“Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens”
Jim van Os geldt als een van de meest kritische stemmen in de psychiatrie. Hij pleit al zijn hele loopbaan tegen snelle diagnoses. We moeten luisteren, vertragen en menselijke verscheidenheid aanvaarden. Zorg dragen voor jezelf doe je niet alleen om jezelf te respecteren, maar ook omwille van je relatie met anderen. “Mentale gezondheid is gebaseerd op de verbinding met mensen”, zegt hij.
Jim van Os is als hoogleraar psychiatrische epidemiologie en publieke GGZ verbonden aan het UMC Utrecht en de Universiteit Utrecht. Hij staat internationaal bekend om zijn kritiek op de klassieke, diagnosegerichte psychiatrie. Van Os richtte ook de ecommunity Psychosenet.nl op, een online ontmoetingsplek en zelfregiecentrum voor ervaringsdeskundigen, naasten en professionals. Onlangs verscheen zijn nieuwe boek Wat psychisch lijden is. En waarom je niet ziek bent bij mentale moeilijkheden.
Enkele dagen voordat Weliswaar met Jim van Os sprak, was hij de centrale gast in de laatste aflevering van het tv-programma Zomergasten (VPRO). Ook daar brak hij een lans voor verscheidenheid en verbinding. “Wat je uiteindelijk nodig hebt, is een ander mens.”
In februari van dit jaar pleitte u in het tijdschrift Nature voor de afschaffing van de DSM, het psychiatrische handboek. Hoe vermijd je te snelle diagnoses in een tijd die snelle, ongenuanceerde, zwartwituitspraken bevordert?
Jim van Os: “Dat brengt het mooi bij elkaar. We hadden net een rapport van de Nederlandse Gezondheidsraad, die stelt dat we op allerlei vlakken, zoals zorg, onderwijs en jeugdzorg, de hypernerveuze samenleving moeten beteugelen. Dat betekent vertragen en verbinden, want de samenleving is niet alleen hypernerveus, ze is ook steeds meer geatomiseerd. Alles draait om het individu, steeds minder om wat daartussen zit. We moeten opnieuw leren de verscheidenheid van mensen te waarderen, in plaats van iedereen in categorieën weg te zetten. Dat past helemaal bij mijn diagnostische inspanningen. Ook bij het stellen van diagnoses moet je vertragen, eerst luisteren, niet meteen een conclusie op iemand plakken. Verbinden is essentieel, want als je niet verbindt op het niveau van de menselijkheid, wat weet je dan van iemand om hem te kunnen helpen? En natuurlijk is ook verscheidenheid belangrijk. Je mag niet uitgaan van hokjes met depressieve of ADHD-mensen die allemaal hetzelfde zijn. De wetenschap laat zien dat dit beeld niet klopt.”
Wat is dan de eigenlijke functie van een diagnose?
“Een diagnose is niet alleen een woord dat opluchting geeft. Belangrijker is dat de diagnose echt informatie bevat. Wat is er aan de hand met je? Hoe krijg je je leven weer op poten? Dat doen veel diagnoses niet. Ze geven misschien wat ademruimte, maar daarna tonen ze je geen route om je leven weer op te pakken.”
Is uw nieuwe boek een oproep tot een persoonlijke ethiek?
“Je moet voor jezelf zorgen, maar niet louter omwille van jezelf, maar evenzeer omwille van je relatie tot anderen. Dat hangt samen. Je hebt andere mensen nodig.”
Bekeken vanuit een individualistische samenleving lijkt dat vandaag toch een heel tegendraadse uitspraak?
“Dat is altijd zo geweest in de psychiatrie. Lange tijd deden we alsof het ging om individuele storingen in het hoofd van mensen. Het was hun probleem. Maar wetenschappelijk gezien is psychiatrie veel meer een publieke zaak. Mensen lijden psychisch door dingen die zich afspelen in hun context, in de manier waarop we met elkaar omgaan. Uiteindelijk is het dus beter om daar de focus op te leggen: ggz is publieke gezondheidszorg, met daarnaast een individuele component.”
Kan de georganiseerde zorg die publieke rol vandaag wel aan? De zorgvragen nemen toe.
“Jaarlijks krijgt ruim 25% van de Nederlandse bevolking een diagnose in verband met een psychische stoornis. Daardoor is het onhoudbaar om dit op te lossen in een geatomiseerd en geïndividualiseerd deficietmodel. We kunnen nooit een ggz hebben die 25% van de bevolking jaarlijks behandelt. Dat doe je zoals in de cardiologie en de oncologie: met publieke gezondheidsinitiatieven. Kijk naar IJsland. Vanwege de enorme verslavingsproblematiek bij jongeren hebben ze daar vanaf eind jaren negentig een succesvolle publieke aanpak nagestreefd. Aan alle jongeren wordt gevraagd om in een groep te gaan. Creatief zijn, sporten of praten. Het maakt niet uit. En ouders krijgen laagdrempelige ondersteuning. Op die manier hebben ze verslaving bij jongeren succesvol teruggedrongen. Vergelijk het met cardiovasculaire geneeskunde, met haar focus op dieet, gewicht, bewegen en niet roken.”
