‘Als NAFT-begeleiders zijn we kritische medestanders van jongeren, school en CLB’

NAFT in de praktijk

In de regio Zuid-West-Vlaanderen werken verschillende organisaties samen om NAFT aan te bieden. Anoushka Bultinck (Aura) en Koert Rottiers (Ligand) leggen uit hoe zij praktisch te werk gaan. “NAFT is geslaagd als iedereen met opgeheven hoofd tot een gezamenlijke beslissing kan komen.”

In de regio Zuid-West-Vlaanderen hebben vier organisaties de handen in elkaar geslagen om NAFT op maat van elke jongere te voorzien. Al die organisaties hadden een bestaande werking voor jongeren met moeilijkheden op school, die ze hebben omgevormd tot een NAFT-werking. Zo bood Ligand vroeger korte time-outs, herstel en trajecten rond klasdynamiek aan. Aura was gespecialiseerd in persoonlijke ontwikkelingstrajecten. Groep Intro bood langere time-outs en voortrajecten aan en CAW Zuid-West-Vlaanderen/Aktractie had ook een aanbod met voortrajecten. Het was een hele uitdaging om die bestaande werking te vertalen naar NAFT, vertelt Anoushka Bultinck (Aura). “We hebben een aantal van onze workshops, zoals ‘Rots en Water’, kunnen behouden, en daarnaast bieden we individuele begeleiding en een programma op maat. Jongeren kunnen onder meer een stage volgen. Ons doelpubliek is wel enorm veranderd: vroeger waren dat bijna uitsluitend jongeren uit het deeltijds onderwijs, nu bieden we trajecten aan voor alle jongeren tussen 12 en 25 jaar. Zelf begeleid ik nu ook veel jongeren uit het buitengewoon onderwijs. Er is dus een grote vertaalslag nodig geweest.”

Als er nu een aanmelding binnenkomt via het CLB, dan bekijken de vier organisaties samen wie die- het best aanpakt. “Dat eerste telefoontje is cruciaal”, vertelt Koert Rottiers (Ligand). “Dan stellen we al veel kritische vragen: wat is het probleem, wat is er wél nog mogelijk, is er al gepraat met de jongere zelf? Als we een aanmelding krijgen over een jongere die de verbinding met de school dreigt te verliezen, dan zijn er vaak onderliggende problemen. Een slechte dynamiek in de klas bijvoorbeeld, of een moeilijke relatie met de leerkracht en de directie. Tijdens dat eerste gesprek proberen wij de vraag al goed uit te zuiveren. En we gaan na of er een maximale betrokkenheid is van de school en het CLB. Iedereen moet echt samenwerken. In principe gaan we op elke aanvraag in. We gaan er zelfs prat op dat we altijd binnen de maand in actie schieten, bij ons geen wachtlijsten. De voorwaarde is wel dat die betrokkenheid er is. De leerling in kwestie moet van de school nog een eerlijke kans krijgen, anders heeft NAFT weinig zin.”

Delicate zoektocht

NAFT start met een rondetafel, waar alle betrokkenen aanwezig zijn: jongere, ouders, leerkracht, directie, CLB-medewerker en NAFT-begeleider. “Daar kunnen we de vraag verder ontrafelen”, legt Bultinck uit. “Want de initiële vraag is meestal niet de echte vraag. Enkel als iedereen zijn kaarten op tafel legt, kun je aan een effectief traject beginnen. Sommige CLB-medewerkers doen vooraf heel goed hun ‘huiswerk’ en hebben al diepgaande gesprekken gehad met de jongere, de ouders en de school. Maar soms is dat nog niet gebeurd, en af en toe zijn de jongere en/of zijn ouders ook nog niet helemaal ‘mee’. Toch zien we meestal wel veel bereidwilligheid.” Ook dan is het belangrijk dat de NAFT-begeleider zich open, objectief en kritisch opstelt, vertelt Rottiers. “De jongere moet kunnen voelen dat wij echt goed naar hem luisteren. We gaan samen op zoek naar wat hij te winnen heeft bij de samenwerking. Wij zijn er in de eerste plaats om bij leerlingen het recht op leren te waarborgen. We streven hierbij steeds naar een oplossing waar iedereen beter van wordt. Dat is soms een delicate zoektocht, omdat er verschillende gekwetste partijen aan tafel zitten.”

