gezondheid

'We willen dat gezondheid vanzelfsprekend wordt'

De Preventiepeiling toont wat goed loopt en wat beter kan
22.08.2025
Foto's
Jan Locus

Wat doen steden, scholen en andere organisaties om gezondheid te bevorderen? De Preventiepeiling van het Vlaams Instituut Gezond Leven vzw brengt het in kaart en helpt zo mee de gezondheidsdoelstelling ‘De Vlaming leeft gezonder in 2025’ te evalueren. “Niet om met het vingertje te wijzen,” zegt Barbara Willems, “maar om organisaties te ondersteunen bij een sterker preventief gezondheidsbeleid.”

De Preventiepeiling is een driejaarlijks onderzoek dat in kaart brengt hoe organisaties in verschillende sectoren werk maken van preventieve gezondheid. De peiling richt zich op uiteenlopende settings zoals onderwijs, werk, kinderopvang, lokale besturen, en zorg en welzijn. Ze brengt in beeld welke gezondheidsthema’s aan bod komen, zoals beweging, voeding, mentaal welbevinden of roken. De peiling toont ook hoe structureel en kwaliteitsvol er rond die thema’s gewerkt wordt.

Het Vlaams Instituut Gezond Leven voert de peiling uit in opdracht van het Departement Zorg, samen met het Vlaams Expertisecentrum Alcohol en Andere Drugs, het Expertisecentrum Val- en Fractuurpreventie, het Vlaams Instituut Mondgezondheid, Gezondheidsmakers en The Human Link. “We kijken zowel naar concrete acties als naar het bredere plaatje,” legt projectmedewerkster Barbara Willems uit. “Is er een visie? Zijn er afspraken, samenwerking, voldoende deskundigheid? En vooral: hoe vanzelfsprekend is het om gezonde keuzes te maken binnen die setting?”

Beweging en mentaal welbevinden krijgen veel aandacht

Een van de settings die onder de loep worden genomen, zijn de lokale besturen. Daar ziet Willems veel positieve signalen. “Meer en meer lokale besturen hanteren een kwaliteitsvol preventief gezondheidsbeleid. Ze zetten sterk in op beweging: ze organiseren wandeltochten, richten schoolstraten in of promoten actief transport. Ook mentaal welbevinden is uit de taboesfeer gehaald. We zien meer informatiecampagnes, meer hulpverlening, meer aandacht voor sociale verbondenheid.”

Maar er zijn ook hiaten. “Lang stilzitten en illegale drugs blijven onderbelichte thema’s. En groepen in een maatschappelijk kwetsbare positie – mensen in armoede, ouderen, mensen met een migratieachtergrond – bereiken is nog te vaak een blinde vlek.” Slechts een minderheid van de besturen voorziet bijvoorbeeld beweegprogramma’s op maat van deze groepen.

Toch ziet Willems vooruitgang. “Meer steden en gemeenten hebben een ambtenaar die specifiek bevoegd is voor preventieve gezondheid. En ook de budgetten gaan voorzichtig omhoog. We merken wel dat die ambtenaar vaak geen deel uitmaakt van het managementteam, zodat preventie niet altijd structureel en in verschillende beleidsdomeinen ingebed raakt.”

Om steden en gemeenten extra te ondersteunen, werd ook een interactief dashboard gelanceerd: preventiepeiling.incijfers.be. “Daar kunnen besturen hun resultaten vergelijken met gelijkaardige gemeenten of regio’s. Het helpt om te prioriteiten te stellen en gericht bij te sturen.”

Scholen missen vaak een overkoepelende aanpak

Ook in het onderwijs komt gezondheid steeds prominenter op de agenda. In basisscholen drinken leerlingen nu vooral kraantjeswater, zijn er bewegingstussendoortjes en sportactiviteiten. Maar er zijn ook signalen van terugval. “We zien dat het percentage basisscholen met een kwaliteitsvol preventief gezondheidsbeleid daalt: van 67% in 2019 naar 54% in 2023”, zegt Willems. “Ze doen dus wel veel, maar eerder ad hoc. Een duurzame visie ontbreekt vaak.”

In het secundair onderwijs is het beeld vergelijkbaar. “Veel scholen nemen initiatieven, maar het betrekken van leerlingen of het samenwerken met externe partners blijft beperkt. Dat is een gemiste kans.”

Het hoger onderwijs scoort over het algemeen beter. “Bijna alle instellingen investeren in rustplekken, groene ruimtes of sportinfrastructuur. Maar ook daar is nog winst te boeken. Bijvoorbeeld in het systematisch evalueren van hun gezondheidsbeleid of in het verminderen van lang stilzitten tijdens lessen.”

Van data naar actie

Wat de Preventiepeiling volgens Willems uniek maakt, is dat ze niet stopt bij cijfers. “We hebben voor elke setting een inspiratiegids gemaakt, met concrete tips en ondersteuningsmateriaal per thema. En we delen de resultaten actief via factsheets, rapporten, webinars en presentaties.”

Dat lukt. Uit een bevraging in de preventiesector begin 2025 blijkt dat 9 op de 10 respondenten de resultaten effectief gebruiken. “Ze verwerken ze in beleidsnota’s, opleidingen of presentaties. Voor veel organisaties zijn de resultaten een eyeopener.”

De inzichten uit de Preventiepeiling zijn niet alleen waardevol voor organisaties op het terrein, maar vormen ook een belangrijke schakel in het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid. De resultaten worden meegenomen in de voorbereiding en opvolging van de gezondheidsdoelstelling ‘De Vlaming leeft gezonder’, samen met andere data zoals gedragsindicatoren.

“De Preventiepeiling toont niet alleen wat er gebeurt, maar ook hoe goed het gebeurt,” zegt Barbara Willems. In samenwerking met het Departement Zorg, preventieorganisaties en experten helpt de peiling in kaart te brengen waar het goed loopt, waar er nog knelpunten zijn en welke randvoorwaarden nodig zijn om echt vooruitgang te boeken.

“We voeren dit onderzoek niet vanuit een ivoren toren”, besluit Willems. “We vertrekken altijd vanuit de praktijk. We luisteren naar de noden van het werkveld en proberen daarop in te spelen. Gezondheid moet geen aparte taak zijn, maar ingebed raken in het dagelijkse functioneren van scholen, gemeenten en organisaties. Dat is onze ambitie.”