbarge van wal. “Iedereen heeft kwaliteiten die ze kunnen inzetten om bij te dragen aan de maatschappij. Dat is voor ons erg belangrijk. We krijgen veel geld van de maatschappij. Het is aan ons om dat goed in te zetten: voor onze mensen en als tegenprestatie voor de maatschappij.”

Jobcoach Cindy Pauwels van het Jobbureau dat bij Duin en Polder hoort en Luna Vandergucht geven meteen een mooi voorbeeld van hoe dat vorm kan krijgen. “Ik woon niet in Duin en Polder, maar ik werk er wel”, vertelt Luna. “Ik sta in de bediening van horecaproject Biezoender in het dienstencentrum van Diksmuide. Soep inscheppen en drankjes naar de tafel brengen horen bij mijn taken. En ook: een praatje maken met de mensen.” Luna werkt niet enkel in het dienstencentrum, maar doet nog heel wat andere jobs: “Ik ga mee winkelen om eten te kopen voor het dagcentrum. In de namiddag loop ik mee met Mooimakers. We wandelen en ondertussen rapen we afval op. Dat vind ik leuk, behalve als het koud is.” “Daar krijgen we positieve reacties op. Dat het fijn is dat de straat er weer proper bijligt”, vertelt Jürgend. “Soms is er een week van de Mooimakers, en dan springen alle organisaties eventjes bij. Maar onze mensen doen dit wekelijks, elke maandagmiddag rapen ze veel vuilnis op. Zonder veel tamtam. Voor hen is dat heel gewoon, zonder dat daar een projectweek voor nodig is.”

Woensdagnamiddag gaat Luna mee met de klusjesdienst. “Papier en karton van de school wegbrengen, bijvoorbeeld, of glas naar de glascontainer dragen. Soms zijn er wel zware dozen bij. Werken in Biezoender vind ik het leukste, omdat ik dan kan praten met de mensen.” “We kozen er bewust voor om geen eigen locatie te nemen, maar de locatie van het dienstencentrum te benutten”, vult Cindy aan. “Onze mensen werken er vier dagen per week, met verschillende taken, elk met een eigen planning.”

Oost west, soep best

“Ik denk wel eens dat Luna graag schrijver wil worden”, vertelt Cindy. “Ze helpt mee ons tijdschrift samenstellen en schrijft verhalen. Ze verricht ook kleine schrijftaken: ze verzorgt een welkomstwoord op de krijtborden aan de inkom van het dienstencentrum, en ze is goed in rijmen en dichten. Voor elke soep die hier geserveerd wordt, verzint ze een spreuk om de soep in de kijker te zetten. ‘Oost West, soep best.’ Of ‘na regen komt soep’.”

Win-win-situaties

“We begeleiden met het Jobbureau verschillende doelgroepen”, gaat Cindy verder. “Mensen die in Duin en Polder wonen, mensen die zelfstandig wonen, mensen die bij hun ouders wonen. Het kan een aantal uren of dagen per week zijn, soms bij verschillende werkgevers. We zoeken altijd naar situaties waarbij mensen met een beperking iets kunnen doen waar ze goed in zijn en waar ze de werkgever mee vooruithelpen. En dat niet in speciaal daarvoor voorziene werkplaatsen, maar bij elke reguliere werkgever in Diksmuide of omgeving waar ze nuttig werk kunnen verrichten. De locatie hangt ook af van waar onze mensen wonen, zodat ze zo zelfstandig mogelijk ter plaatse raken. Ze krijgen hulp van ons, maar niet meer dan ze nodig hebben.” “Veel van onze mensen doen echt zinvol werk”, vult Jürgend aan. “Er zijn er die heel graag met kindjes bezig zijn, en die in kinderdagverblijven een handje gaan toesteken om met de kindjes te spelen of te helpen met eten geven. Voor de Gezinsbond hebben we snoepzakjes voor de kindjes gevuld voor Sint-Maarten. Voor de Gezinsbond is dat veel werk, voor onze mensen is dat een zinvolle tijdsbesteding. Dat zijn win-winsituaties.”

