"Het taboe is kleiner geworden"

Generatie Wij

Erik en Anne Verhaeghen zijn beiden psychiater in Sint-Annendael in Diest. Hij aan het einde, zij aan het begin van een carrière. Naast een aantal rode draden zien ze toch ook veel verschillen tussen de psychiatrie van toen en die van nu.

Erik: “Toen ik in de jaren zeventig startte was er nog niet zoveel bekend over de werking van ons brein. Onze kennis is intussen enorm uitgediept. Maar de link tussen de werking van het brein en de manier waarop we ons brein beleven, blijft toch nog altijd complex. Nieuwe beeldvormingstechnieken en computertoepassingen leren ons gelukkig steeds meer over slecht of niet functionerende netwerken in het brein.”

Anne: “Het feit dat er nog meer mysterie hangt rond het brein dan rond het lichaam is net wat me aantrekt in de psychiatrie.”

Erik: “Het taboe dat vroeger over ziektes als depressie hing is zeker verkleind. Het is echter maar de vraag of het ooit helemaal zal verdwijnen. Mensen gaan er toch nog al te vaak van uit dat je zelf verantwoordelijk bent als je psychische problemen hebt, of dat het aan je karakter ligt. Maar dat vooroordeel verdwijnt stilaan.”

Anne: “Toch zijn er nog veel patiënten die heel open zijn in een gesprek met ons, maar voor hun vrienden of zelfs hun partner veel verborgen houden. Het is niet zo evident om uit te leggen hoe je je voelt met een depressie, het is veel complexer dan een gebroken been. Ik ken ook geen twee mensen met een depressie bij wie de ziekte op dezelfde manier beschreven kan worden.”

“De grens tussen wat wel of niet beschouwd wordt als een ziekte is verschoven.”

Erik: “Ik heb de indruk dat er meer depressies en burn-outs zijn dan vroeger. Psychotische ziektebeelden daarentegen lijken af te nemen. En middelenmisbruik is er altijd wel geweest.”

Anne: “Wat wel veranderd is, is de grens tussen wat wel of niet beschouwd wordt als een ziekte. Emotioneel partnergeweld is geen ziektebeeld, maar er wordt vaak van uitgegaan dat de psychiatrie dat helpt oplossen. Terwijl wij ziektes behandelen, geen normale reacties in moeilijke situaties. Deze situaties worden beter opgevangen door de eerstelijnshulp. We willen wel samenwerken, maar raken stilaan overbevraagd door complexe sociale dossiers.”

Erik: “De context wordt steeds belangrijker. Daarbij wordt ook meer en meer gekeken naar wat de patiënt wél nog kan in plaats van wat hij niet meer kan.”

Anne: “En er is meer zorg aan huis dan vroeger. De laatste jaren is het aantal bedden afgebouwd, ten voordele van mobiele teams die mensen thuis gaan ondersteunen in plaats van hen lang in het ziekenhuis te laten verblijven.”

Erik: “Deze patiënten zouden anders een extra ziekenhuisvleugel vertegenwoordigen. De middelen worden nu dus naar de eerstelijnshulp verplaatst.”

Anne: “En dat werkt goed. Je vangt toch wel meer op als je jarenlang wekelijks bij mensen thuis komt. Je blijft aanwezig in hun leven. Terwijl je na het einde van een opname een residentiële patiënt vaak niet meer ziet. Bij thuisbegeleiding heb je sneller door wanneer er weer een crisis aankomt, en dan kan je het contact intenser maken of de medicatie aanpassen. Ze worden nog wel opgenomen, maar de opnameduur is vaak korter. Dat is een positieve ontwikkeling.”
“Mijn vriend is ingenieur, en hij denkt soms dat ik een makkelijke job heb. Gewoon maar wat babbelen met mensen. Hij staat er niet bij stil hoeveel dimensies en betekenislagen deze job eigenlijk wel heeft. Het lijkt makkelijk, maar dat is het zeker niet.”

Anne, psychiater, naast haar vader Erik, psychiater: “Ik ken geen twee mensen met een depressie bij wie de ziekte op dezelfde manier beschreven kan worden.” 

Foto's
Bob Van Mol

Reactie toevoegen