'Het stereotiepe beeld van de dakloze klopt niet'
In Vlaanderen zijn er naar schatting 20.363 mensen dak- en thuisloos, zo blijkt uit de recentste tellingen. Marieka Vandewiele en Lien De Vos vertellen hoe zo’n telling precies in zijn werk gaat en wat we daaruit kunnen leren.
Op 18 oktober 2024 vond de laatste telling dak- en thuisloosheid plaats in Vlaanderen. Al voor het vijfde jaar op rij werd er in een aantal regio’s in Vlaanderen geteld. Ditmaal ging het om de Westhoek, de stad Aalst en de regio KINA (22 gemeenten rond Antwerpen-stad). De telling wordt op vraag van de Vlaamse overheid georganiseerd door het interfederaal Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, vertelt stafmedewerker Marieka Vandewiele. “Aan de jaarlijkse telling gaat een heel proces vooraf. We richten een oproep aan de lokale besturen en de bovenlokale netwerken dak- en thuisloosheid om zich kandidaat te stellen. Ze worden uitgenodigd op een infosessie. Deelnemen aan een telling vraagt een groot engagement van de lokale besturen, dus het is belangrijk om hen uitgebreid te informeren en warm te maken. We hebben een stuurgroep met de VVSG, de Koning Boudewijnstichting, SAM vzw, de Vlaamse overheid, het kabinet, onderzoekers van de KU Leuven en het Steunpunt. Uit de kandidaturen maakt die stuurgroep een selectie. Er volgt een nauwe samenwerking van onderzoekers, lokale coördinatoren en het Steunpunt die de telling maandenlang voorbereiden.”
In de regio Westhoek werd Lien De Vos van Dienstverlenende Vereniging Westhoek aangesteld als coördinator voor de telling. “Tijdens verschillende overlegmomenten met de sociale diensten van de Westhoekgemeenten in 2023, bleek dat het probleem van dak- en thuisloosheid sterk toeneemt in onze regio. Maar in een landelijk gebied als het onze, blijft dit vaak onder de radar. Daarom besloten we ons kandidaat te stellen voor de telling. We mobiliseerden zoveel mogelijk diensten en organisaties en hielden de thematiek maandenlang warm via nieuwsbrieven en infosessies. Met als resultaat dat op de teldag van 18 oktober medewerkers van 46 verschillende diensten uit de Westhoek effectief vragenlijsten invulden over mensen van wie zij weten dat ze dak- of thuisloos zijn. Het gaat om het OCMW, maar ook om buurthuizen, De Lijn, ziekenhuizen, mutualiteiten, de politie en de sociale huisvestingsmaatschappijen.”
Onder de radar
Die brede waaier aan organisaties is nodig, benadrukt Vandewiele. “Dak- en thuisloosheid is vaak weinig zichtbaar. Door zoveel mogelijk diensten te betrekken die – direct of indirect – in contact staan met de verschillende groepen van dak- en thuisloze personen, proberen we ook de mensen te vinden die onder de radar blijven en niet begeleid worden door een OCMW of andere dienst. Het gaat bijvoorbeeld over mensen die bij familie of vrienden verblijven. Ze kunnen gekend zijn bij buurt- of andere verenigingen. Verder heb je mensen die dreigen uit huis te worden gezet. Zij staan wellicht op de radar van de woonmaatschappijen. En dan heb je nog de groep die noodgedwongen langer in een instelling verblijft, zoals een gevangenis, ziekenhuis of psychiatrisch centrum.”
Na vijf jaar van tellingen worden al enkele algemene tendensen duidelijk. “Het stereotiepe beeld van de dakloze als een alleenstaande, verslaafde man is veel te eenzijdig. Zo zijn ook vrouwen (30-40%) en jongvolwassenen (20-25%) ruimschoots vertegenwoordigd. Ruim 30% van de naar schatting 20.363 dak- en thuislozen zijn kinderen en 12% van de getelde volwassenen en kinderen dreigt uit huis gezet te worden.” Dak- en thuisloosheid is bovendien geen typische stedelijk probleem. “Ook op het platteland is het een realiteit. Al zien we wel variatie in de verblijfsituatie. In kleinere gemeenten gaat het vaak om mensen die een instelling verlaten en geen vaste woning hebben. Terwijl we in steden – waar ongeveer de helft van alle dak- en thuislozen verblijven – een groot aandeel personen zien die in de openbare ruimte of de noodopvang verblijven.”
Bovenlokale netwerken
Meten is weten. Dankzij de tellingen kunnen beleidsmakers op alle niveaus gerichter op zoek naar oplossingen om dak- en thuisloosheid te voorkomen. “Nu beschikken we voor de regio Westhoek over een uitgebreid rapport, een eerste nulmeting van dak- en thuislozen en hun profielkenmerken”, vertelt De Vos. “We willen die verder uitdiepen, om een concreet antwoord op de uitdagingen te geven. In samenwerking met onze intersectorale kerngroep en het ruime bovenlokale netwerk dak- en thuisloosheid, zullen we een nieuwe regiostrategie uitwerken. We hopen dat er hiervoor ook Vlaamse financiering zal komen. Wie weet kunnen we vanaf 2030 wel spreken van een Westhoek zonder dak- en thuisloosheid!”
Minister van Welzijn Caroline Gennez denkt intussen na over een nieuw Vlaams Actieplan Dak- en Thuisloosheid. Ze doet dat samen met minister van Wonen Melissa Depraetere. Een zeer goede zaak, vindt Vandewiele. “Er is nood aan een geïntegreerd en interfederaal beleid, over de beleidsdomeinen en bestuursniveaus heen. Armoedebestrijding blijft de sleutel om dak- en thuisloosheid te voorkomen. Er zijn dus op Vlaams en federaal niveau structurele maatregelen nodig om dit preventief aan te pakken.”