Het geheim? Kleinschaligheid

“Het is voor ons echt heel belangrijk dat mensen overal terechtkunnen”, zegt Jürgend. “Soms komt de gemeente ons vragen of we iets kunnen maken in ons houtatelier om hun vrijwilligers te bedanken, en zo zijn onze mensen ook zinvol bezig. Als er soep wordt uitgedeeld, dan helpen we die soep maken. Als er wegwerkzaamheden, en de bewoners moeten met flyers op de hoogte worden gebracht, dan zijn er bij ons mensen die graag wandelen en ondertussen die briefjes in de brievenbussen steken. Ons geheim? De kleinschaligheid. We vormen voor niemand een bedreiging. Voor ons zijn dat geen projecten, het zijn dingen die gewoon op een laagdrempelige manier gebeuren. We hoeven er geen projectsubsidies voor aan te vragen of dikke dossiers voor op te stellen. Het zit in de natuur van Duin en Polder. Het maakt deel uit van ons DNA.”

Wonen volgens karakter

Waar er voor het werk gekeken wordt naar het karakter en de wensen van de gasten, geldt dat ook voor de woonindeling in Duin en Polder. “Vroeger waren er woongroepen van een vijftiental mensen die wat meer begeleiding nodig hadden, en studio’s voor hen die wat zelfstandiger waren”, legt Jürgend uit. “Die groepen waren ingedeeld volgens de aard van de beperking. We hebben nu gekozen om de beslissing van wie waar woont te laten afhangen van het karakter van mensen. Je hebt mensen met een lichte beperking, die opfleuren als ze in groep zijn, en mensen met een zware beperking die veel ondersteuning nodig hebben, maar die toch liever alleen wonen. Als ze zo het beste functioneren, dan komen we daar zoveel mogelijk aan tegemoet. En dat loopt heel goed.”

Draaischijf van het wijkcomité

Duin en Polder heeft vier huizen in Diksmuide, in een woonwijk.  “We voelen ons erg geaccepteerd door de buurt”, zegt Jürgend. “Soms horen we van voorzieningen elders in Vlaanderen dat buurtbewoners een huis voor mensen in een beperking niet graag zien komen. Bij ons is het tegendeel waar: wij zijn zelfs de draaischijf van het wijkcomité geworden. Als er op straat iets gebeurt met een van onze mensen, zou er in andere wijken misschien al snel naar de politie gebeld worden, maar bij ons komen ze even aanbellen om te zeggen wat er aan de hand is. Da’s een veel fijnere manier van werken, zo bespreken we rechtstreeks wat het beste werkt voor iedereen.”

“In onze wijk deden we ooit een kunstproject waarbij we op het pleintje een kunstwerk opbouwden met kunstenaars. Kinderen uit de wijk zijn ons toen de hele week komen helpen. Bij de onthulling van het kunstwerk barstte er een onweer los, en moesten we met de hele wijk schuilen in twee kleine tentjes, dicht bij elkaar. Mensen hebben mekaar daar ontmoet en zeiden achteraf dat het echt leuk zou zijn om vaker samen dingen te doen. Dat legde de grondslag voor ons wijkcomité. We doen elk jaar samen een barbecue en een nieuwjaarsreceptie. Bij die activiteiten is Duin en Polder de trekker. Gewoon fysiek aanwezig zijn in een buurt doet soms dingen bewegen, letterlijk en figuurlijk.”

Vrije tijd en vrijwilligerswerk

“Veel van die activiteiten komen ook voort uit een idee van een bewoner”, vertelt Cindy. “Dat is bij ons ook heel belangrijk. Bewoner kunnen zelf keuzes maken, eigen ideeën inbrengen en ermee aan de slag gaan. Niet alleen over welk beleg ze op hun brood willen of welke kleur van trui ze willen dragen, maar ook hoe ze willen wonen of hoe hun dagbesteding eruitziet. Bij Biezoender zetten we ook in op vrije tijd en vorming. Een collega probeert zes keer per jaar aan te sluiten bij een regulier aanbod. Denk maar aan een proefles yoga. Een eerste keer gaan we mee om te testen, en daarna kunnen ze zelfstandig gaan, als ze willen.” “We proberen zo weinig mogelijk zelf vrije tijd te organiseren,” vult Jürgend aan, “want er is een groot aanbod waarbij we kunnen aansluiten. Vrijwilligers nemen onze mensen al eens mee om te gaan zwemmen. We gaan bowlen of spelen netbal. De gemeente organiseert stoelaerobics waar we op intekenen. Sommigen spelen G-voetbal. Soms gaat het gewoon om iemand die gaat fitnessen en een van onze bewoners komt oppikken.”

