Langer thuis met dementie dankzij huisarts

Interview met Jan De Lepeleire

Op 1 oktober 2015 organiseren het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de provincie Vlaams-Brabant een studiedag over de zorg voor thuiswonende personen met dementie en hun mantelzorgers. Professor Jan De Lepeleire zal het hebben over de rol van de huisarts bij de vaststelling, behandeling en het leven met dementie. Wij kregen een voorsmaakje.

Steeds meer wordt duidelijk dat de huisarts in de verschillende stappen in het dementieproces een belangrijke rol kan spelen. “Die rol heeft niet in elke fase dezelfde invulling of intensiteit, maar het is belangrijk ze als huisarts steeds op te nemen”, vindt professor De Lepeleire.

Detectie

“De huisarts zit op de juiste plaats om te detecteren dat er een probleem is. Verschillende statistieken van het Riziv en de gezondheidsenquête tonen aan dat de contactfrequentie met oudere mensen vrij hoog is in ons land. Daardoor heeft de arts de kans veranderingen op te merken. De arts speelt hier een rol in de fase waar er nog geen hulpvraag geformuleerd wordt, waar er misschien wel al symptomen zijn, maar nog geen duidelijke klachten. Spontaan zullen mensen hun klachten eerst wat op de achtergrond houden, door ontkenning of door het taboe dat nog steeds op het onderwerp rust. Een huisarts kan door te observeren veel leren over de evolutie van zijn patiënt, die info is ook relevant voor de verdere fases, zoals de diagnose.”

Diagnose

“De huisarts laat de diagnostische knoop beter over aan de specialist omdat je de materie genoeg in de vingers moet hebben om een goeie differentiële diagnose te maken. Maar alle info die er al is, het functioneren van de patiënt is zeer waardevol voor die specialist. Daar ligt voor de huisarts de taak om zoveel mogelijk info door te spelen. De diagnose is en blijft belangrijk voor de behandeling, welk type medicatie je kan geven, welke evolutie je kan verwachten. We willen vooral de reactie tegengaan dat je aan dementie toch niet veel meer kan doen.”

Behandeling

“De behandeling van dementie is vaak een geheel van behandelingen. Net omdat het om oudere mensen gaat is er dikwijls sprake van co-morbiditeit. Buiten dementie zijn er nog andere ziekten aanwezig en moeten er behandelingen ingesteld worden die op elkaar afgestemd zijn. Daar staat de huisarts alweer op een unieke positie om beslissingen te nemen. Elke specialist zal zeggen dat zijn behandeling van belang is. Het is aan de huisarts om daar keuzes in te maken, net omdat hij over dat unieke overzicht beschikt. Tijdens de behandeling moet er ook aandacht zijn voor de niet-medicamenteuze behandeling. Zo is er de zorgdiagnose. Na de diagnose moet er gekeken worden naar de situatie. Heeft iemand nog een inwonende partner, familie, mantelzorger? Twee personen met dezelfde diagnose, kunnen toch op een andere manier behandeld worden afhankelijk van de situatie, daar is diezorgdiagnose dan ook cruciaal.”

Zorg voor mantelzorgers

“Wanneer de mantelzorger het opgeeft, zakt het hele systeem in elkaar. Dat kunnen we niet genoeg benadrukken. Eigenlijk zal je als arts 20% van je tijd en energie besteden aan de dementerende persoon en 80% ervan zal naar de mantelzorger gaan. Zelfs als de bereidheid er is bij de mantelzorger, is dat nog geen garantie dat alles zal lukken. Ook wanneer een patiënt opgenomen wordt, speelt de mantelzorger nog een rol. Want hij is het die op bezoek komt, dingen vaststelt en eventuele achteruitgang ziet. Bij deze mensen gebeurt emotioneel ook heel wat. Het is dus van groot belang dat de huisarts ook deze mensen ondersteunt en opvolgt. Monitoring is een constante voor de huisarts. Hij ziet kantel- of sleutelmomenten en reageert.”

Aan de slag

“Deze lessen over dementie geven we aan onze studenten huisartsgeneeskunde. We plaatsen de lessen in een grotere reeks over de chronische patiënt. Ons argument is als je de zorg voor een dementerende goed in gang kan zetten en in gang houden, dan kan je dat voor iets anders ook. De zorg voor de dementerende is juist omwille van de directe gevolgen van dat cognitief deficit extra grote moeilijkheidsgraad. Er zijn een aantal principes of kaders die je in het oog moet houden als arts.”

Samenwerken en integratie

“Je kan het niet alleen als huisarts. Er is steeds een samenwerking nodig van thuisverpleging, bejaardenhulp, kinesisten, maatschappelijk werkers en nog een heleboel andere mensen. De huisarts hoeft niet alles zelf op te lossen, maar kan mensen wel wegwijs maken en de juiste hulp aanreiken. Daar komt uiteraard ook de integratie en uitwisseling van gegevens opsteken. Hoe meer hulpverleners toegang hebben tot de juiste en recente gegevens, hoe beter. Een basiskenmerk voor elke huisarts is het tijd

ig anticiperen. Daarmee bedoelen we niet dat we met z’n allen aan doemdenken moeten doen, maar een huisarts kan het verdere verloop van de ziekte inschatten. We mogen het ethische kader niet vergeten. Hoe je kijkt naar mensen, de visie die je hebt op ouderen, zal bepalen hoe je met deze mensen omgaat. Onze samenleving vergeet vaak dat mensen met dementie wel nog een wil kunnen hebben, al is dat soms beperkt. De diagnose dementie mag niet gelijkstaan aan ‘jij kan niets meer beslissen’.”

Vroegtijdige zorgplanning

“Een huisarts kent zijn patiënten vaak al jaren en kan een vermoeden hebben van wat ze wensen. Toch is het belangrijk het er tijdig over te hebben. Ikzelf ben er toch van geschrokken wat mijn eigen moeder nog belangrijk vond toen haar gezondheidstoestand achteruitging.” (online richtlijnen zijn te vinden via www.pallialine.be)

De technologie kan helpen

“Op vlak van technologie is er heel wat aan het veranderen. Een van de grote problemen dat vaak miskend wordt bij personen met dementie is supervisie. Een MS-patiënt die motorisch niet uit de voeten kan, kan met de huidige technologie eigenlijk heel ver komen, zolang die patiënt cognitief goed is. Dat is het probleem met mensen met dementie en bijvoorbeeld alarmsystemen. Wanneer ze niet meer beseffen dat ze of hoe ze moeten drukken, dan is er een probleem. Zo kunnen personen met dementie langer thuis blijven dan vroeger, al was het maar gewoon camera’s waarmee je online kunt kijken wat er aan de hand is. De jonge generatie artsen voelt zich aangesproken, maar veel van die dingen zijn nog onvoldoende gevalideerd. We hebben studenten aan het werk gezet om apps te testen om te kijken wat de meerwaarde ervan is. De meeste apps helpen het objectief en de diagnostiek niet veel verder.”

>> Jan De Lepeleire is professor aan de KU Leuven in huisartsgeneeskunde en spreekt op 30 oktober op het congres Langer thuis met dementie. 

Foto's
Jan Locus
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.