Adem doet groeien
Welke rol kan een zorgvoorziening voor mensen met een handicap spelen in een solidaire samenleving? Tijdens een studiedag in december probeerde Adem vzw een antwoord te vinden op die vraag. Hun eigen visie geeft alvast richting. Ze gaan voor een veerkrachtige samenleving die mensen omarmt vanuit gelijkwaardigheid. Een kwaliteitsvol leven voor mensen in verbinding met zichzelf, de ander en de samenleving.
Erik Vanwoensel, directeur van Adem vzw, opende de studiedag met een aantal vragen. “Wat als we niet alleen zorgen voor mensen met een handicap, maar rigide structuren en het eigen gelijk ook durven los te laten? Als we partnerschappen aangaan en samen nieuwe paden verkennen? De weg naar een solidaire samenleving is niet zonder uitdagingen. Groeiende complexiteit van de zorgvragen vereist dat we onze blik breder naar buiten richten. Wat als welzijnsprofessionals niet alleen zorgdragers zijn, maar ook verbinders en veranderaars? Wat als we solidariteit niet alleen op de werkvloer, maar ook in de samenleving zelf laten bloeien?” De toon voor het debat was gezet.
Elke Plovie, onderzoeker burgerschap en participatie aan de UCLL, merkte in gesprekken die ze had met bewoners van Adem en hun context dat ze zich vaak tweederangsburgers voelen die niet echt deel uitmaken van de samenleving. “Dat liep echt als een rode draad door alle verhalen. Hoe de buurt naar hen kijkt, hoe ze in coronatijd over het hoofd gezien werden, hoe we over hun hoofden heen praten over hen in plaats van met hen. Dit zijn maatschappelijke kwesties die collectief behandeld moeten worden, in plaats van altijd een individueel antwoord te willen zoeken.”
Inclusie en individuele zorg
Bea Maes van de academische werkplaats Inclusie en Ondersteuning KU Leuven had het over de vaak grootse programma’s die worden opgezet om inclusie tot stand te brengen. Die hebben hun waarde hebben, maar zijn niet zaligmakend. “Kleinere dagdagelijkse dingen betekenen minstens evenveel”, vond ze. Marc Sevenhant van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap zag het compromis in een combinatie tussen inclusie en individuele begeleiding. “Inclusie is altijd belangrijk, maar het is niet altijd het eerste pad dat bewandeld moet worden. Het moet geen dogma worden waarvoor we alle voorzieningen sluiten.” Ook Annemie Vandersmissen, die als kinder- en jeugdpsychiater aan de slag is in UPC Kortenberg, merkt op dat de-institutionalisering de afgelopen decennia al veel positieve zaken met zich meebracht, maar dat er nog stappen gezet kunnen worden. “Mensen die nog in voorzieningen verblijven kunnen we nog meer in ‘gewone’ leefomgevingen laten wonen, meer in de samenleving in plaats van letterlijk aan de rand. Dat betekent niet dat ze geen individuele zorg meer nodig hebben: het is niet of of, het is en en.”
Elke Plovie benadrukt nog dat we bepaalde zaken in de organisatie van de zorg niet normaal mogen gaan vinden. “Dat er diensten zijn die het wachten op zorg organiseren, diensten die moeten helpen de weg te vinden in de zorg omdat het te ingewikkeld is: dat mogen we niet normaal vinden. En dat is politiserend werken, meerbepaald het doorbreken van wat we normaal zijn gaan vinden. Het zijn aanknopingspunten om verandering in gang te zetten.” “Verandering trigger je door het in de praktijk te doen, niet door abstracte theorie”, vult Bea Maes aan. “Door effectief mensen te ontmoeten, kan je verandering aan den lijve ondervinden.”
Wie helpt wie?
En dat is exact wat de vrijwilligers bij Adem doen. Zij brengen jongeren naar de sportclub, helpen met huiswerk of herexamens, laten samen met hen de hond uit. Jongeren die geen netwerk meer hebben, verblijven anders zeven dagen op zeven in de voorziening. Hun leefwereld wordt niet verruimd en hun zelfvertrouwen en vertrouwen in buitenwereld groeit niet. Op lange termijn kunnen ze kunnen zich nog maar moeilijk openstellen voor nieuwe mensen.
Adem brengt niet alleen hun jongeren en bewoners naar buiten, maar haalt ook mensen van de buurt naar binnen, om letterlijk en figuurlijk op adem te komen. Zo organiseerden ze al een buitenspeeldag op hun terreinen, en zijn er in hun lokalen danslessen voor kinderen van binnen en van buiten de voorzieningen. Ook in de CoderDojo, een programmeerworkshop, konden zowel jongeren ‘van binnen’ als ‘van buiten’ leren samenwerken. De wederkerigheid is belangrijk. Een jongere kan gras maaien bij iemand uit de buurt die dat zelf niet meer zo goed kan of samen met een van de buren van de voorziening de hond uitlaten. En zo wordt het stilaan vager wie precies wie aan het helpen is, en wie wie gelukkig maakt.