"Jeugdhulp vanuit eigen kracht en door versterken van netwerken"

Eerste jaarverslag intersectorale jeugdhulp

Het is de eerste keer dat de zes sectoren van integrale jeugdhulp gezamenlijk naar buiten treden in een jaarverslag. Dat doen ze door het cijfermateriaal aan te bieden via een dynamische websie www.jaarverslagjeugdhulp.be

De jeugdhulp is sinds maart 2014 een feit. De hulpvraag van de jongere staat centraal. Jongeren (en hun ouders of naasten) kunnen rechtstreeks aankloppen bij tal van diensten en voorzieningen die hen ondersteunen of verder wegwijs maken in het aanbod. Wie nood heeft aan gespecialiseerde en intensieve hulp kan aangemeld worden bij de toegangspoort die per regio de geschikte hulp toewijst.

De jeugdhulp is de samenwerking op het terrein tussen 6 hoofdrolspelers: Jongerenwelzijn, Kind en Gezin, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), de Centra Geestelijke Gezondheidszorg (CGG), de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) en de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

Enkele cijfers en opvallende vaststellingen:

Voor iedereen

Veel kinderen en jongeren maken gebruik van jeugdhulp in een of andere vorm:

  • Er stapten zo’n 321.000 jongeren tussen 0 en 21 jaar in het schooljaar 2014-2015 met een vraag (bijv over studiekeuze, leerproblemen, pesten, negatief welbevinden,…) naar het CLB, dat is een kwart van alle jongeren.
  • De CLB’s begeleidden 44.000 jongeren tussen 0 en 21 jaar met specifieke problemen (onder meer leerstoornissen…).
  • De centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG) hielpen in 2015 totaal een kleine 20.000 jongeren tussen de 0 en 25 jaar.
  • De centra voor algemeen welzijnswerk (CAW) bereikten bijna 24.000 jongeren tussen de 0 en 25 jaar.
  • Ongeveer 10.000 personen met een handicap kregen thuisbegeleiding en bijna 3000 kinderen en jongeren maakten gebruik van rechtstreeks toegankelijke hulp vanuit een VAPH-organisatie.
  • De Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) hielpen zo’n 5.000 kinderen. Ouders willen dat het goed gaat met hun kinderen. Ze zetten zelf de stap naar informatie of hulp. Of ze worden daar toe begeleid. Er zijn ook tal van jongeren die zelf stappen zetten.

Divers aanbod

De vragen zijn heel uiteenlopend, de aangeboden oplossingen zijn dat ook. Het cliché beeld dat jeugdhulp enkel gaat over ‘plaatsen’ en ‘instellingen’ klopt niet. Er is een breed aanbod van informatie, advies, diensten en voorzieningen die proberen om op maat van elke hulpvraag een passend antwoord te geven. Hierbij geldt het principe dat bij gelijkblijvende effecten van de hulp de minst ingrijpende eerst aan bod komt en pas later, indien nodig, zwaardere hulp geboden worden.

Jeugdhulp gaat zo veel mogelijk uit van de eigen krachten van jongeren en hun ouders. In diverse sectoren worden er initiatieven genomen om de eigen kracht en het netwerk rond de jongeren te versterken. In 2015 is daarop extra ingezet:

  • Er zijn bij Jongerenwelzijn in totaal 6.817 erkende eenheden begeleiding van het netwerk van de jongere
  • Aandacht voor positieve heroriëntering, gericht op verbinding, eigen verantwoordelijkheden en een positieve ingesteldheid
  • Hulpverleners in diverse sectoren hanteren positieve en krachtgerichte methodieken.

Pleegzorg in de lift

Pleegzorg is, vooral bij jonge kinderen, de eerste optie als er toch beslist wordt tot een uithuisplaatsing. Op 31/12/15 waren er in totaal 5.657 pleegzorgsituaties. In vergelijking met het jaar ervoor betekent dit een stijging met 332 pleegzorgsituaties (6 procent).

