kinderen & jongeren

"Zo'n kamer voelt als een vergeetput"

Ervaringsdeskundige Abou-Bakr over vrijheidsbeperkende maatregelen in de jeugdzorg
24.01.2025
Foto's
Jan Locus

Abou-Bakr Schots bracht bijna tien jaar door in de jeugdzorg. Zijn traject voerde hem langs verschillende leefgroepen, kleinschalige voorzieningen en gesloten instellingen. Die jaren hebben een blijvende indruk op hem gemaakt, vooral door zijn ervaringen met vrijheidsbeperkende maatregelen, zoals afzondering en fixatie.

In instellingen en gesloten voorzieningen werd Abou-Bakr regelmatig afgezonderd. Hij omschrijft de ervaring als een mengeling van boosheid, verwarring en machteloosheid. “Je begrijpt niet wat er gebeurt. Je wordt plots in een kamer gezet, helemaal alleen, waar niemand je hoort.” Voor hem voelde de afzonderingskamer niet als een plek van rust, maar als een ruimte waar hij werd weggezet. “Zo’n kamer voelt aan als een vergeetput, alsof je letterlijk wordt weggeduwd.”

Hoewel deze maatregelen niet bedoeld zijn als straf, ervoer Abou-Bakr het vaak wel zo. “Bijna elke keer dat ik in een afzonderingsruimte belandde, was dat omdat ik iets had gedaan wat volgens de begeleiding niet kon.” Sommige ervaringen blijven bijzonder scherp in zijn geheugen staan, zoals de nacht dat hij vastgebonden in bed lag. “Ik mocht er niet uit, zelfs niet om naar het toilet te gaan. Alles om me heen werd gecontroleerd, zelfs via een camera, maar ik mocht niet los. Dat gevoel van machteloosheid blijft hangen. Zelfs een hond in een kooi had meer vrijheid dan ik op dat moment.”

Voorkomen is beter

Terugkijkend ziet Abou-Bakr dat veel situaties anders hadden kunnen verlopen. “Ik moest vaak op mijn kamer blijven omdat ik ‘te druk’ was in de groep. Maar de afzondering hielp niet. Het zorgde er juist voor dat ik vol spanning zat. Als ik dan eindelijk uit mijn kamer mocht, moest ik die spanning meteen ontladen.”

“Er waren zoveel manieren waarop begeleiders incidenten anders hadden kunnen aanpakken, zowel op het moment zelf als in de aanloop ernaartoe. Het vraagt echter meer inspanning om jongeren dagelijks naar buiten te laten gaan en actief te begeleiden, dan hen simpelweg op hun kamer te laten zitten.” De inrichting van voorzieningen speelt daarbij ook een rol. Veel instellingen maken gebruik van prikkelarme kamers om rust te bieden, maar volgens Abou-Bakr missen die vaak hun doel. “Ze zijn kaal, met vier muren en alles klinkt als een echo. Je zit daar alleen met je gedachten, en dat maakt je alleen maar onrustiger.”

De rol van relaties

De band tussen begeleiders en jongeren is volgens Abou-Bakr cruciaal in hoe vrijheidsbeperkende maatregelen worden ervaren. “Maatregelen zoals fixatie en afzondering zijn bedoeld om te de-escaleren, maar zorgen er in de praktijk net voor dat situaties escaleren. Van zodra een begeleider zei dat ze me gingen afzonderen dacht ik meteen: ‘Nee, dat ga ik niet toelaten.’ En werd het een strijd.”

Toch zag hij dat het anders kon. “Er was één begeleider met wie ik wel een goede band had. Hij kwam alleen naar me toe en zei rustig: ‘Kunnen we even praten?’ Dat maakte een groot verschil. Voor het eerst liep ik vrijwillig mee naar een afzonderingskamer. Niet omdat ik dat fijn vond, maar omdat ik respect had voor hem en onze band niet wilde schaden.”

Voor Abou-Bakr is dat het bewijs dat een persoonlijke aanpak het verschil kan maken. “Als je een jongere gaat afzonderen of fixeren, moet het echt de allerlaatste optie zijn. Laat zien dat je alles hebt geprobeerd en dat je dit doet om te helpen, niet om te straffen.”

“Ga zelf eens in een isolatiekamer zitten”

Abou-Bakr hoopt dat zijn ervaringen beleidsmakers en hulpverleners aan het denken zetten over hoe vrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast. “Ik zou willen dat zij zelf eens in zo’n afzonderingsruimte gaan zitten. Niet voor vijf minuten, maar voor een half uur. Voel hoe het is om daar te zijn, zonder controle, zonder afleiding. Pas dan begrijp je echt wat jongeren ervaren.”

Vrijheidsbeperkende maatregelen hebben een grote impact op jongeren, maar ook op de zorgverleners die ze moeten uitvoeren. Hulpverleners werken vaak onder hoge werkdruk, met beperkte middelen en weinig personeel. In deze omstandigheden worden keuzes soms gemaakt uit noodzaak, niet uit onwil. Het gebrek aan tijd en middelen maakt het moeilijk om altijd preventief te werken of een persoonlijke aanpak te bieden. Toch is de negatieve impact ervan op jongeren onmiskenbaar.

Vandaag woont Abou-Bakr zelfstandig in Genk. Hij werkt samen met Cachet, een organisatie die jongeren uit de jeugdzorg een stem geeft. “Bij Cachet hoef ik niets uit te leggen. Iedereen weet wat een leefgroep is, wat een time-out betekent. Dat schept meteen een band.” Met zijn verhaal hoopt Abou-Bakr bij te dragen aan een menselijkere jeugdzorg. “Vrijheidsbeperkende maatregelen hebben een enorme impact. Als mijn verhaal helpt om ze minder vaak en bewuster in te zetten, is dat al een stap vooruit.”