'Ik word pijn gedaan en wil dat het stopt'

Ook als kind kan je op hulp rekenen

“Ik ben Sietse, ik ben 11 jaar. Ik bel jullie want ik word pijn gedaan en wil zo graag dat het stopt. Kunnen jullie me helpen?” Bij de hulplijn 1712 voor geweld, misbruik en kindermishandeling gaat de meerderheid van de oproepen over kindermishandeling. Hulplijn 1712 vraagt blijvende aandacht voor kinderen en jongeren zelf, en start daarvoor in de krokusvakantie een nieuwe campagne. 

“In een ideale wereld heeft elk kind één of meer vertrouwenspersonen, bij wie het altijd terecht kan. De belangrijkste boodschap in deze campagne voor kinderen is: doet iemand je pijn? Praat erover. Praat met iemand die je steunt en die je vertrouwt, zoals je ouders, je grootouders, je leerkracht, jeugdleider of sportbegeleider, of naaste familie, zoals je nonkel of tante. En als je denkt dat je niemand hebt, is er 1712.”
Met deze campagne wil de hulplijn 1712 extra aandacht vragen voor kinderen. Zij zijn een heel kwetsbare groep en staan juridisch zeer zwak. Vaak ondergaan kinderen fysiek, emotioneel en seksueel geweld waarbij zij de dader meestal kennen tot zelfs heel goed kennen. Dat maakt het extra kwetsend én tegelijk ook lastiger om erover praten. “Kinderen moeten in eerste instantie terechtkunnen bij iemand die hen steunt”, zegt Annemie Claesen, coördinator van 1712. “Is die er niet, om welke reden ook, dan blijft het belangrijk dat ze weten dat er iemand naar hen zal luisteren, informatie en advies zal geven, en als dat niet volstaat, hen wil begeleiden naar professionele hulpverlening. Kortom, 1712 vraagt extra aandacht voor kinderen. Zij moeten altijd ergens terechtkunnen met hun vragen over geweld. Kinderen mogen er nooit alleen voor staan, iemand zal hun verhaal ernstig nemen. Daarbij zeggen we neen tegen elke vorm van geweld,  fysiek, emotioneel of seksueel. Gekwetst worden en pijn gedaan worden is niet normaal. Dat is het nooit.”
In 2017 kwam slechts 3% van de oproepen bij hulplijn 1712 van kinderen en jongeren zélf.  “Kinderen die te maken krijgen met geweld, hebben het zwaar en zoeken graag in eerste instantie steun bij een vertrouwd iemand”, verklaart Annemie. “Vaak is het een brug te ver om het zelf naar buiten te brengen. Via deze campagne nodigen we daarom ook volwassenen uit om steeds hun verantwoordelijkheid ten aanzien van kinderen op te nemen. Stellen zij vast dat een kind gepest, gekleineerd, gekwetst of gericht pijn gedaan wordt? Of hebben ze een vermoeden van geweld, dan vragen we hen dat serieus te nemen. Met de campagne willen we die boodschap aan kinderen en aan volwassenen meegeven. Daarom blijven we herhalen dat elke burger gratis en anoniem de hulplijn 1712 kan contacteren bij vragen over geweld. Intussen kunnen professionele hulpverleners, zoals CLB-medewerkers of leerkrachten, rechtstreeks terecht bij een CAW of Vertrouwenscentrum Kindermishandeling met hun bezorgdheid of bij vermoeden van kindermishandeling. Steun is geen overbodige luxe.”  
Vooral emotioneel geweld
Opvallend is dat in 2017 maar liefst 62% van de meldingen over kindermishandeling ging. De meeste van deze meldingen kwamen van ouders of stiefouders. In 90% gaat het over geweld in het kerngezin, vooral emotioneel geweld en verwaarlozing. Vernedering en verwaarlozing zijn moeilijk te objectiveren vormen van geweld, maar zijn zeker minstens even pijnlijk als een blauwe plek. Het is dus zéér terecht 1712 hiervoor te contacteren.
“Bij de hulplijn 1712 beantwoorden professionele hulpverleners de telefoon, mail en chat. Toch zijn er verschillen tussen de hulpverlening aan volwassenen of aan kinderen. Die laatsten mogen nooit de (impliciete) boodschap krijgen dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor wat er gebeurt of zou moeten gebeuren. Bovendien is geduld cruciaal: kinderen bellen vaak éérst met andere, vrij banale vragen. 1712-medewerkers voelen dan wel dat er meer aan de hand is en zullen eerst vertrouwen moeten winnen. Maar soms vraagt een kind naar een directe oplossing zonder dat de betrokken volwassene daar weet van krijgt. Zo’n oplossing ligt niet meteen klaar. Het vraagt een omzichtige aanpak om hierin ook het kind niet te verliezen.”
Luisteren, informatie en advies, wegwijs naar de juiste hulpverlening
Maar wat gebeurt er nu eigenlijk concreet wanneer bij 1712 een oproep over kindermishandeling binnenkomt? Claesen legt uit dat er drie belangrijke stappen zijn. “Het begint altijd met actief luisteren. De medewerker probeert op die manier samen met de oproeper de vraag duidelijk te krijgen. Hoe duidelijker die is, hoe adequater de informatie die gegeven wordt. Daarbij toetsen de hulpverleners af wie uit de directe omgeving van het kind kan helpen, welke risico’s er zijn, welke zaken nog goed gebeuren, welke afspraken kunnen gemaakt worden en wie die opvolgt. 1712-medewerkers hebben een zeer goede kennis van de sociale kaart en kunnen dus gericht doorverwijzen. Dat maakt deel uit van stap drie: toeleiding naar gespecialiseerde hulp. Bij kindermishandeling is dat vaak één van de Vertrouwenscentra.”


