'Wat mij betreft bemoeien we ons veel te weinig met de buren'

22 jaar Child Focus

Child Focus, de stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, bestaat al bijna even lang als Weliswaar. De ngo ontstond in de nasleep van de affaire-Dutroux en ijverde voor een betere samenwerking tussen politie en justitie. Child Focus wil ervoor zorgen dat kinderen die verdwijnen sneller worden gevonden en dat ouders van vermiste kinderen nooit meer alleen staan. Vandaag wil de organisatie kinderen ook veilig leren internetten en wil ze online misbruik in de eerste plaats voorkomen. 

In 1989 ondertekende België als een van de eerste landen het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Negen jaar later werd Child Focus boven de doopvont gehouden en sloot het een protocol af met de overheden rond verdwijningen en seksuele uitbuiting van kinderen. “Het kostte tijd om als ngo onze rol duidelijk te maken, maar gaandeweg zijn we daar zeker in geslaagd”, zegt directeur Heidi De Pauw. “Elk jaar verdwijnen er kinderen, maar doorheen al die jaren zijn er slechts 20 dossiers die niet werden afgesloten omdat het kind nog niet gevonden werd. Natuurlijk zijn dat er 20 te veel, maar toch is dat weinig, zeker in vergelijking met andere landen. In België worden de meeste verdwijningen vrij snel opgelost. Dat komt doordat er nu een goede samenwerking is tussen de Cel Vermiste Personen van de gerechtelijke politie, justitie en Child Focus.”
Onder de radar
Wie aan Child Focus denkt, denkt aan verdwijningen en posters. “Dat is ons zichtbare werk, maar 90% van ons werk gebeurt onder de radar. We verspreiden opsporingsberichten, maar we doen veel meer dan dat”, vertelt Heidi De Pauw. “We zetten bijvoorbeeld ook heel erg in op preventie van seksuele uitbuiting, online en offline, en we bieden pedagogisch materiaal en vormingen aan. In een aantal rechtszaken rond mensenhandel stelt Child Focus zich ook burgerlijke partij. Enerzijds doen we dat om het grote publiek te sensibiliseren, anderzijds om minderjarige slachtoffers – die bij kinderporno vaak niet gekend zijn – een stem te geven. En als we opsporingsberichten verspreiden, doen we dat lang niet altijd met een brede campagne. De meeste berichten verspreiden we lokaal en gericht. Wat je ziet in de media, is slechts het topje van de ijsberg.” 
Weglopers
Maar liefst 65% van de verdwijningen die Child Focus behandelt, betreft weglopers. Afgelopen jaar  behandelde Child Focus bijna 1.000 wegloopdossiers. “We zien heel veel kinderen die weglopen van problematische thuissituaties. Daarnaast verdwijnt één op de vier weglopers uit een voorziening. Hulpverlening levert goed werk, maar er zijn nog knopen in het systeem, er is te weinig doorstroming naar de juiste diensten. Als een kind gevonden wordt, wordt het vaak terug in eenzelfde voorziening geplaatst omdat er nergens anders plaats is. Er wordt ook te weinig samen met deze kinderen naar oplossingen gezocht, waardoor ze meerdere keren weglopen. Kinderen zelf worden te weinig gehoord.* Hun stem zou veel meer moeten doorwegen”, meent Heidi De Pauw.


Ook niet-begeleide minderjarige vluchtelingen verdwijnen vaak in ons land. In 2019 behandelde Child Focus 319 dossiers, maar volgens de Dienst Voogdij, die zelf ruim 800 verdwijningen registreerde, ligt het effectieve aantal nog een stuk hoger. “We weten dat deze kinderen meestal niet in België willen blijven, dat ze op doorreis zijn naar een ander land waar al familie is. Als zo’n kind hier verdwijnt, wordt vaak gedacht dat het zijn plan wel zal trekken. Voor een tienjarig Afghaans kind wordt niet hetzelfde gedaan als voor een tienjarig Belgisch kind”, zegt De Pauw. “Maar zulke kinderen zijn juist erg kwetsbaar: ze spreken onze taal niet, ze hebben hier geen vangnet. Voor Child Focus is een kind een kind. En elk kind dat vermist wordt, moet worden gevonden.” 

