'Hetzelfde, maar anders'

Werken als justitieassistent in tijden van corona

"En toen werd hetzelfde helemaal anders... Plots was het daar: de boodschap dat we ons moesten voorzien op volledig van thuis uit werken omwille van de verspreiding van het corona-virus. Afspraken werden – eerst nog wat twijfelachtig – geannuleerd. Op dat moment dacht ik: 'Oké, let’s do this'. Niet bewust van wat er komen zou en welke impact het kon hebben. Hoe kon ik ook?" Aan het woord is Hilde De Baerdemaeker, justitieassistent in Dendermonde. Voor het tijdschrift Fatik schreef zij haar corona-ervaringen neer. 

"Plots werd het organiseren en herorganiseren om zicht te krijgen op onze eigen lopende opdrachten, om contact te houden met cliënten, met collega’s, met opdrachtgevers, met samenwerkingspartners. Stilvallen was – en is – geen optie. Een zoektocht diende zich aan. Dezelfde opdrachten, maar anders. Hetzelfde aanbod, maar anders. Blijven samenwerken, maar anders. Dezelfde doelen, maar anders."

Samen op weg 

"Het werk van een justitieassistent is werk aan de basis, is het verleggen van steentjes in de rivier waardoor het water niet meer op dezelfde manier zal stromen. De richting van de stroming, die is onveranderbaar. Dat zijn natuurkrachten, de wetten van de geschiedenis en “persoonlijke rugzakken” van mensen. We werken met personen ín hun leefsituatie en een context. We werken met mensen die we vaak met zware problematieken geconfronteerd zien. We gaan ondersteunen en willen begeleiden naar een beter leven. We gaan samen op weg, wijzen de weg, en helpen werken aan persoonlijke groei, zelfinzicht, zelfverantwoordelijkheid. Moeilijkheden die zich aandienen, pakken we aan, meestal samen met deskundige hulpverlening."

"Voorwaarden bieden veelal een kader. We volgen op hoe ermee wordt omgegaan. Door met mensen op weg te gaan, te praten, te zoeken, en door voeling te houden, proberen we in de daderbegeleiding alert te zijn voor mogelijke signalen van herval of recidive. Puur controlerend werk, zo maak je het verschil niet. Degelijk, en écht, contact en communicatie zijn basisvoorwaarden en de kern van ons werk."

Menselijk contact

"We houden ook in deze corona-tijden met regelmaat contact met onze cliënten. We bespreken dan hetzelfde als wat er in de bureelgesprekken of tijdens de huisbezoeken aan bod zou komen.  Mensen contacteren ons bij vragen, moeilijkheden of nood aan een gesprek. Cliënten maken ook verder attesten van één en ander over. We bezorgen verslaggeving aan de magistraten. Dat is allemaal wél hetzelfde gebleven, maar toch is het anders. Vele vragen komen op ons af in deze tijden. Vragen over hoe het nu moet en hoe het nu loopt. Kan het degelijk en écht menselijk contact enkel - of in hoofdzaak - in levende lijve vorm krijgen? Of merken we dat het ook anders kan?"

"Mensen zijn soms vragende partij voor de live contacten. Ze hebben niet altijd het gevoel dat ze zonder die fysieke contacten voldoende duidelijk kunnen maken wat ze echt bedoelen. Ze willen ook voelen of ze juist begrepen zijn. Dat is voor ons niet anders. De corona-tijden vragen een oefening om contact te maken met mensen op een andere manier. De non-verbale dimensie valt nu weg. Net als wat je kan observeren bij huisbezoeken. Daaruit kan je zoveel meer informatie krijgen. Die informatie en aanknopingspunten, de ‘sfeer in de kamer’ missen we en zoeken we (tevergeefs?) in de contacten die we nu hebben. Zeker bij het nemen van belangrijke beslissingen of het formuleren van adviezen willen we graag mensen persoonlijk zien. Dat is de grootste vraag waar we mee kampen. De grootste onzekerheid ook. Kan ik wel voldoende voeling houden met mensen, leefsituaties, contexten? Ben ik er wel (goed) genoeg voor mijn mensen? Het fysiek aanwezig zijn voelt vertrouwd, voelt échter, want dat zijn we gewoon." 

