Gokgedrag bij jongeren

Aangepaste ondersteuning en preventieve middelen blijken noodzaak

Kansspelen zijn in België – afhankelijk van het type spel – verboden onder de 18 of 21 jaar. Maar een wettelijk verbod is niet voldoende: om het idee dat minderjarigen best niet gokken ingang te doen vinden, is een goed preventiebeleid van belang. UCLL (University College Leuven Limburg) wil met dit onderzoek bijdragen aan een beter inzicht in het gokgedrag van jongeren in België, en op die manier meewerken aan de basis van goede preventie.

Voor een goed begrip: gokken is de term voor spelen waarbij iemand geld inzet op een bepaald spelresultaat dat volledig volgens toeval tot stand komt. 

Jongeren spelen voornamelijk op klassieke kansspelen (niet digitaal of online). Meer dan de helft van de bevraagde leerlingen in België nam ooit deel aan minstens één vorm van klassieke kansspelen. Vooral kraslotjes, sportweddenschappen en zelf georganiseerde weddenschappen zijn populair. Meer dan een kwart neemt ook deel aan digitale kansspelen.

In vergelijking met eerder studies, zoals de VAD-leerlingenbevraging van 2014-2015 lagen de cijfers van deelname aan sportweddenschappen hoger. Dan kan enerzijds verklaard worden door het Europees Kampioenschap voetbal in 2016, maar anderzijds zijn ook steeds meer kantoren voor sportweddenschappen, waar zowel offline als online gegokt kan worden op sportwedstrijden. Ongeveer 3% van de ondervraagde Vlaamse jongeren is een probleemgokker, terwijl bijna 5% in de categorie ‘risicogokker’ valt. Jongens zijn vaker risicogokkers of problematische gokkers dan meisjes. Zij nemen ook vaker deel aan kansspelen dan meisjes.

Van de ondervraagde jongeren is het de groep tussen 18 en 20 jaar die het vaakst gokt, maar een grote groep maakt wel al op veel jongere leeftijd kennis met kansspelen: bijna de helft (45,5%) van de Vlaamse ondervraagden deed al een eerste gokje als 12- of 13-jarige. Bij 15% is dit zelfs al voor de leeftijd van 12 jaar. Voor velen is het een sociale activiteit, die ze samen met vrienden, ouders, broers of zussen doen. De primaire socialisatiegroepen - het gezin en de vriendengroep - hebben de grootste invloed op hoe vaak er gegokt wordt. Ook de mate van aanvaarding van gokgedrag in de context van de jongeren speelt een rol: wanneer bijvoorbeeld kraslotjes cadeau gegeven worden, stijgt de kans op risicovol en problematisch gokgedrag bij de jongeren.

 

Is klassiek gokken een stepping stone voor digitaal gokken?

Wie het voorbije jaar digitaal gokte, gokte ook vaker traditioneel dan wie niet digitaal gokte. De overgrote meerderheid van digitale gokkers gokt ook klassiek. Maar hoewel digitaal gokken de meest voorspellende factor voor deelname aan klassieke kansspelen is, gokken niet alle klassieke gokkers ook digitaal.

Kennis van de regelgeving blijkt geen rol te spelen op het vlak van gokgedrag. Leerlingen die weten dat je in België vanaf 21 jaar mag spelen in een casino zijn vaker occasionele gokkers zijn dan leerlingen die het niet weten.

Verspilling van tijd en geld zijn de belangrijkste motieven om er niet mee te beginnen of ermee te stoppen, geven de ondervraagden aan. De populairste reden om er wel aan mee te doen is het verdienen van geld, naast de spanning en de uitdaging die ermee samenhangen.

Iets minder dan de helft van de jongeren geeft aan dat er in hun gezin iemand gokt voor geld, maar dat het deelnemen aan kansspelen toch eerder niet aanvaard wordt in de thuiscontext. Slechts een minderheid geeft aan dat er door de ouders over kansspelen gesproken wordt, dat er afspraken werden gemaakt of dat het deelnemen aan kansspelen verboden werd. Ook iets minder dan de helft geeft aan dat er een of meer personen uit de vriendengroep gokken, maar dat de mate van aanvaarding daar groter is dan in de thuiscontext.

In de schoolcontext geeft slechts een kleine 8% van de Vlaamse jongeren aan dat hij of zij op de hoogte is van duidelijke afspraken of regels in verband met gokken. Nochtans zegt 66,1% van de Vlaamse ondervraagden dat het thema gokken al op school aan bod kwam, bijvoorbeeld in de les. Twee op tien leerlingen in geeft aan dat er ingezet wordt op sportweddenschappen tijdens het sporten of het gaan kijken van sportwedstrijden. Een vijfde van de Vlaamse leerlingen nam ook al eens deel aan een casinoavond georganiseerd door een jeugdvereniging waarbij er niet met (echt) geld werd ingezet. 

Belang van context en schoolomgeving

Een deel van de minderjarigen blijkt ondanks de kansspelwet dus toch deel te nemen aan betalende kansspelen. Gedegen preventie op verschillende niveaus in een vroeg stadium is dus duidelijk nodig. Richtlijnen voor de ontwikkeling van preventie op het hoogste beleidsniveau zijn nodig. Zo kan de kwaliteit van preventie-acties meer gewaarborgd worden. Volgens de onderzoekers zou het een goed idee zijn om een reclameverbod in te voeren op plaatsen en tijdstippen waar jongeren ermee geconfronteerd kunnen worden.

Het is ook belangrijk dat de preventie de context van de jongere bereikt. Een van de belangrijke factoren in het ontwikkelen van problematisch gokgedrag blijkt bijvoorbeeld het cadeau krijgen van kansspelen. Ook tolerantie van vrienden heeft een grote invloed. Een verandering van de sociale norm dringt zich dus op: de betrokkenheid van minderjarigen bij kansspelen mag sociaal niet meer aanvaard worden.

Jongeren die een eigen inkomen hebben, nemen vaker deel aan kansspelen. Lessen financiële geletterdheid zouden een preventieve meerwaarde kunnen bieden.

Zoals eerder gezegd gokken heel wat jongeren tijdens sportwedstrijden of komen ze er voor het eerst mee in contact op casinoavonden van jeugdverenigingen. Een breder gedragen preventiebeleid buiten de scholen is dus aan te bevelen. Op dit moment staan de preventieve acties in verband met gokken bij jongeren nog in hun kinderschoenen, hoewel er al enkele goede praktijken gestart zijn in middelbare scholen. Ongeveer een derde van de Vlaamse leerlingen geeft echter aan nog geen informatie over kansspelen gekregen te hebben op school. De nood aan aangepaste opvoedingsondersteuning en preventieve middelen is dus hoog. 

Auteurs van het onderzoek: Stijn Custers, Kristien Coteur en Huub Boonen van de onderzoeksgroep eSocialWork van UCLL. 

De volledige factsheet van het onderzoek kan je raadplegen op de website van de UCLL

 

Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.