Hoe verhoudt die publieke aanpak zich tot de individuele verantwoordelijkheid die vandaag zo zwaar doorweegt?
“Dat is een groot vraagstuk. Veel mensen zijn niet gemaakt om alles, inclusief hun mentale welzijn, als een individuele verantwoordelijkheid te zien. Dat is de neoliberale kant van gezondheid: wearables die alles meten en jij houdt het zelf maar in de gaten. Nee, mentale gezondheid is verbinding met mensen. We zijn helemaal geprogrammeerd om zin te halen uit het leven. We vinden dingen belangrijk: dat houdt ons in leven. Albert Camus schreef dat het leven op zich geen zin heeft, dat je er zelf een betekenis aan moet geven. Dat doe je samen. We zijn dat vergeten. Lang geleden werkte een heel dorp samen aan de oogst, had je samen rituelen op zondag, was er een langzame, verbindende samenwerking. Dat is vervangen door snelle, individuele kicks. We zitten massaal filmpjes van dertig seconden te bekijken en voeden bijna compulsief ons beloningssysteem. Absurd. Gelukkig beginnen we te beseffen hoe ongezond dat is.”
Wat is de impact van zo’n schermcultuur?
“We zijn allemaal projecten geworden die tot individueel succes moeten leiden. Succes is zogezegd een keuze. Dus als je niet succesvol bent, heb je verkeerd gekozen. Er is bijvoorbeeld een groep jonge mannen die afstand voelt tot de samenleving. Ze kijken online naar influencers die verkondigen dat rijkdom het enige doel is. Iedereen is kwaad op hen. Hun antwoord: het kan me niet schelen, ik word gewoon rijk. Dat zijn gevaarlijke tendensen die we onvoldoende serieus nemen. En daarom moet ons mentale welzijn een publieke zaak zijn. Het mag niet beperkt blijven tot specialistische ggz. Je mag best specialisten, psychiaters en psychologen hebben. Maar daarnaast heb je een leger van andere initiatieven nodig, waarbij de buurtvereniging even belangrijk is voor ons collectieve welzijn als de psychiater.”
Hoe geef je zo’n publieke zaak concreet vorm?
“Sommige landen hebben bijvoorbeeld een ministerie van geluk. Of een ministerie van mens en sociale infrastructuur. Wij bepleiten dat je de specialistische ggz verbindt met het hele hulpsysteem waar mensen naartoe gaan als ze zich mentaal onwel voelen. Dat systeem bevat ook de buurt, de kerk, complementaire zorg, onlinezorg, herstelacademies en zelfregiecentra. Ze zitten als gelijkwaardige partners in een ecosysteem. Dat geeft veel meer houvast aan mensen die anders buiten de boot vallen.”
“In de huidige Nederlandse situatie word je uit de ggz gezet en sta je misschien op straat, verward, omdat er verder niets meer is. Dat is een enorm probleem. De zorg is geatomiseerd en onverbonden geraakt. Je kan talloze lokale initiatieven nemen. Alleen al de manier waarop je een buurt inricht, met parkjes en groen, heeft een effect. Sociale cohesie en sociale controle hangen daar sterk mee samen. Door sociaal kapitaal op te bouwen, kunnen we mensen empoweren.”
Zitten we op een soort kantelpunt, of is dit een langere ontwikkeling die al langer aan de gang is?
“Zo’n kantelpunt duurt in de geschiedenis wel zo’n vijfentwintig jaar. Sinds corona zijn we nu, denk ik, bij jaar vijf.”
“Ik denk dat de atomisering, het feit dat alles een systeem wordt en burgers via top-down systemen in elke levensdimensie gecontroleerd worden, al sinds de jaren zeventig, tachtig gaande is. We verdragen complexiteit niet meer en hebben ze verbannen uit het bestuurlijke domein. Maar we worden ons steeds meer bewust van de schadelijke gevolgen daarvan, ook binnen de wetenschap zelf, met bewegingen als open science. Mensen zouden in de richting van de maatschappij moeten werken. Zorg moet vanuit het leven werken en naar het leven werken. Op verschillende niveaus tegelijk zie je het besef opduiken dat er iets moet veranderen.”
Hoe verklaart u de sterke toename van meldingen van psychische klachten, vooral bij jongeren?
