Erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik krijgt duurzaam perspectief
De Vlaamse Regering heeft op de laatste ministerraad van 2020 een besluit goedgekeurd dat de erkennings- en bemiddelingscommissie voor historisch misbruik een permanent karakter geeft. De doelstelling van deze commissie is om slachtoffers in de eerste plaats de steun en erkenning te geven die zij verdienen voor het leed dat hen werd aangedaan.
Dit dossier kent reeds een zekere geschiedenis. Op 2 april 2014 keurde het Vlaams Parlement het voorstel van resolutie goed betreffende de erkenning van de slachtoffers van historisch geweld en misbruik in jeugd- en onderwijsinstellingen in Vlaanderen en het omgaan met geweld in het algemeen. Eén van de aanbevelingen toen was de oprichting van een tijdelijke erkennings- en bemiddelingscommissie. Na een reeks verontrustende getuigenissen over seksueel misbruik in de sportwereld richtte het Vlaams Parlement eind oktober 2017 een bijzondere commissie op die zich boog over de problematiek. Initieel enkel binnen de sportsector, maar na getuigenissen in de cultuursector werd de werking uitgebreid naar andere beleidsdomeinen.
Terwijl de vroegere erkennings- en bemiddelingscommissie maar tijdelijk was en zich enkel richtte tot minderjarigen en enkel in de sectoren Jeugd en Onderwijs, keurde het Vlaams parlement in juli 2018 een decreet goed voor het oprichten van een permanent orgaan dat voor alle slachtoffers van historisch misbruik openstaat. De Vlaamse regering geeft hier nu concreet uitvoering aan en zo krijgt de erkennings- en bemiddelingscommissie voor historisch misbruik een permanent karakter.
De coördinatie van de commissie zal in eerste instantie gebeuren door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Finaal ziet de Vlaamse Regering, vanuit de onafhankelijkheid en neutraliteit van de commissie, een definitieve inbedding van de commissie mogelijk in de Vlaamse Ombudsdienst, het Vlaamse Gelijke Kansencentrum of het Agentschap Justitie en Handhaving. Ondertussen creëert ze met dit besluit een stabiel werkingskader dat conform is aan de visie van de Raad van State en dat volledig aansluit bij het decreet van 13 juli 2018.
De beperking tot ‘institutioneel’ geweld en misbruik wordt met dit besluit opgeheven en verruimd naar alle gezagsrelaties, relaties met gelijken (bv. in de werkcontext) en intrafamiliale context, rekening houdende met subsidiariteit van de commissie. In de eerste plaats zullen de commissieleden een luisterend oor bieden en, als de slachtoffers dat wensen, nagaan welke stappen er gezet kunnen worden om slachtoffers de kans te geven om in contact te komen met daders of met de instelling waar het misbruik plaatsvond, wat in het kader van het verwerkingsproces een belangrijke impact kan hebben.
Slachtoffers konden in contact komen met de commissie via 1712. Omdat de commissie nu een duurzaam karakter krijgt, kan de bekendmaking vanaf 2021 ook ruimer gebeuren.