Sneller hulp voor allerjongsten die uit huis geplaatst worden
Kinderen tot drie jaar die in een onveilige thuissituatie zitten, moeten sneller de juiste hulp krijgen. Nu worden jaarlijks 800 tot 850 jonge kinderen in dergelijke situaties uit huis geplaatst. Bedoeling is dat die kinderen voortaan bij uithuisplaatsingen een garantie krijgen op de juiste zorg.
Ook materniteiten krijgen de opdracht signalen zo vroeg mogelijk op te pikken en indien nodig in te grijpen. Dat staat te lezen in een rondzendbrief van het agentschap Jongerenwelzijn. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) maakt jaarlijks bijna 3 miljoen euro vrij om de plannen te realiseren.
De eerste 1.000 dagen zijn van cruciaal belang voor de ontwikkeling van een kind. Dat toont onderzoek na onderzoek aan. Soms krijgen kinderen in hun eerste levensjaren echter af te rekenen me t een verontrustende thuissituatie, bijvoorbeeld door verslavingsproblemen of intrafamiliaal geweld in het gezin. In zo'n geval kan het voor het kind zelf beter zijn om (tijdelijk) uit dat gezin gehaald te worden. Jaarlijks gaat het om 800 tot 850 kinderen tussen 0 en 3 jaar.
Samenwerking voor zorggarantie
Het is nu de bedoeling om de verschillende betrokken diensten - gaande van de ziekenhuizen, Kind & Gezin, de diensten voor pleegzorg, enzovoort - zo goed mogelijk te laten samenwerken om te zorgen voor zorggarantie voor die uithuisgeplaatste kinderen. Zo is het bijvoorbeeld de bedoeling dat ziekenhuizen, en met name de materniteit, pediatrie en sociale dienst, signalen van mogelijk ernstige problemen kunnen herkennen.
"Zij kunnen dan het lokale team van Kind & Gezin verwittigen dat in overleg met een centraal aanspreekpunt per provincie kan overgaan tot het opstarten van hulp. Het gaat dan om laagdrempelige hulp met een kortdurend verblijf van drie maanden. Op die manier kan er sneller ingegrepen worden en dat is cruciaal", legt Peter Jan Bogaert, woordvoerder van Jongerenwelzijn uit.
Pleegzorg eerste keuze
Bij uithuisplaatsing is en blijft pleegzorg, de opvang in een ander gezin, de eerste keuze. In sommige gevallen is opvang in een pleeggezin niet mogelijk (bv. bij ernstige en acute crisissen, bij een gebrek aan beschikbare pleegouders of wanneer verschillende broers of zussen bij elkaar gehouden moeten worden). In dat geval wordt gekeken naar mogelijke opvang in een voorziening. In ieder geval is het de ambitie om ervoor te zorgen dan 0- tot 3-jarigen niet langer in de crisisnetwerken van de integrale jeugdhulp instromen.
Een uithuisplaatsing duurt in principe drie maanden. Nadien (of al tijdens die periode) wordt gekeken of het kind kan terugkeren of niet. "We bekijken dan met de context, met het gezin, of er opvoedingsondersteuning nodig is en of het kindje opnieuw naar huis kan dan wel of dat er langere opvang in een pleeggezin of residentiële context nodig is", klink het.
Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) voorziet jaarlijks 2,85 miljoen euro voor de plannen. Antwerpen krijgt met 870.000 euro de grootste hap uit dat budget, Limburg met 350.000 euro de kleinste.
(Bron: Belga)