“Samen met Levi van Dam, hoogleraar orthopedagogiek in Amsterdam, heb ik daarover geschreven. (Hun veelbesproken opiniestuk ‘Er is geen mentale gezondheidscrisis onder jongeren’ verscheen in NRC op 27 november 2025, n.v.d.r.) Het discours dat we allemaal ziek zouden zijn, is gevaarlijk. Wij denken dat jonge mensen meer dan wij in contact staan met hun affectieve bewustzijn en er makkelijker woorden voor gebruiken. Ze zijn ook minder ontkennend over het feit dat het vooruitgangsgeloof van de gemiddelde westerse samenleving ernstig is aangetast. Het is niet meer zo dat elke generatie het beter zal hebben dan de vorige. We zijn daar eigenlijk allemaal om in rouw. Volwassen kunnen dat ontkennen. Jongeren voelen dat sterker, net als de druk van perfectionisme die de neoliberale samenleving oplegt. Meisjes internaliseren dat vaak, met schaamte en schuld als gevolg als ze niet voldoen aan dat perfecte beeld. Jongens trekken zich vaak terug in verslaving of in de zogenoemde manosfeer. We moeten dus niet zeggen dat de jeugd ziek is en behandeld moet worden. Wel moeten we onder ogen zoen dat meisjes vaak suïcidaal worden omdat ze niet aan hun eigen onmogelijke verwachtingen kunnen voldoen. We moeten hen helpen door publieke maatregelen te nemen, en door mensen collectief weerbaarder te maken.”
Ziet u een verband met de dalende PISA-scores en de cognitieve achteruitgang die in het onderwijs wordt gesignaleerd?
“Het onderwijs is mee gevormd door die patronen van individualisering en systeemdenken. Taligheid, zelfstandigheid en reflectievermogen staan centraal. Voor jongens is het gemiddeld een grotere uitdaging om daarin mee te gaan. Er speelt ook een perfectiemechanisme. Je moet al vroeg bepaalde cijfers halen om zestien jaar later een cognitieve carrière te kunnen waarmaken.”
“Het onbehagen neemt toe. Kinderen kunnen zich slechter concentreren, zijn angstiger, hebben schrik om te falen. De afnemende cognitieve capaciteit wordt een selffulfilling prophecy. Kinderen worden niet dommer, maar voelen zich onbehaaglijker in dat onmogelijk strakke systeem.”
Je hanteert in je boek het begrip psychogevoeligheid. Mensen delen een aantal gevoeligheden die elk van ons anders beleven. Bestaat het risico niet dat het benoemen van psychogevoeligheid een nieuw onderscheid creëert, tussen wie er wel en wie er niet mee overweg kan?
“Dat zie je al gebeuren. Als psychische gevoeligheid ertoe leidt dat je achterblijft bij de verwachtingen van de neoliberale samenleving, dan krijg je een diagnose. Je wordt meteen gezien als iemand die het niet haalt. Dit leidt tot een ongezonde tweedeling. We moeten oppassen dat de ggz geen opvangsysteem wordt voor wie zijn omgeving niet aankan, met een eeuwige patiëntencarrière tot gevolg. Het moet net andersom.”
Een gevolg van die tweedeling is wellicht ook dat het verzekeringsmodel aan belang wint, zeker in Nederland. Hoe kijkt u daarnaar?
“Bij een verzekeringsmodel besteedt de overheid het risico van overbesteding uit aan een partij die de zorg gaat managen volgens een marktmodel. We hebben bedacht dat de markt alles oplost. Ook in de zorg is het denken van econoom Michael Porter toegepast, met value-based healthcare.”
“Zorgverzekeraars in Nederland knijpen iedereen een beetje af, op basis van de gemeten medische uitkomst. Voor ggz werkt dat totaal niet, want het model gaat uit van individuen die gerepareerd worden en waarvan je de uitkomst meet. We hebben in Nederland een blunder begaan door dit uitkomstgedreven marktmodel uit te besteden aan zorgverzekeraars die alleen in spreadsheets denken en geen verstand hebben van mental health. Wie echt grote problemen heeft, krijgt daardoor moeilijker toegang tot zorg. Als je iets hebt dat vanzelf overgaat, gaan de deuren van de zorg wagenwijd open. Het is een heel goed voorbeeld van het ontkennen van de complexiteit van de mens.”
“In Vlaanderen is zorg nog een vrij publieke zaak, met een ministerie, met invloed en keuzes. Dat zou ik zo houden, want gezondheidszorg beheren moet vanuit de inhoud gebeuren, vanuit het besef hoe complex de mens is. Al beginnen ook jullie last te krijgen van wachtlijsten en systeemproblemen.”
