Moedige Moeders, groep voor vrouwen die geweld ervaren van hun kinderen

“Hulpverlening draait vaak om de kinderen. Wij zetten moeders centraal”

Family Justice Centers (FJC) helpen mensen die te maken krijgen met geweld binnen hun gezin. Weliswaar trok naar het FJC Mechelen, dat onlangs startte met de lotgenotengroep Moedige Moeders voor vrouwen die geweld ervaren van hun kinderen. Een gesprek met Lydia en Marjan, twee alleenstaande moeders die slachtoffer werden van hun eigen kind. 

 

Lydia heeft een drugsverslaafde zoon van 27, die haar bedreigde en afperste, en die vanaf april geen teken van leven meer gaf. Marjan heeft een 17-jarige zoon die verslaafd is aan alcohol en drugs, die haar gezin terroriseert en soms wekenlang verdwijnt. 

“Ruben was altijd al een lastig kind”, zegt Marjan. “Als peuter had hij het al heel moeilijk met grenzen en gezag. Hij was wel clever, een kind dat elke week pluimen verdient op school. Toen hij acht was, gingen zijn vader en ik uit elkaar. Vanaf zijn twaalfde begonnen de problemen. Zijn vader, naar wie Ruben enorm opkeek, stond zijn vaderrechten af en wilde zo weinig mogelijk met onze twee zonen te maken hebben. Op de momenten dat hij de kinderen zag, mochten ze alles. Als hij mij zag, kleineerde hij mij. In het bijzijn van de kinderen. Hij deed er alles aan om mijn gezag te ondermijnen. Want ja, thuis zijn er wel bepaalde regels. Ruben kopieerde dat gedrag.”

Geldkoe

“Tom was heel anders als kind”, zegt Lydia. “Hij was een gewone, lieve jongen. Zijn vader, van wie ik scheidde, verhuisde naar Portugal, zijn geboorteland, toen de kinderen klein waren. Ik voedde mijn zoon en dochter alleen op. Tom was rustig, zat vaak achter zijn computer. Hij begon pas uit te gaan op zijn zestiende. Maar toen raakte hij verslaafd aan cocaïne. Eerst had hij een job waarmee hij zijn verslaving kon financieren, maar na een tijd werd hij ontslagen. Vanaf toen zag hij mij als een geldkoe.”

“Tom gaat heel ver om aan zijn gerief te komen. Een van de laatste keren dat ik hem zag, dwong hij mij in mijn auto. ‘Afdokken gij’, zei hij toen. ‘Naar de bank.’ Ik haalde 500 euro af, alles wat er nog op mijn rekening stond. Een paar dagen later vond ik een illegaal wapen in mijn huis. Ik gaf hem aan bij de politie en laat hem sindsdien niet meer binnen. Tom lijkt een vreemde voor mij. Verslaving doet iets heel vies met mensen. Zonder coke wordt hij een beest. ’s Avonds zit ik vaak in het donker thuis, zodat hij niet weet dat ik thuis ben als hij plots aan de deur zou staan. Ik leef in angst: enerzijds voor het moment dat hij aan de deur zal staan, anderzijds dat het slecht met hem afloopt. Tom is al jaren verslaafd, hij ziet er verschrikkelijk uit. Een junk, niet te geloven dat ik hem ooit kerngezond op de wereld zette.”

“Ik leef in angst: enerzijds voor het moment dat hij aan de deur zal staan, anderzijds dat het slecht met hem afloopt” 

Ruben is thuis enorm agressief. “Elk gewoon gesprek kan heftige discussies uitlokken”, vertelt Marjan. “Hij kan als een wilde tekeer gaan. Dan slaat hij om zich heen en stampt gaten in de muren. Hij slaapt ook nauwelijks, typisch voor verslaafden. Heel de nacht hoor ik hem met vanalles bezig. Ik barricadeer mijn slaapkamerdeur om te kunnen slapen. Om aan geld te geraken, dealt hij wiet op school. Of begint hij al zijn spullen te verkopen, zijn schoenen bijvoorbeeld.” 



“Ruben is eigenlijk nooit rustig. Hij wil altijd van huis zijn. Op zijn veertiende liep hij voor het eerst weg. Daar was ik kapot van, ik heb toen dagenlang gehuild. Nu vertrekt hij soms al om vijf uur ’s ochtends naar school. ‘Ik ga een frisse neus halen moeke’, zegt hij dan. Dan hoor ik van mensen dat hij door de stad doolt. Soms komt hij drie weken niet thuis. Dan hoor ik niets van hem.”

