
Vlaanderen valt (liefst zo weinig mogelijk)
Mijn zoon Max is een jaar oud en laat zich enthousiast op het zachte vloerkleed vallen. Het is een spelletje voor hem. En die ene keer dat hij zich misrekent en zich echt bezeert, duren de tranen nooit lang. Hij is een soort levende stuiterbal. Een groter contrast met het valrisico op latere leeftijd ken ik niet. Uit recent onderzoek van BE-EMPOWERed blijkt dat één op drie Vlamingen ouder dan 65 minstens één keer per jaar een flinke val maakt.
Bij tachtigplussers gaat het zelfs om de helft. Nog erger: na een ernstige val stijgt de kans op een opname in een woonzorgcentrum met 35%. Dat is niet zomaar een statistiek. Het is een sluipweg richting afhankelijkheid.
Een val is geen groot drama. Tot hij het wel is. Een misstap op de trap, een verkeerde beweging in de badkamer en je hebt er gelegen. Het is vaak niet de val zelf die het zwaarste weegt, maar de schaduw erna: minder bewegen, minder buitenkomen, minder leven. Wat de statistieken niet tonen is de blik van iemand die plots de trap niet meer durft. Het kan nog erger. Valpartijen vormen de tweede belangrijkste doodsoorzaak door onopzettelijk letsel bij 65-plussers.
Vlaanderen moet dus minder vallen, liefst zo weinig mogelijk. Om dat doel na te streven werkte het Expertisecentrum Val- en fractuurpreventie Vlaanderen (EVV) een valpreventieprogramma uit: BE-EMPOWERed. Het programma is succesvol getest in vier eerstelijnszones. Onderzoekster Sara Vandervelde KU Leuven ontwikkelde het programma mee in het kader van haar doctoraat dat ze deze zomer verdedigde.
De deelnemers aan BE-EMPOWERed vonden zelf dat hun fysieke activiteit en valpreventiegedrag verbeterde. Uit het onderzoek van Vandervelde blijkt dat er significante verbeteringen zijn in balans, kracht en beweeglijkheid. Dat resulteerde in een verminderd valrisico van 84%. De kracht van het groepsprogramma zit in het feit dat oudere personen zeven weken lang samenkomen. Sara Vandervelde: “Dat geeft hen voldoende tijd om valpreventiegedrag stap voor stap in hun dagelijkse routine te integreren. Alle deelnemers boekten vooruitgang in spierkracht, evenwicht en mobiliteit.”
We hebben vaak de mond vol over grote hervormingen in de zorg, maar misschien schuilt de echte vooruitgang in zulke kleine, tastbare dingen. Een val die niet gebeurt. Een oudere die zich vrij genoeg voelt om wel naar buiten te gaan. Het zijn stille successen, zonder applaus of filmpjes of Instagram, maar ze maken het verschil tussen afhankelijkheid en autonomie.
Je ziet nooit een val die niet gebeurt. Maar voor wie rechtop blijft, en zichzelf nog eens koffie kan inschenken zonder bang te zijn voor de tegelvloer in de keuken, is dat groot nieuws.
Mijn eenjarige zoon weet nog niet dat leren vallen en opstaan een onderdeel vormt van de opdracht die iedereen tot het eind van zijn dagen naar goed vermogen vervult: het evenwicht bewaren.
Harold Polis