U en uw collega’s richtten zelf psychosenet.nl op, en bepleiten een heel ecosysteem rond ggz. Hoe verhoudt dit doe-het-zelf-model zich tot de officiële zorg?
“Er is vaak geen connectie meer tussen vraag en aanbod. Ik pleit al jarenlang om zorg anders in te vullen. Psychosenet.nl volgt geen neoliberaal model. Ons model is een publiek gezondheidszorgmodel: het ecosysteem mentale gezondheid. We gaan naar regio’s toe en verbinden daar de gezondheidszorg met de sociale basis en het sociale domein, in een groot samenwerkingsmodel waarin mensen in groepen, zonder wachtlijst, laagdrempelig kunnen instromen. Zoveel specialistische zorg als nodig blijft beschikbaar, maar die wordt ontlast. De specialistische zorg kan zich toespitsen op de moeilijke dingen en meebewegen met wat er zich op het terrein afspeelt.”
Hoe ziet herstel er dan uit in dat model?
“Wie in de tunnel van psychisch lijden zit en ontregeld is, moet in beweging komen. Dat kan je niet alleen. Je hebt een ander mens nodig die echt met je meereist. Jij bent de creator, diegene die meereist is de cocreator. Samen zoeken jullie naar betekenisvolle experimenten die je helpen in beweging te komen. Het hoeft niet uitsluitend om evidence-based medische oplossingen te gaan. Je kunt een ritueel kiezen dat bij jou past. Het kan evengoed yoga zijn, mindfulness, de natuur, een creatieve groep of dierondersteunde therapie. Als het maar past bij je mensbeeld.”
U bepleit menselijke nabijheid. Wat is dan de plaats van technologie, en van AI, in dat relationele model?
“De basisobservatie is dat relationeel werken resultaten oplevert. De vraag is dan of AI relationeel kan werken. Moeilijk, denk ik. AI kan een functie hebben, maar niet in het motiverende werk bij mensen die diep in psychisch lijden zitten, omdat AI geen bewustzijn heeft. De manier waarop het dat simuleert, is nog oneindig primitief. Een echte therapeutische relatie ontwikkelt zich over tijd en kent ook wrijving. Er moet iets veranderen, mensen moeten in beweging komen, dus krijg je weleens ruzie. Dat kan AI nooit simuleren. Wat AI wél heel goed kan, is mensen helpen hun ervaringen beter te verwoorden en te contextualiseren, via de klassieke Socratische bevraging. Wat betekent je ervaring? Hoe zit het in je omgeving? Zo helpt AI mensen zichzelf beter te leren kennen en woorden te vinden om keuzes te maken. Het bevordert de ontwikkeling van ervaringskennis. Dat is belangrijk. Maar AI is te primitief om mensen therapeutisch in beweging te brengen. Daar moet een mens op superviseren.”
Betekent dat ook dat we het idee van maakbaarheid, dat je jezelf naar wens kunt vormen, met een korrel zout moeten nemen?
“Precies. Het is wellicht belangrijker om jezelf te leren kennen dan om jezelf om te vormen tot iets anders. Dat is net het ontwikkelen van die ervaringskennis, want uiteindelijk zijn mensen ervarende wezens. Dat doen we grotendeels intuïtief, zonder er veel over te reflecteren. Psychisch lijden dwingt je die ingewikkelde bewustzijnstoestanden onder ogen te zien. Op dat moment verhoud je je tot iets machtigs, dwingends en isolerends, waardoor de samenhang tussen jou en jezelf, je lichaam, de buitenwereld en de tijd uiteenvalt. Dat moet je als mens bestuderen. Dat is zelfkennis.”
Als u naar de toekomst van de welzijnszorg kijkt, wat moeten we dan prioritair behandelen?
“De grote beweging zou moeten zijn: het medisch-specialistische verbinden met het sociale, georganiseerd in samenwerkende, functionele ecosystemen. Verzamel de sociale zorg, de medische zorg en wat wij de sociale basis noemen: de mensen zelf, de burgers, de buurt, de kerk, alle mogelijke initiatieven. We hebben publieke oplossingen nodig voor de gevolgen van atomisatie en individualisering.”
“We moeten het denken over gezondheid en welzijn sterker verbinden met de publieke zaak en de samenleving, ook met andere ministeries. Als we het welzijn kwijtraken, dan hebben we een groot probleem. Wanneer mensen ongezond zijn en er te veel onbehagen heerst, stort uiteindelijk ook de markt in.”
Jim van Os, Wat psychisch lijden is. En waarom je niet ziek bent bij mentale moeilijkheden, LannooCampus, 2026, 200 p. ISBN 9789079967346 | € 25,99