Fatime vluchtte als kind uit Kosovo. Nu ondersteunt ze zelf kwetsbare gezinnen

8 april is Wereld Roma Dag

Fatime is 26, en vluchtte als kind uit Kosovo, weg van de oorlog. Nu werkt ze voor Kind en Gezin, als ondersteuner van kwetsbare gezinnen, waar haar Roma-roots soms als troef van pas komen. Journaliste Kaatje De Coninck tekende haar sterk verhaal op voor Flair. 

Fatime (26): "Ik kom uit Kosovo, ben moslima en heb Roma-roots. De Heilige Drievuldigheid. (lacht) Ik zou alle vooroordelen en kansen tegen me moeten hebben, maar ik heb hard gevochten, tegen het systeem, tegen de verwachtingen, en vandaag ben ik trots op waar ik sta. Vanuit die positie hamer ik bij andere ouders op het belang van onderwijs. Hoe belangrijk het is dat ze hun kinderen al naar het kleuteronderwijs sturen, zodat ze niet met een achterstand aan hun schoolloopbaan beginnen. Ik ben het levende bewijs dat wij ook kansen kunnen krijgen en grijpen en niet veroordeeld zijn tot de lagere jobs."



Mishandeld

"Je moet weten: Roma worden overal uitgesloten. Zo word je een overlever, en vormen we een gesloten gemeenschap die weinig buitenstaanders of hulpverleners vertrouwt. Mijn nonkel vertelde verhalen over een leerkracht die hem om boodschappen stuurde. Als hij dat deed, zou ze hem er wel doorlaten. Het is niet ondenkbaar dat een Romakind in een Balkanland mishandeld wordt op school. Waarom zou een ouder zijn kind hier dan wel naar school sturen? Waarom zou het hier anders zijn? Tot de dag van vandaag ken ik veel families die verzwijgen dat ze Roma zijn, uit schrik om anders behandeld te worden. Die context probeer ik aan scholen mee te geven."

Sterker maken

"Ik werk nu 2,5 jaar bij Kind en Gezin. Verpleegkundigen en gezinsondersteuners werken altijd in tandem: dat betekent dat we kwetsbare gezinnen samen opvolgen en bezoeken. Vaak moeten er delicate zaken besproken worden zoals ouderschap, hechting, opvoeding, de gezinssituatie. Als we merken dat er meer sociale begeleiding nodig is, gaan we op zoek naar partners zoals de buurtstewards en het OCMW, die samen met ons het gezin kunnen ondersteunen. We zien vooral maatschappelijk kwetsbare gezinnen: vluchtelingen, Roma-gezinnen, maar ook autochtone gezinnen in armoede. Soms is een babbeltje met een mama die het moeilijk heeft genoeg. Soms moet ik tientallen brieven en aanmaningen voorlezen en vertalen, steun zoeken bij het OCMW, voedselhulp regelen, meegaan naar een oudercontact... Mijn job gaat heel, heel breed. De bedoeling is dat we de gezinnen zo sterk maken dat ze dat op den duur zelf kunnen."

Gevoeliger voelsprieten

"Je moet wel wat feeling hebben om bij een gezin binnen te komen en problemen aan te kaarten. Soms zijn ze in het begin wantrouwig. Het helpt dat je dan kan vertrekken vanuit je eigen ervaring, je rugzak. Bijna iedereen die werkt als gezinsondersteuner heeft zo’n verhaal. Onze voelsprieten staan gevoeliger afgestemd. Je denkt: Toen ik in die situatie zat, welke hulp had ik dan graag gehad? Ook voel ik aan welke culturele verschillen kunnen spelen en welke impact die kunnen hebben op kind en ouder. Ik heb bij m’n sollicitatie niet gezegd dat ik Roma was. Ik wilde geen discriminatie, positief of negatief. Toevallig kreeg ik de post in Sint-Niklaas, waar een grote Roma-gemeenschap woont. Collega’s waren verbaasd toen ik het vertelde, maar bij mijn gezinnen is het vaak een voordeel: als ik hen aanspreek in het Romanès, de Roma-taal, zien ze me als een van hen. Ik word makkelijker aanvaard dan andere hulpverleners."

Overvol bootje

"Ik kom uit Pristina, in Kosovo. Toen de oorlog uitbrak, is ons gezin in 2000 naar België gevlucht. We hadden niks meer. Het meeste hadden we achtergelaten, al ons geld was opgebruikt om de tocht naar hier te betalen. Wat we meehadden, was onderweg overboord gegooid omdat er te veel mensen op de boot zaten, en onze familie was verspreid over heel Europa. En dan stap je uit de trein, in Geraardsbergen, en blijk je daar de enige familie met een kleurtje te zijn. Als ik de foto’s zie van de vluchtelingen vandaag… Ik wéét hoe dat voelt. Niemand laat zomaar zijn familie en vaderland achter."

Rare mensen, die Belgen

"Mijn vader was verpleger, maar zijn diploma was hier niets waard. Probeer dan maar een job te vinden, als je de taal niet kent. In Kosovo bestaat papierwerk amper. Dan is Vlaanderen schrikken hoor! Ik herinner me nog na een jaar hier dat ik een brief van de kinderbijslag moest voorlezen aan mijn vader. En wat moet er hier?, vroeg hij. Ik weet het niet, zei ik, amper acht, er staat dat je een hand moet tekenen? Ik begreep niet wat een handtekening was. We hebben daar dan de omtrek van het hand van mijn broertje op getekend. Die Belgen zijn toch rare mensen, zei mijn vader. (lacht) Mijn zus en ik startten in het eerste leerjaar en moesten ons plan trekken. Terwijl elke dag een kruisteken maken voor ons moslims onbegrijpelijk was! Vandaag is er meer begeleiding, maar ik wéét waar je op botst, als vluchteling. Vandaag kan ik die achtergrond inzetten om een verschil te maken."
Foto's
Thomas Legrève

Reactie toevoegen