Coronamaatregelen goed opgevolgd in sector voor personen met een handicap
Voorzieningen voor personen met een handicap volgden de preventieve richtlijnen en maatregelen om een corona-uitbraak te voorkomen tijdens de eerste en tweede golf goed op. Ze waren ook voorbereid om eventuele uitbraken het hoofd te kunnen bieden. Dat blijkt uit een rapport van Zorginspectie, die bijna 200 zorgaanbieders tussen juni 2020 en maart 2021 doorlichtte.
Gedurende negen maanden in de eerste helft van de pandemie onderzocht Zorginspectie of de geldende richtlijnen en beschermingsmaatregelen in voorzieningen voor personen met een handicap werden nageleefd. Zorginspectie ging ook na of de sector paraat was om uitbraken snel de kop in te drukken. Bijna 200 inspectiebezoeken werden uitgevoerd bij vergunde woonvormen en dagbesteding voor volwassenen en minderjarigen. De inspecties baseerden zich op observaties, documenten (zoals dossiers, procedures, richtlijnen en draaiboeken) en gesprekken met verschillende medewerkers.
Veel aandacht voor preventieve maatregelen
Uit deze inspecties – die aangekondigd gebeurden om de veiligheid van zorggebruikers en personeel te kunnen garanderen – blijkt dat de preventieve maatregelen op vlak van handhygiëne, gebruik van mondmaskers, onderhoud en alertheid voor COVID-19 symptomen goed werden opgevolgd. Meermaals per dag de handen wassen, maakte overal deel uit van de routine van zowel zorggebruikers als medewerkers. En er werd voldoende alcoholgel voorzien. Voorzieningen bleken ook alert om ruimtes voldoende te ventileren en verluchten.
Wel was er hier en daar nog verbeterpotentieel bij het aanbieden van instructies om de handen te wassen of het voorzien van aangepaste vuilbakken die niet met de hand moesten worden bediend. Ook droeg meer dan één op de vier geïnspecteerde medewerkers nog juwelen aan handen of polsen. Bijna één op de vier geïnspecteerde medewerkers droeg bovendien geen kledij met korte mouwen, wat niet in lijn is met de basisvereisten voor een strikte handhygiëne in de zorg.
Plan van aanpak: vaker kamerisolatie, minder cohortering
Voorzieningen bleken ook een aanpak en plan klaar te hebben voor het geval er corona zou uitbreken. In 93% van de gevallen zou de isolatie van besmette gebruikers snel en adequaat gerealiseerd kunnen worden door middel van contactdruppelisolatie op de eigen kamer, al zouden sommige zorggebruikers dan wel inboeten op vlak van levenskwaliteit. Niet alle bewoners hebben immers een eigen kamer en persoonlijke kamers zijn niet altijd voldoende uitgerust voor kamerisolatie. Bovendien laat de problematiek van de bewoners die manier van isoleren niet altijd toe.
De meerderheid van de voorzieningen gaf aan niet in te zetten op cohortering in de eigen leefgroep of een aparte afdeling. Het vaakst werd aangegeven dat er dan onvoldoende begeleidend personeel zou zijn dat ’s nachts exclusief toegewezen zou kunnen worden aan de cohorteafdeling (13,6%). In mindere mate zou er onvoldoende begeleidend personeel overdag (6,8%) beschikbaar zijn, of logistiek personeel (7,5%) dat exclusief kan worden toegewezen aan de cohorteafdeling.
Volgens Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, die ook de Vlaamse Taskforce voor corona leidt, kan die keuze ook verklaard worden doordat de zorg voor personen met een handicap vaak al georganiseerd is in kleinere leefgroepen. “Hoewel ook deze sector helaas niet van corona gespaard bleef, konden grote uitbraken daardoor beter worden voorkomen en beperkt.”
Veiligheid versus normaal leven
Uit het rapport blijkt ook dat er inspanningen zijn geleverd om een evenwicht te zoeken tussen veiligheid enerzijds en enigszins normale leefomstandigheden anderzijds. En dat ondanks de ingrijpende maatregelen die een weerslag hadden op de sociale contacten van de bewoners. Voor de veiligheid van de bewoners speelde hun leven zich voornamelijk af in de bubbel van de eigen leefgroep of woning, maar konden ze mits specifieke afspraken wel gebruik blijven maken van gemeenschappelijke ruimtes zoals ontspannings- of snoezelruimtes. Bezoek was ook grotendeels nog mogelijk – hetzij onder strikte voorwaarden, die grotendeels werden opgelegd door de overheid. Er werd ook steeds getracht een (aangepast) dagprogramma te blijven voorzien. Hoe deze alternatieven ervaren werden door de gebruikers, werd tijdens deze inspecties niet onderzocht.
Karine Moykens spreekt zich positief uit over de bevindingen van Zorginspectie. “Dit rapport toont aan dat er ondanks moeilijke, steeds veranderende omstandigheden grote inspanningen werden geleverd om de gezondheid van personen met een handicap zoveel mogelijk te beschermen. Er is steeds gezocht naar creatieve oplossingen om kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning te kunnen blijven bieden.”
Volgens James Van Casteren, administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), bevestigt het onderzoek de vaststellingen van het agentschap. “Gedurende heel deze periode zagen we voorzieningen bereid om in vaak moeilijke en niet vanzelfsprekende omstandigheden voortdurend te schakelen en rekening te houden met de noden van de personen met een handicap. Personeel gaf zich voor de volle 100%.”