Duin en Polder heeft ook een eigen Vrijwilligerspunt, waar vrijwilligers worden gematcht op basis van interesses en kwaliteiten. “Naast heel wat ‘gewone’ vrijwilligers is hier ook een aantal kwetsbare vrijwilligers aan slag”, legt Jürgend uit. “Mensen die na een burn-out stapsgewijs weer aan de slag willen bijvoorbeeld. Dat kan iemand zijn die zegt: ik strijk graag en ik ben niet graag alleen. Die komt dan hier strijken, en drinkt een kopje koffie met de bewoners of andere vrijwilligers. Da’s fijn voor ons en een meerwaarde voor de vrijwilliger. We vinden die meerwaarde voor de vrijwilligers belangrijk. Ze willen misschien buitenkomen, meer contact met mensen leggen, opnieuw structuur brengen in de dag. We doen zelf geen aanbod. We vragen eerst aan hen wat ze zoeken en zoeken dan een match. Dat kan bij ons zijn of in een andere organisatie. Want als je iets moet doen wat je niet graag doet, blijft het niet duren. Of het nu in een betaalde job is of als vrijwilliger.”

Niet op een eiland blijven zitten

Een tiental jaar geleden richtte Duin en Polder een samenwerkingsplatform op in Diksmuide met alle organisaties die met mensen bezig zijn. “We komen drie keer per jaar samen,” vertelt Jürgend, “en elke keer gaan we op bezoek bij een van de organisaties, want we kennen elkaar niet goed. Zonder elkaar te kennen kan je niet samenwerken. We bespreken dan welke samenwerkingen er al geweest zijn en wat de toekomstplannen zijn. Telkens zonder strikte agendapunten, maar iedereen komt buiten met een goed gevoel en nieuwe ideeën. We inspireren mekaar. Vergaderingen bestaan vaak over gezaag en geklaag over wat er misgaat, maar deze vergaderingen verlopen altijd in een positieve en inspirerende sfeer. Als iemand ergens mee zit, kunnen we mekaar bellen, zonder dat er per se een factuur volgt. Als een dienst voor gezinszorg in een gezin komt waar er iemand met een beperking woont, en ze lopen ergens tegenaan, dan bellen ze ons om te vragen hoe wij zoiets aanpakken. Omdat we elkaar kennen, neem je al sneller eens de telefoon. Je belt dan niet naar ‘een dienst’, maar naar iemand die je kent. Dat maakt het makkelijker en persoonlijker. We blijven dus niet op ons eilandje zitten.”

Weg met bezigheidstherapie

“Ooit hadden we een bewoner die gek was op auto’s”, vertelt Jürgend. “Voor hem hebben we een job gevonden in een garage. Op het moment dat de stock met auto-onderdelen aangevuld werd, ging hij langs om alles op de juiste plaats in het magazijn te leggen. Hij wist perfect waar alles lag, en zorgde er heel nauwgezet voor dat de garagisten ook alles teruglegden op de juiste plek. Hij vormde echt een deel van het team. Het beste bewijs is dat hij elk jaar op het personeelsfeest uitgenodigd werd. Onze mensen worden dan ook echt gemist op de werkvloer als ze ziek zijn. Hun taak wordt dan tijdelijk niet uitgevoerd, en dat is dan echt een gemis in de werking van een bedrijf. Dit toont aan dat ze belangrijke en zinvolle taken uitvoeren. Het is niet zomaar bezigheidstherapie, daar willen we echt vanaf. Bezigheidstherapie is wat ons betreft iets van het verleden. We willen deel uitmaken van de maatschappij. We krijgen geld van de samenleving en we doen er iets voor terug.”