 

De gespecialiseerde hulp

In 2015 werden 14.307 kinderen en jongeren aangemeld bij de intersectorale toegangspoort waarvoor intensieve en/of gespecialiseerde zorg werd gevraagd. De instroom was in vergelijking met het opstartjaar 2014 vrij stabiel.

Gespecialiseerde of intensieve hulp was niet altijd meteen voor handen. De wachttijden voor de gevraagde en goedgekeurde hulp liepen sterk uiteen, afhankelijk van regio en gevraagde hulp. Soms kon je meteen doorstromen naar de hulp. Soms moest je iets langer wachten. In totaal stonden op 31/12/2015 7.347 jongeren op een wachtlijst. Dat is een lichte daling in vergelijking met vorig jaar toen er 7.427 jongeren waren aangemeld.

Dat jongeren op gevraagde hulp wachten, betekent niet dat er voor hen geen enkele vorm van begeleiding was. In de meeste gevallen is er voor hen een alternatieve oplossing gevonden. “In 2015 zijn er op verschillende vlakken extra middelen uitgetrokken voor de jeugdhulp. Dat neemt niet weg dat er ook de volgende jaren blijvend in de jeugdhulp zal moeten worden geïnvesteerd om de wachttijden zo kort mogelijk te houden”, zegt woordvoerder Peter Jan Bogaert.

Meer aanmeldingen crisishulp

De crisisnetwerken zijn het referentiepunt voor eenieder die worstelt met een crisissituatie. Er zijn 6 crisismeldpunten in Vlaanderen. Die beluisteren de vraag en zoeken samen met de aanmelder (hulpverlener, jeugdrechter of ouders..) naar een gepaste oplossing. Vaak is de aanmelder geholpen met een advies. Indien nodig kan het crisismeldpunt een mobiel of residentieel aanbod inzetten, gaande van kortdurende interventie, een begeleiding of een verblijf van maximaal 7 dagen.

In 2015 waren er 6.527 aanmeldingen bij de crisisnetwerken. In 2014 waren dit er 5.456; een stijging dus met een kleine 20 procent. Deze stijging heeft te maken met de betere bekendheid van de meldpunten en de mogelijkheid (sinds maart 2014) dat ook jeugdrechters en ouders zelf kunnen aanmelden. “Er spelen ook maatschappelijke evoluties mee”, meent Bogaert. “De samenleving staat onder druk, sommige (eenouder)gezinnen hebben het niet gemakkelijk. Soms is het sociale netwerk van de ouders of de jongere te beperkt om een crisissituatie het hoofd te bieden en kloppen ze aan bij de crisismeldpunten.”

De voorbije 2 jaren zijn de crisismeldpunten versterkt met 9 voltijdse krachten en wordt er ook extra geïnvesteerd in crisisnetwerken, samen met onder meer de (Vlaamse en federale) geestelijke gezondheid.

Minder delictplegers

Het aantal jongeren dat een delict pleegt daalt nu al enkele jaren op rij. In 2015 waren er 2.326 met een MOF-maatregel. (MOF: een als een Misdrijf Omschreven Feit). Vorig jaar waren er dat nog 2.528. Dat is een daling met 8 procent. Het is het vijfde jaar op rij dat er een daling is. Deze dalende trend is ook recent gesignaleerd door het openbaar ministerie.

Cliëntoverleg en bemiddeling

Het aantal overlegmomenten cliëntoverleg neemt sterk toe: van 263 in 2014, naar 379 in 2015. Bij cliëntoverleg gaan jongere en ouders samen met hulpverleners in overleg om de hulp beter op elkaar af te stemmen onder begeleiding van een neutrale voorzitter. Bij bemiddeling wordt de dialoog tussen de betrokken partijen hersteld door een bemiddelaar. Het aantal bemiddelingen stijgt: van 32 in 2014 naar 91 in 2015. Beide zijn nieuwe instrumenten die de continuïteit van de hulpverlening moeten helpen waarborgen.

Meer info: www.jaarverslagjeugdhulp.be

Foto's
Jongerenwelzijn