gezondheid

“We willen het de Vlaming makkelijker maken om gezond te leven”

De publieke ruimte als hefboom voor gezondheid
10.10.2025
Foto's
Gezondheidsmakers

Onze leefomgeving heeft een grote invloed op onze gezondheid. Toch staat ze vandaag stevig onder druk. Denk aan luchtverontreiniging, geluidshinder, hittestress of het verlies aan biodiversiteit. Het project Gezonde Publieke Ruimte helpt lokale besturen om hun omgeving zo in te richten dat ze gezondheidsrisico’s beperkt en gezonde keuzes vanzelfsprekend maakt.

“Met Gezonde Publieke Ruimte streven we naar een leefomgeving die beschermt tegen schadelijke invloeden, gezondheid bevordert en gezonde keuzes vanzelfsprekend maakt”, vertelt Wim Verheyden, preventiewerker bij Gezondheidsmakers. “In de publieke ruimte komen heel wat thema’s samen: luchtkwaliteit, hittestress en geluidshinder, maar ook bewegen, voedselomgeving en mentaal welzijn.”

Zijn collega Jonas Zondag vult aan: “Een omgeving die uitnodigt tot bewegen, rusten en elkaar ontmoeten maakt gezonde keuzes meer vanzelfsprekend. Kort gezegd: we willen het de Vlaming makkelijker maken om gezond te leven.”

Deze integrale visie werd vastgelegd in de gezondheidsdoelstelling Milieugezondheidszorg. Deze gezondheidsdoelstelling wil Vlamingen gezonder laten leven door de impact van klimaatverandering te beperken, de blootstelling aan zeer zorgwekkende stoffen te verminderen en omgevingsfactoren zoals luchtvervuiling en geluidshinder aan te pakken.

Een brede methodiek

Het project Gezonde Publieke Ruimte bestaat sinds 2018 en werd vanaf 2019 geïmplementeerd bij lokale besturen. "Door Corona kreeg het project een onverwachte duw in de rug. Zondag: “Mensen waren meer aangewezen op hun directe leefomgeving. Ze merkten dat hun buurt vaak erg verhard was, of dat wandelen en fietsen niet altijd aangenaam of veilig waren. Dat zorgde voor extra bewustzijn rond het belang van een gezonde publieke ruimte.”

Samenwerking over diensten heen

Een belangrijke pijler van het project is de samenwerking met lokale besturen. “Gezondheid is vaak versnipperd over verschillende diensten”, zegt Verheyden. “Daarom organiseren we HiaP-workshops (Health in All Policies, nvdr.). We brengen daarbij diensten samen rond een tafel en zoeken naar synergie. Zo ontstaat een gedeelde verantwoordelijkheid. Niet enkel de lokale gezondheidsambtenaar, maar elke dienst draagt bij vanuit zijn eigen rol.”

Daarnaast zetten de gezondheidsmakers ook instrumenten in, zoals de gezondheidstoets, de gezondheidscalculator of de walkabilityscoretool (die geeft aan hoe makkelijk het is dagelijkse activiteiten te voet te doen, nvdr.). Die tools geven inzicht in hoe een omgeving scoort, maar zijn nooit een doel op zich. “Het bredere verhaal primeert”, benadrukt Zondag. “We combineren verschillende gegevens om een genuanceerd beeld te schetsen. Zo kan je naast de walkabilityscore ook fiets- en wandelknooppunten meenemen. Op die manier breng je een enthousiasmerend en coherent verhaal.”

Meervoudige gezondheidswinst

De beste maatregelen voor een Gezonde Publieke Ruimte leveren op verschillende fronten gezondheidswinst op. Een vaak geciteerd voorbeeld is de 3+30+300-regel: overal minstens 3 bomen kunnen zien, in een buurt met 30% boomkroonbedekking, en binnen 300 meter toegang tot een park of bos.

Verheyden: “Door te ontharden en te vergroenen werk je tegelijk aan waterbeheer, hittestress, kindvriendelijke ruimtes, ontmoetingsplekken en mentaal welzijn. Het is een krachtige hefboom.” Zondag vult aan: “De uitdaging is om de publieke ruimte zo in te richten dat iedereen er zich in herkent. Een ingreep volstaat niet voor iedereen. Daarom moeten we ook luisteren naar bewoners en hun noden meenemen.”

Participatie loont

Bewoners betrekken blijkt cruciaal om draagvlak te creeëren. In Vosselaar werd de dorpskern heringericht na een brede bevraging waaraan bijna 500 inwoners deelnamen. “De antwoorden maakten duidelijk dat mensen zelf ook een gezonde publieke ruimte wensen”, vertelt Zondag. “Ze vroegen om ontmoetingsplaatsen, speelruimte, groene plekken. Ze gebruiken onze termen niet, maar hun wensen sluiten er perfect bij aan.”

In Antwerpen liep een participatief traject om de publieke ruimte vrouwvriendelijker te maken. Vrouwen uit de buurt dachten mee over inrichting en veiligheid. “Dat is de kracht van co-creatie”, zegt Zondag. “Je schrijft het verhaal samen met de bewoners. Dat vergroot het draagvlak en verkleint de weerstand tegen verandering.”

Een proces in beweging

Volgens Verheyden gaat het vooral om het ondersteunen van processen: “We zien Gezonde Publieke Ruimte niet als een eindpunt, maar als een voortdurende beweging naar meer gezondheidswinst. We bouwen voort op wat er lokaal leeft. Soms vertrekt dat vanuit klimaatadaptatie, mobiliteit of jeugdbeleid. Wij leggen daar extra links met gezondheid bovenop.”

Een inspirerend voorbeeld is Bonheiden, de eerste Vlaamse gemeente met een schepen van ontharding. “Vanuit dat beleidsdomein leggen ze verbindingen met mobiliteit, groenbeleid, klimaatadaptatie en jeugdbeleid,” zegt Verheyden. “Zo wordt ontharding ingezet om speelruimte en ontmoetingsplekken te creëren. Het toont hoe lokale processen richting een gezondere publieke ruimte kunnen bewegen.”