'Hier leven we zoals we dat in vrijheid ook zullen doen'

Transitiehuis: tussen gevangenis en thuis

In het transitiehuis in Mechelen, een doodgewoon rijhuis, bouwen vijftien gedetineerden aan het einde van hun straf hun leven in de maatschappij weer op. Ze zijn nog niet vrij, maar ze werken en sporten, volgen opleidingen, gaan langs bij hun familie. Het transitiehuis herstelt de banden met de samenleving die in de gevangenis werden doorgeknipt zodat mensen een basis en perspectieven hebben als ze vrijkomen. 

Marcel* woont sinds een maand in het transitiehuis. Op het moment van dit interview zoekt hij een job. Toch staat hij elke dag om zes uur op. “Gewoon omdat ik een vroege vogel ben,” lacht hij, “en omdat je hier niet de hele dag in je bed kan blijven, zoals in de gevangenis.” Want elke voormiddag vergaderen de bewoners en wordt besproken wie wat doet in het huishouden. “We doen hier alles zelf, net zoals we dat thuis zouden doen”, legt Marcel uit. 
Ook Bob* woont sinds februari in het huis. “Het verschil met de gevangenis is groot”, zegt hij. “Je komt van kamerisolatie in een huis waar je kan bewegen, waar je plots geen nummer meer bent, en waar je je leven weer kan opbouwen. Zoveel vrijheid voelde in het begin onwerkelijk. Maar we worde hier goed ontvangen en begeleid.” 

Geen gedetineerden, maar deelnemers 

Volgens coördinator Leen Muylkens is juist die begeleiding onmisbaar: “Tien coaches staan de vijftien deelnemers bij. Er is altijd iemand aanwezig. De leefcoaches zijn het eerste aanspreekpunt voor praktische zaken, zij leven samen met de bewoners. Krachtcoaches bieden individuele begeleiding. Zij bekijken bijvoorbeeld samen met de deelnemers of hun papieren in orde zijn, of hun sociaal netwerk stevig is, en of er huisvesting en een duurzame job is als mensen vrijkomen.”
“Het is de bedoeling dat mensen hier zoveel mogelijk zélf doen. Daarom noemen we onze bewoners deelnemers, die term dekt de lading beter”, vindt Leen. “We behandelen ze niet als gedetineerden, ook al zijn ze nog niet vrij. Want er zijn wel degelijk grenzen: mensen kunnen hier niet zomaar gaan en staan waar ze willen. Er is een uurrooster dat gevolgd moet worden, er moet toestemming worden gevraagd om buiten te gaan en om elf uur ’s avonds moet iedereen in zijn kamer zijn. Er zijn duidelijke regels en er wordt veel van de deelnemers verwacht.” Maar Leen is pas écht tevreden als het huis overdag leeg is. “Want dat betekent dat onze deelnemers aan het werk zijn, dat ze buiten zijn en deelnemen aan de maatschappij”, zegt ze. “De coronacrisis vormt daarom ook een grote uitdaging voor het transitiehuis.” 

Perspectieven

Bob begon in september te werken als begeleider in een jongerenwerking. Hij heeft rugproblemen, en aan werk geraken was moeilijk. “Het lukte gelukkig toch via artikel 60 rond maatschappelijke integratie (waarbij het OCMW een job bezorgt aan iemand die uit de arbeidsmarkt is gestapt of gevallen, red.) en met hulp van mijn coach”, zegt hij. 


Marcel onderhoudt voorlopig samen met een aantal andere deelnemers als vrijwilliger de tuin van het woonzorgcentrum in de buurt. In ruil mogen de deelnemers van het transitiehuis de tuin gebruiken. “Het voelt goed om in die tuin te werken, om dat te kunnen doen voor de ouderen en om ook iets terug te doen voor de maatschappij. Dat geeft voldoening”, zegt Marcel. 
Of ze klaar zijn voor hun terugkeer naar de maatschappij? Daar hoeven Bob en Marcel niet lang over na te denken. Ze knikken. “Ik weet wat mij te wachten staat. Ik kwam al eens vrij uit de gevangenis”, zegt Bob. “Maar toen had ik veel problemen. Mijn papieren waren niet meer in orde. Ik sukkelde met mijn gezondheid. Het was ontzettend moeilijk om aan werk en een inkomen te geraken. Als je geen perspectieven hebt, is de kans groot dat je terug in de gevangenis belandt. Daarom is het transitiehuis zo belangrijk. Als je hier vertrekt, heb je een job en een vast inkomen waarmee je een appartement kan huren en je waarborg kan betalen. Je werkt hier aan een basis waarmee je verder kunt als je vrijkomt. Hier leef je het leven al dat je straks ook gaat leven. In de gevangenis is die afstand veel groter.”  

Enkelband

Wanneer ze precies vrij zullen komen, weten ze nog niet. “De uitspraak van de rechtbank is nog niet bekend”, zeggen Bob en Marcel. Wat wel al zeker is, is dat ze vooraleer ze definitief vrijkomen naar huis gaan met een enkelband. Dat betekent dat ze gedurende die periode nog begeleid zullen worden door een justitieassistent. 
Wat ze zullen doen op de dag dat ze vrijkomen? Die vraag vinden Bob en Marcel flauw. Want ze gaan al naar buiten, ze zien hun familie al en ze koken zelf, dus daar dromen ze niet van. Maar van hun thuis, van echte vrijheid dromen ze wel. Want samenleven met je gezin, met je familie in de plaats van met veertien anderen, dát is iets om naar uit te kijken. 

Het transitiehuis in Mechelen was het eerste transitiehuis in ons land en bestaat sinds 2019. Begin 2020 opende een tweede transitiehuis in het Waalse Edingen. De Belgische transitiehuizen worden uitgebaat door G4S Care en Exodus Nederland. 

*Marcel en Bob zijn schuilnamen. 

Foto's
Bob Van Mol