Hulplijn 1712 schakelt geregeld de hulp van een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in, vertelt Kristof Desair, directeur van het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling. “Dat gebeurt gemiddeld een tiental keer per week. Het gaat dan altijd over situaties waarbij het 1712-team inschat dat het risico voor het kind groot is. Een concreet voorbeeld: stel dat een buurvrouw naar 1712 belt omdat ze verontrust is door het nachtelijke geroep en geschreeuw van de buurkindjes. Eerst zal de 1712-medewerker bekijken wat die dame zelf kan doen. Als de oproep vervolgens wordt doorgegeven aan een Vertrouwenscentrum, gaat dat ermee aan de slag. Er wordt contact opgenomen met het gezin in kwestie of eventueel de school, het CLB of een huisarts. Vaak zijn meldingen anoniem en zullen we dus niet meteen het gezin contacteren. Dan kunnen we bijvoorbeeld bij het CLB polsen of zij zich ook zorgen maken. Indien niet, zorgt dat toch voor een verhoogde alertheid.”
Geen beschuldigende houding
Uiteraard zal een gezin niet altijd opgetogen reageren, wanneer het geconfronteerd wordt met een vraag van een vertrouwenscentrum. “Maar wij vinden het heel belangrijk om geen beschuldigende houding aan te nemen”, vertelt Desair. “We zullen mensen wel confronteren, maar altijd met de bedoeling om hulp te bieden en oplossingen te zoeken. Enkel als de omgeving van het kind geen enkele bereidheid toont om samen te werken, kunnen we doorverwijzen naar het parket en de jeugdrechtbank. Maar ook dan is het niet de bedoeling om mensen te straffen. De veiligheid van het kind is altijd onze hoogste prioriteit.”
Een nieuwe campagne rond kindermishandeling is volgens Desair zeker een goede zaak. “Het is belangrijk dat kinderen weten dat 1712 bestaat én dat de samenleving hiermee het signaal uitstuurt dat elke vorm van geweld en misbruik ontoelaatbaar is. 1712 investeerde eerder al in een meer kindvriendelijke website, wat de toegankelijkheid zeker ten goede komt. Maar ik lig niet wakker van het lage percentage kinderen en jongeren dat zelf naar 1712 belt of mailt. Het beste scenario blijft dat kinderen hulp vinden in hun directe omgeving, 1712 zou enkel een laatste redmiddel mogen zijn. Bovendien is het niet evident voor kinderen om hun eigen situatie onder woorden te brengen. Meestal zijn het volwassenen die bij 1712 melding doen van mogelijke kindermishandeling, omdat zij verdachte signalen oppikken, zoals letsels bij een kind of vreemd gedrag van ouders.” Aan 1712 wordt nu chatdienst voor kinderen en jongeren toegevoegd, iets wat volgens Desair wel zinvol kan zijn. “Het is zeker een kanaal dat kinderen en jongeren meer gebruiken, dus in die zin is het een goede uitbreiding voor 1712. Maar de rol van de hulplijn blijft dezelfde. Dat betekent dat we geen verkeerde verwachtingen mogen creëren. Het kan niet de bedoeling zijn dat een kind dat 1712 contacteert, van een kale reis terugkomt.”