Elke moeder voelt zich schuldig

Ook financieel weegt het gedrag van hun zonen zwaar op de moeders. “Tom belandt regelmatig in het ziekenhuis met epilepsieaanvallen, de facturen voor ambulances en dergelijke komen bij mij terecht. Zijn medische kosten wil ik blijven betalen, maar ik wil niet langer opdraaien voor andere schulden”, zegt Lydia. Marjan knikt. “Dat begrijp ik maar al te goed. Ruben gebruikt vaak het openbaar vervoer, maar betaalt nooit. Ik draai op voor al zijn boetes.”

“Ik kom zelf uit een redelijk arm gezin”, vervolgt Marjan. “Mijn moeder was ook alleen. Ze zorgde goed voor ons, maar we hadden het niet breed. Op mijn achttiende ging ik met mijn moeder mee werken de fabriek. Ik wilde heel graag verder studeren, maar dat was absoluut geen optie. Ik wilde mijn kinderen zo graag een andere toekomst geven. Ik geef hen alle kansen. Maar ik word bij de schooldirectie geroepen omdat mijn zoon drugs verkoopt aan veertienjarigen, of omdat hij niet komt opdagen. Neem van mij aan dat dat geen gesprekken zijn waar je naar uitkijkt.” 

“Ik ben te streng: omdat ik niet wil dat mijn minderjarig kind in huis rookt en hij door de week om tien uur thuis moet zijn”

Onderneemt de school dan geen actie? “Toch wel, maar als moeder word je zo vaak met de vinger gewezen. Bij hulpverleningsinstanties hoor ik al heel mijn leven dat ik overdrijf als ik zeg dat ik me zorgen maak over de alcohol- en drugsproblemen van mijn kind. ‘Elke puber doet dat weleens’, hoor je dan. Scholen voeren psychologische gesprekken met Ruben, maar daar houdt het op. Ik krijg voortdurend te horen dat ik te streng ben: omdat ik niet wil dat hij in huis rookt, omdat ik wil dat mijn minderjarig kind door de week om tien uur thuis is. Normale regels in mijn ogen, maar ik krijg steeds het advies om mijn grenzen te verleggen. Elke moeder voelt zich schuldig als haar kind problemen heeft. Instanties wakkeren dat schuldgevoel soms nog verder aan. Bij Moedige Moeders werd ik zelf eindelijk eens gehoord. Voor het eerst ging het ook over mij.”

Ook Lydia voelt zich schuldig over de problemen van Tom. “Ik was misschien niet streng genoeg, misschien wilde ik zijn problemen in het begin niet zien. Maar ik deed wat ik dacht dat goed was, ik zie mijn kinderen heel graag. Nog steeds, ondanks alle ellende.”

“Als mijn zoon zou bellen vanuit de afkickkliniek, ben ik de eerste die daar zal staan”

“Hij liet zich eerder al eens opnemen, maar liep er na een paar dagen weg. Ik wou dat er een plek bestond waar ik hem een jaar kon laten opsluiten zonder drugs, waar hij eindelijk clean kan worden. Overal zijn de wachtlijsten enorm en wordt er heel veel motivatie verwacht van verslaafden. Ik begrijp dat, maar verslaafden doen alles om hun verlangen in te lossen. Tom zei me dat hij het heeft opgegeven. Dan sterf je wel een beetje als moeder. Ik heb heel erg met hem te doen. Dat weet hij, en dat gebruikt hij ook tegen mij. Ik besef dat hij zelf de beslissing moet nemen om zich te laten behandelen, maar ik heb het gevoel dat hij daarvoor de kracht niet heeft. Ik zal er zijn voor hem vanaf de dag dat hij echt iets aan zijn verslaving wil doen. Op het punt waar we nu staan, weet ik niet hoe ik hem kan helpen. Ik ben totaal machteloos.”

Hoop

Marjan is haar vertrouwen in de meeste hulpverlening kwijt. “Ik zie het niet meer zitten. Ruben heeft ook aangegeven dat hij niet meer thuis wil blijven wonen, en ik was daar opgelucht om. Mijn leven staat al jaren stil. Ik heb alles geprobeerd: crisishulp aan huis, centra voor leerlingenbegeleiding (CLB), … Maar niemand in ons gezin is gelukkig. We bekijken nu of Ruben begeleid zelfstandig kan wonen, in afwachting daarvan wil ik dat hij bij zijn vader intrekt. De situatie is niet meer houdbaar en ik heb nog een kind om voor te zorgen.”