Ontvoering door familie

Ook internationale ontvoeringen door ouders komen behoorlijk vaak voor. In zulke dossiers probeert Child Focus te bemiddelen en met beide ouders tot een oplossing te komen. In 2019 ging het om bijna 500 dossiers. 
Daarnaast waren er het afgelopen jaar negen meldingen van ontvoeringen door een ‘gekende derde’, vaak een ouder of familielid zonder ouderlijk gezag. Child Focus werd in 2019 slechts drie keer gecontacteerd voor een poging tot ontvoering door een ongekend persoon. Dus dé nachtmerrie van ouders – dat hun kind door een onbekende wordt weggeplukt– komt gelukkig heel erg weinig voor. 

Ongure types

“Ook kindermisbruik gebeurt vaak door familie of door bekenden”, zegt De Pauw. “Mensen denken bij kindermisbruikers vaak aan ongure types met lange jassen, maar we moeten echt af van dat idee. Het zijn ‘gewone’ mensen zoals je buurman of je buurvrouw die zulke feiten plegen, en griezelig genoeg komt het meeste misbruik binnen gezinnen voor; helaas heeft lang niet elk kind in ons land een veilige thuis. Toen de lockdown werd afgekondigd, heb ik dan ook een paar nachten niet geslapen. Ik voelde me machteloos door het besef dat er kinderen waren die thuis niet weg konden en vanalles moesten doorstaan, en niemand die daar weet van had of zich met hen ‘bemoeide’. Want wij Vlamingen zijn heel erg op onszelf. Als we iets horen bij anderen, denken we al snel dat we ons moeien. Maar wat mij betreft bemoeien we ons veel te weinig met de buren.”  

Andere wereld

Afgelopen twintig jaar veranderde de wereld. Is het internet voor Child Focus een vloek of een zegen? “Er is online kindermisbruik en door het internet kunnen kinderen met iedereen in contact komen. Daarom moeten we kinderen en jongeren veilig leren internetten. Daar willen we de komende jaren met Child Focus meer dan ooit op inzetten”, zegt Heidi De Pauw. “Maar langs de andere kant worden opsporingsberichten online snel en massaal verspreid op momenten dat tijd cruciaal is, waardoor vermiste kinderen makkelijker gevonden kunnen worden. Bijna alle ouders hebben nu ook een gsm met foto’s van hun kinderen bij de hand, vroeger moesten we nog op zoek naar foto’s en moesten we die nog inscannen. Daardoor ging veel kostbare tijd verloren.”
En wat de komende jaren? Waar zet Child Focus nog op in? “We willen dat elk kind minstens één vertrouwenspersoon heeft bij wie het terechtkan. Weglopers sleuren soms jarenlang een geheim mee, dat weegt zwaar op een kind. Als elk kind bij één iemand terecht zou kunnen, zou er al wat leed voorkomen kunnen worden”, meent De Pauw. “En daarnaast blijft Child Focus altijd hopen voor de kinderen die tot op vandaag nog niet werden gevonden: kinderen als Liam Vanden Branden, Nathalie Geijsbregts en Gevriye Cavas. Zulke langdurige verdwijningszaken proberen we altijd onder de aandacht te houden. Want samen met de ouders blijft Child Focus altijd hopen.” 

* Bram Antheunis, beleidsmedewerker voorzieningenbeleid van het agentschap Opgroeien reageert op deze uitspraak van Heidi De Pauw en vult aan dat een jongere die wegloopt telkens een signaal is dat ter harte wordt genomen.“Het ‘weglopen’ wordt individueel besproken met de jongere. Het waarom en het hoe maakt deel uit van het begeleidingstraject. Het is belangrijk dat waar mogelijk breuken in de hulpverlening worden vermeden. Daarom wordt er soms gekozen voor heropname. Zo wordt vermeden dat de jongere op een nieuwe plek opnieuw moet investeren in het opbouwen van relaties met andere jongeren en hulpverleners. Bij een heropname wordt ook steeds rekening gehouden met de stem van de jongere”, reageert Bram Antheunis. “Bovendien willen we graag in overleg gaan met Child Focus om te bekijken hoe hun expertise rond weglopen en verdwijningen hierbij ingezet kan worden.”

 

Foto's
Belga Image
Tags
150