Eenmaal de precieze vraag uitgeklaard is, kan met de jongere worden gezocht naar een traject op maat. Als dat door Ligand wordt aangeboden, streven we ernaar om de jongere maximaal op school te houden, vertelt Rottiers. “We ondersteunen de leerling, klas, leerkracht en directie om samen op zoek te gaan naar wat nodig is. Eigenlijk zijn zij het die het traject doen slagen, door er samen voor te gaan. Wij ondersteunen dit, bieden een nieuwe invalshoek en een aantal methodieken en zorgen voor verbreding. Zo werken we vaak met een ‘cirkelgesprek’ waarbij iedereen veilig en open kan spreken in de klas. Iedereen komt even lang aan het woord en niemand onderbreekt – verbaal of non-verbaal. En ook belangrijk: leerlingen en leerkracht(en) nemen deel vanuit gelijkwaardigheid. We leggen niet alle druk bij de jongere of de leerkracht, maar verdelen die en gaan op zoek naar kansen. In een klas waar bij aanvang veel conflicten waren, ontstaat vaak opnieuw verbondenheid en groepsgevoel. Heel mooi om te zien.” Die positieve insteek is ook voor Bultinck cruciaal. “Ik wil altijd op zoek naar kleine succeservaringen. Zodat mensen weer in zichzelf leren te geloven. Onze jongeren hebben vaak al maanden bagger over zich heen gekregen. En ook de leerkrachten en school zitten soms diep. Het helpt enorm om iedereen te wijzen op wat goed loopt.”

Geslaagd of niet?

De duur van een traject staat niet op voorhand vast en is afhankelijk van veel factoren, legt Bultinck uit. ‘Soms moeten we heel laagdrempelig beginnen, soms verandert tijdens het traject de doelstelling, of komen er doelen bij. Ons motto is: een traject duurt zo kort als het kan, maar zo lang als het moet.” Die flexibiliteit is een groot voordeel van NAFT, aldus Rottiers. “Vroeger waren de time-outprojecten veel meer afgelijnd. Nu kunnen we creatief zijn, met een mix van korte en lange trajecten. Soms werken we met één jongere twee weken voltijds, soms maandenlang een halve dag per week. Tegenover vroeger is er veel meer maatwerk mogelijk.” Maar wanneer is zo’n traject dan ook geslaagd? “Op het verantwoordingsdocument kunnen we aanduiden of een traject vroegtijdig afgebroken is, of dat de doelstellingen – deels of grotendeels – behaald zijn”, legt Bultinck uit. “Maar wat mij betreft is dat geen barometer van een al dan niet geslaagd traject. Er zijn nog zoveel factoren die meespelen. Stel bijvoorbeeld dat tijdens een traject een conflict hersteld is, maar dat de jongere (of de school) toch aangeeft dat een andere richting of school beter zou zijn. Als iedereen zich daar goed bij voelt, kan dat voor mij ook een geslaagd traject zijn. En soms wordt NAFT vroegtijdig afgebroken, omdat we merken dat andere hulp, zoals thuisbegeleiding, geschikter is. Dat voelt niet aan als falen.” Rottiers vat het mooi samen: "NAFT is geslaagd als iedereen met opgeheven hoofd tot een gezamenlijke beslissing kan komen."

“NAFT heeft me mijn zelfvertrouwen teruggegeven”

De 18-jarige Layka had jarenlang problemen op school. Na een moeilijk parcours heeft NAFT haar weer hoopvol gemaakt over de toekomst.

“Al sinds de lagere school word ik gepest. En tijdens het middelbaar kreeg ik het steeds moeilijker. Het pesten bleef duren, maar ook de druk werd me te veel. Twee jaar geleden verbleef ik een hele tijd in het psychiatrisch centrum van Pittem. Nadien voelde ik me beter, maar ik wilde niet terug naar school. Toen kwam het idee om met NAFT te starten. Na overleg met mijn begeleidster kon ik stage lopen in een kringloopwinkel, iets wat ik zeer graag deed. Ik vond het leuk en rustgevend, en ik kreeg mijn zelfvertrouwen terug. Nu bekijken we of er nog andere mogelijkheden zijn die ik kan uitproberen. Een stage op een kinderboerderij lijkt me super. Intussen zijn er ook een paar rondetafelgesprekken geweest met de CLB-medewerker, mijn NAFT-begeleider, psychiater en ouders. Samen bekijken we hoe alles loopt en ik kan ook mijn zegje doen. Dat voelt goed: er wordt echt rekening gehouden met mijn mening.”

 

Foto's
Bas Bogaerts