Minderjarigen in een politiecel of in de volwassenenpsychiatrie

Omvang van het probleem moeilijk in te schatten

Jongeren die van hun vrijheid beroofd worden, zijn kwetsbaar. Toch zijn er geen cijfers beschikbaar van hoe vaak jongeren in een politiecel of in de volwassenenpsychiatrie terechtkomen. Er is ook veel onduidelijkheid over hoe jongeren in die situaties kunnen terechtkomen, en op welke juridische basis dit kan gebeuren. Dat maakt het moeilijk om tot een structurele oplossing te komen voor dit probleem.

De onderzoekers verduidelijken het wettelijk kader, de aard en de omvang van de situaties en de manier waarop de verschillende sectoren samenwerken om minderjarigen met complexe problemen in crisissituaties te beschermen.

Wettelijk kader

Er is pas een specifiek wettelijk kader voor vrijheidsberoving van minderjarigen als een jongere voorgeleid wordt voor de jeugdrechter en deze beslist dat de jongere verder aangehouden wordt. Voor een arrestatie en bestuurlijke aanhouding gelden de algemene regels, ongeacht de leeftijd. Als het gaat om minderjarigen in een verontrustende situatie in de periode voordat een rechter een beslissing neemt, is er zelfs sprake van een hiaat in de wetgeving.

Het aanbod aan plaatsen waar jongeren kunnen opgenomen worden in een vrijheidsbeperkend regime, blijkt heel breed niet altijd transparant. Ook de toegangswegen zijn erg uiteenlopend. Bij gebrek aan reguliere vrijheidsbeperkende plaatsen, komt het voor dat jongeren terechtkomen op ongeschikte plaatsen, zoals een politiecel of in de volwassenenpsychiatrie.

Aard en omvang

Er bestaan geen nationale cijfers over jongeren die overnachten in een politiecel of in de volwassenenpsychiatrie. Op basis van cijfers van verschillende politiezones bleek het ook onmogelijk om een volledig zicht te krijgen op de omvang van de problematiek. Ook kunnen minderjarigen in verontrustende situaties in de cijfers niet onderscheiden worden van de jongeren die een als misdrijf omschreven feit (MOF) gepleegd hebben.

Ongeveer de helft van de hoogdringende gerechtelijke opnames van jongeren komt terecht in de volwassenenpsychiatrie. Bij niet-hoogdringende situaties is dit maar 6%. In noodsituaties komen jongeren dus minder makkelijk op de juiste plaats terecht.

Het blijkt dus moeilijk om een zicht te krijgen op het tekort aan plaatsen, of op de omvang van het probleem. Dat maakt het moeilijk om het beleid dat jongeren in de toekomst beter moet beschermen vorm te geven.

Samenwerking

De samenwerking tussen de verschillende sectoren (politie, justitie, zorg) botst op grenzen. De nood aan opvang wordt meestal in eerste instantie gevoeld door de politie. Zij gaan na in hoeverre de jongere mogelijk in de thuiscontext kan overnachten, of nemen contact op met het crisismeldpunt. Als dat geen opvang oplevert, staat politie met de rug tegen de muur als dit zich ’s avonds of ’s nachts afspeelt. Op die momenten is het moeilijk om een jongere te laten opnemen in een voorziening. Buiten de kantooruren wordt de noodzaak tot ‘beveiliging’ ook ingeschat door mensen die minder expertise hebben als het op minderjarigen aankomt. Opname in een cel of de psychiatrie is dan een laatste redmiddel.

Voorzieningen geven aan dat ze binnen hun capaciteit en soms met wat extra inspanning nagaan of ze jongeren kunnen opnemen, maar dat er grenzen bestaan. Volgende situaties kunnen bijvoorbeeld belemmerend werken: als de jongere in kwestie de dynamiek in de leefgroep mogelijk in gevaar brengt, er een risico op weglopen bestaat, de jongere agressie vertoont, de jongere niet gemotiveerd is of de voorziening geen begeleiding kan geven. Voorzieningen hebben wachtlijsten en willen vermijden dat ze zich engageren voor instroom terwijl ze aan hun lot overgelaten worden als het op door- of uitstroom van deze jongeren aankomt.

De ‘celslapers’ vormen een klein deel van de jongeren, maar hun hulpvragen blijven onbeantwoord, en hun problemen verergeren. Hierdoor worden ze steeds minder welkom in voorzieningen. Het is pas wanneer de problemen heel erg complex worden dat er ultieme maatregelen genomen worden en de jongere uiteindelijk toch beschermd wordt. Op dat moment is de jongere vaak

Aanbevelingen

Het aantal situaties waarin naar noodoplossingen gezocht moet worden is misschien relatief beperkt, maar ze vragen toch aandacht. Daarom formuleren onderzoekers een aantal aanbevelingen:

  • Creëer een duidelijke wettelijke basis voor de vrijheidsberoving van jongeren in verontrustende situaties.
  • Bekijk of de leeftijdsgrens van 15 jaar om te kunnen worden opgenomen in de volwassenenpsychiatrie kan worden opgetrokken tot 18 jaar.
  • Ontwikkel een systeem om beter zicht te krijgen op de plaatsen in voorzieningen die feitelijk beschikbaar zijn, ook al zijn ze formeel ingenomen.
  • Zorg voor opleiding voor het personeel in de omgang met interne crisissen.
  • Baseer een meer algemeen preventie- en reactiebeleid ten aanzien van weglopers uit instellingen op onderzoek naar de oorzaken, noden en behoeften.
  • Ga in de praktijk bij weglopers individueel na wat de oorzaken zijn, zoek het meest geschikte antwoord hierop en ga er tijdig mee aan slag.
  • ...

Dit is slechts een kleine selectie uit de aanbevelingen in het rapport. Je kan het volledige onderzoeksrapport en de lijst met aanbevelingen nalezen op de website van het Steunpunt WVG.

Dit onderzoek werd uitgevoerd door het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Onderzoeker: Elke Roevens. Promotoren: Johan Put en Stefaan Pleysier.