"Is ons contact van eenzelfde kwaliteit, ook al is dat contact anders? Is het even écht? Is het degelijk genoeg? Is het menselijk genoeg? Is het genoeg? Kunnen we ook voldoende aanklampend zijn? Is onze begeleiding van eenzelfde kwaliteit? De tijd zal het uitwijzen … Je zou verwachten dat de begeleiding of de lopende contacten onderbroken zijn. In sommige opdrachten is dat formeel wel zo, maar in de realiteit trachten we dat niet toe te laten. We houden contact, zoveel is zeker. We willen evengoed aanklampend zijn en gaan actief op zoek naar mensen met wie we geen verbinding krijgen."

Maar dan anders

"We groeien in de telefonische gesprekken – met of zonder beeld – en we leren het ermee doen, omdat we ook zo een verbinding voelen. Mensen zijn vaak dankbaar dat ze ons horen en waarderen dat extra telefoontje om nog eens te vragen hoe het gaat. Er is een nood aan gesprek en een nood aan emotionele ondersteuning en begeleiding. We merken deze tijden ook een ander soort verbondenheid met onze cliënten. Het gaat hierbij om een algemene solidariteit die we ook in de samenleving voelen: 'We staan er samen voor en we moeten er samen door'. Het is een andere manier van werken, maar het loopt verder. We groeien in de huidige contactvormen en zien er mogelijkheden in tot efficiëntie, àls de basisvoorwaarde van het écht, menselijk en degelijk contact er is, want zo alleen kan er een samenwerkingsrelatie ontstaan om samen op weg te gaan. Het is binnen al onze opdrachten eenzelfde, en dus herkenbare, zoektocht naar kwaliteit in ons aanbod."

Loslaten

"Tegelijk is deze periode een oefening in het leren los(ser) laten en wat meer leren toekijken, het met wat minder doen. Al voelt dit soms in strijd met onze betrokkenheid, met ons verantwoordelijkheidsgevoel, met het gevoel dat de maatschappij op ons rekent.  Een justitieassistent balanceert altijd wat op de koord van afstand – nabijheid. Zeker nu.  Het is ook een oefening van tevreden te zijn met wat het (maar) is en leren aanvaarden dat je het nu niet helemaal kan doen zoals je wil, wenst, gewoon bent. Hetzelfde moet nu anders."

"Er zijn ook dingen die beter gaan. Zo merken we dat er meer tijd en ruimte komt voor verslaggeving. Het geeft voldoening om die verslagen opnieuw nog meer te ervaren  als een evaluatiemoment (Waar staan we en waar gaan we naartoe? Vanwaar komen we?) en niet alleen als een belangrijk middel om onze opdrachtgevers te informeren. De ervaring om van thuis uit te werken is niet nieuw. Dat is al een hele tijd ingeburgerd en wordt ook dankbaar ervaren als middel in een goede work-life-balans, maar in dit thuiswerk ondertussen ook alle andere rollen van het leven combineren, is wel nieuw. We missen soms de variatie nu de afwisseling van cliënt-gesprekken op bureau, huisbezoeken, overleg met diensten en administratieve taken wegvalt.
Men zegt wel eens dat het de kunst is om je werk niet mee te nemen naar huis. Maar hoe doe je dat in deze tijden van thuiswerken? Het werken met gekwetste mensen brengt een mentale en emotionele belasting met zich mee. We merken dan ook dat de dingen meer emotioneel binnen komen, meer worden meegedragen. Van gedachten wisselen met collega’s is nu minder evident. De wandelgangen zijn er niet. “Gewoon eens binnenlopen”, kan niet. Nochtans is sociale steun echt van belang. Ook dat blijft hetzelfde."

"Binnen de – en onze – grenzen liggen onze mogelijkheden. We doen het mogelijke binnen de corona-context om onze opdrachten uit te voeren op een manier die overeenkomt met onze waarden en normen. We hopen dat het (goed) genoeg is, … terwijl we hetzelfde doen, … maar anders."

Auteur: Hilde De Baerdemaeker voor Fatik