Burgers zijn alerter
Of kindermishandeling nu afneemt of net niet, daarover durft Desair geen uitspraken te doen. “Daarvoor is er te weinig regelmatig onderzoek. Bovendien is het concept ‘kindermishandeling’ de voorbije jaren sterk geëvolueerd: een vechtscheiding of een pedagogische tik zouden destijds nooit onder die noemer zijn gevallen. Nu weten we dat de impact daarvan zeer groot kan zijn. Maar we zijn zeker vragende partij voor meer prevalentie-onderzoek, zodat we een beter beeld krijgen van hoe vaak kindermishandeling voorkomt.” Wél zeker is dat burgers alerter zijn geworden. “Het hoge percentage oproepen bij de hulplijn 1712 rond kindermishandeling zegt genoeg. Ook de politie krijgt trouwens meer vragen dan vroeger. Het maatschappelijk draagvlak stijgt, maar het kan zeker nog groeien. Als we daarin investeren, is dat een groot cadeau voor de volgende generaties. Bij professionele hulpverleners wordt veel verwacht van de Kindreflex,” vertelt Desair. “Met dat instrument kunnen hulpverleners die vooral met volwassenen werken, altijd controleren of er eventueel ook kinderen betrokken zijn. De Kindreflex werd oorspronkelijk in Nederland ontwikkeld, onder de naam Kindcheck. In Vlaanderen werd de Kindreflex in het najaar van 2018 geïmplementeerd in de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen. Maar ook hier moeten we goed waken over de impact: hulpverleners moeten bekwaam genoeg zijn om hiermee om te gaan, en bovendien moet het ook resulteren in actie. De jeugdhulp moet goed uitgerust zijn om al die extra vragen aan te pakken.”

Terug naar de nieuwe campagne van 1712. Om zoveel mogelijk jongeren aan te spreken, wordt die mee gedragen door enkele ambassadeurs, zoals Céline Verbeeck van de Ketnetreeks Nachtwacht en Amir Motaffaf, bekend van de Ketnetreeks 4eVeR. “Ik wil kinderen en jongeren de boodschap geven dat ze zich goed in hun vel mogen voelen en dat ze niet moeten opgeven op moeilijke momenten", zegt Amir. "Weet dat er mensen zijn die naar je luisteren. Door deze campagne voelen jongeren zich hopelijk serieus genomen. ‘Trek het je niet aan’, zeggen volwassenen te vaak. Dat voelt niet juist. Geen enkel kind of jongere zou pijn mogen lijden, of dat nu mentaal of fysiek is. Ik ben actief bij kinderen betrokken, onder meer op het online platform TikTok. Daar zie ik veel pijn. Ik hoop dat ik hen kan tonen waar ze terechtkunnen, zodat het goedkomt en ze zich mentaal weer sterker voelen.”

www.1712.be

Foto's
Jan Locus - Robby De Puydt

Reactie toevoegen