welzijn & zorg

Crisis Preparedness Cel maakt zorgsystemen minder kwetsbaar

Crisisvoorbereiding in de zorgsector
25.10.2024
Foto's
Jan Locus

De COVID-19-pandemie heeft wereldwijd duidelijk gemaakt dat gezondheidszorgsystemen kwetsbaar kunnen zijn in tijden van crisis. In Vlaanderen leidde dit tot de oprichting van de Crisis Preparedness Cel (CPC) in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Dit initiatief moet ervoor zorgen dat we beter voorbereid zijn op toekomstige crisissen. Of het nu gaat om infectieziekten zoals COVID-19, milieugerelateerde gezondheidsproblemen, of zelfs cyberaanvallen die een impact hebben op ons gezondheids- en welzijnsbeleid. Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Zorg, blikt terug op de oprichting van de CPC en kijkt vooruit.

De Crisis Preparedness Cel (CPC) werd opgericht in september 2022, in de nasleep van de COVID-19-pandemie. “De CPC is ontstaan uit de lessen die we leerden tijdens de pandemie en heeft als doel om toekomstige crisissen proactief te beheren”, vertelt Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Zorg. “De oprichting van de CPC was geïnspireerd door het besef dat Vlaanderen, net zoals de rest van de wereld, onvoldoende voorbereid was op een crisis van de omvang van COVID-19. Je kunt één keer zeggen dat je het niet wist, maar geen twee keer.”

De CPC richtte zich aanvankelijk op infectieziekten en milieugerelateerde gezondheidsproblemen, zoals de tijgermug en hittegolven. “De cel moest zorgen voor een systematische voorbereiding en preventie in het geval van nieuwe uitbraken of bedreigingen. Echter, met de fusie van het Agentschap Zorg en Gezondheid en het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin tot ons nieuwe Departement Zorg, vond ik dat we ook de rol van de CPC moesten uitbreiden”, aldus Moykens.  “We verlegden de focus naar een breder scala aan potentiële crisissen met een impact op onze gezondheid en ons welzijn, waaronder terreuraanslagen. Denk maar aan wat we meemaakten met de aanslagen in Zaventem en Maalbeek. Ook cyberaanvallen en andere onvoorziene gebeurtenissen kunnen grote gevolgen hebben.”

De evolutie van crisisbeheer

Een belangrijk verschil met eerdere crisissen is de rol van de Taskforce Zorg, die tijdens de COVID-19-pandemie werd opgericht. Deze Taskforce – niet te verwarren met de CPC – bracht CEO's en andere relevante actoren en koepels uit de welzijns- en gezondheidssector samen. Het doel was om participatief leiderschap te stimuleren, zodat gezamenlijke beslissingen werden genomen over prioriteiten in de sector. “Dit model zorgde voor een breed draagvlak en effectieve besluitvorming tijdens de pandemie. De Taskforce Zorg bestaat trouwens nog steeds en blijft elke anderhalve maand bijeenkomen om de vinger aan de pols te houden voor nieuwe ontwikkelingen. In tegenstelling tot de Taskforce Zorg, die werd opgericht als reactie op COVID-19, heeft de CPC een meer structurele en preventieve rol”, legt Moykens uit. “De eerste stappen van de CPC omvatten een grondige analyse van wat we leerden uit de coronacrisis. Deze analyse is gericht op het ontwikkelen van draaiboeken voor toekomstige crisissen, inclusief gedetailleerde plannen voor communicatie en samenwerking. De verspreiding van dergelijke virussen stopt niet aan de grenzen van Vlaanderen, dus ook een goede afstemming tussen lokale, regionale, federale en Europese overheden is van cruciaal belang.”

Strategische stock en multidisciplinariteit

Een van de belangrijkste lessen uit de coronacrisis was het belang van een strategische voorraad beschermingsmateriaal. "Daar is veel over gezegd en geschreven. We hebben nu een strategische stock waarmee onze zorgvoorzieningen in tijden van crisis drie maanden verder kunnen," benadrukt Moykens. “Enerzijds is het zo dat in onze aanbevelingen staat dat onze zorgvoorzieningen normaal gezien zelf een stock moeten hebben waarmee ze minstens een maand verder kunnen. Alleen werd dat door sommigen beter opgevolgd dan door anderen. Deze voorraad zorgt ervoor dat zorgvoorzieningen in tijden van crisis met verstoorde marktwerking zelfvoorzienend zijn, maar ook dat de overheid kan bijspringen wanneer nodig”, aldus Moykens.

“De belangrijkste uitdaging is vooral om minder afhankelijk te worden van de beschikbaarheid van  essentiële materialen in het buitenland. Als andere landen er zelf nood aan hebben, zijn wij afhankelijk van hun prioriteiten. Onze collega's van het Departement Werk en Sociale Economie zouden kunnen bekijken of er hier bij ons geen bedrijven zijn die die uitdaging kunnen opnemen.”

Hoewel we vandaag beter voorbereid zijn dan voor de coronacrisis, blijft de uitdaging groot. “Het zal niet zo lang duren vooraleer er zich een nieuwe crisis aandient, en ik ben er zeker van dat het sneller op ons af zal komen dan veel mensen inschatten,” vertelt Moykens. “Ik ben helemaal niet zeker of het wel een infectieziekte zal zijn. We bereiden ons daar wel op voor, maar daarnaast ben ik ook beducht voor een cyberaanval. We mogen er niet van uitgaan dat het ons niet kan overkomen, want het zou wel eens een gigantische impact kunnen hebben op de werking van het zorglandschap. Je kan nooit alle risico’s op voorhand afdekken. Dat gaat gewoon niet, omdat je niet weet wat er gaat komen. Maar we zijn wel degelijk beter voorbereid. We zijn volop bezig aan het uitwerken van protocollen en draaiboeken zodat alles vlotter zal verlopen. Maar het is en blijft een work in progress.”