“Ik kijk uit naar het moment waarop mijn zoon vertrekt, zodat ik verder kan met mijn leven”

“Weet je wat erg is?”, vervolgt Marjan. “Dat ik droom van een toekomst zonder Ruben. (krijgt het moeilijk) Ik voel mij daar enorm schuldig over, ik vind het heel erg om dat te zeggen. Maar ik kijk uit naar het moment dat er weer rust komt en we allemaal verder kunnen met ons leven. Ruben zal thuis nog altijd welkom zijn en mag blijven eten wanneer hij maar wil, maar heel ons gezin hoeft niet meer om hem alleen te draaien. Ik heb een fantastische vriend, die mijn kinderen ook altijd heel graag heeft gezien, maar waarmee ik door alle problemen met Ruben nooit heb samengewoond. Ik heb een oude vakantiefoto van hem en mijn vriend, van toen Ruben acht was. Hoe die twee op die foto staan, dat is wat graag zien betekent. Naar die foto kijk ik alle dagen. Het is mijn mooiste herinnering.”

“En ja, ik ben ook bang voor de toekomst. Ruben is bijna achttien, wat gaat hij aanvangen met zijn leven? Dat wordt een pingpongbal zonder controle. Maar ik moet loslaten, voor mezelf en voor hem. Graag zien is ook loslaten; hij moet zelf ervaren hoe de wereld werkt.”

Durft Lydia dromen van de toekomst? “Ik leef van dag tot dag. Maar elke dag met hoop. Dat hij belt om te zeggen dat hij wil afkicken, dat hij clean is.” 

Eén op de tien gezinnen 

“Oudermishandeling is een problematiek die we vaak zien”, zegt Leen Muylkens, medewerker van het Family Justice Center in Mechelen. “14% van alle aanmeldingen gaan over ouders die geweld ervaren van hun kinderen.” Experts schatten dat één op de tien gezinnen ermee te maken krijgt. 

“Wij zagen een aantal overeenkomsten tussen de verschillende aanmeldingen: vaak gaat het over alleenstaande moeders en hun (bijna) volwassen zonen, die meestal nog thuis wonen en problemen hebben met drugs”, vervolgt Muylkens. “Daarom richtten we de lotgenotengroep Moedige Moeders op. Zo kunnen we deze vrouwen niet alleen tips geven, maar hen ook met elkaar in contact brengen, zodat ze zien dat er nog mensen zijn die hetzelfde meemaken. Zo kunnen ze hun verhalen delen en ook van elkaar leren.”

“Mensen hebben het vooral nodig om gehoord te worden. Deze moeders maken zelf heftige dingen mee en kampen met schuldgevoelens. Ze worden vaak slachtoffer van hun goede bedoelingen. Hulpverlening draait begrijpelijk vaak om de kinderen, maar wij wilden met Moedige Moeders de vrouwen centraal stellen. Hoe gaan zij om met het geweld in hun gezin? Hoe kunnen zij hun grenzen bewaken?”

“Deze moeders maken heftige dingen mee. Ze worden vaak slachtoffer van hun goede bedoelingen”

“De vrouwen die deelnamen aan Moedige Moeders reageerden heel positief. Daarom plannen we in het najaar nieuwe sessies voor moeders.” 

Of zonen en andere gezinsleden ook welkom zijn? “Met Moedige Moeders richten we ons enkel op moeders,” zegt Muylkens, “maar de algemene werking van het FJC richt zich wel op alle betrokkenen: slachtoffers en geweldplegers, met bijzondere aandacht voor de kinderen. We dromen ervan ons inhoudelijk aanbod nog verder uit te breiden, zodat we lotgenotengroepen kunnen aanbieden voor alle leden van het gezin.”

Family Justice Centers in Vlaanderen

“Een Family Justice Center biedt zelf geen hulpverlening”, zegt Muylkens. “Wij coördineren: gezinnen die te maken hebben met intrafamiliaal geweld moeten bij ons één keer hun verhaal doen. Wij brengen verschillende hulpverleningsdiensten (OCMW, scholen, CLB, politie, justitie, …) samen rond de tafel om deze gezinnen zo goed mogelijk te ondersteunen. Wij zijn ondersteunings- en verbindingspersonen. Daarnaast richten we wel bepaalde projecten op, zoals Moedige Moeders. We plannen in het najaar ook een lotgenotengroep voor vrouwen die cliënt zijn of waren bij het FJC en te maken kregen met geweld in hun gezin.”

Vlaanderen telt intussen vier Family Justice Centers: in Antwerpen, Hasselt, Turnhout en Mechelen. FJC Mechelen bestaat sinds mei één jaar. FJC Antwerpen was in ons land pionier en bestaat sinds 2012. 

Lydia, Marjan, Tom en Ruben zijn schuilnamen. 

Foto's
Bob Van Mol
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.