Een vaccin tegen kanker

Column Marleen Finoulst

Ik was 43 toen ik na een rondje joggen door veld en bos een kaartje aantrof in mijn brievenbus. Het was van mijn gynaecologe. Ze schreef haar dringend te contacteren, omdat er iets mis was iets met mijn uitstrijkje. Met een bonzend hart kreeg ik te horen dat er verdachte cellen gevonden waren: mogelijk baarmoederhalskanker.

Het Vlaams Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker moedigt vrouwen van 25 tot en met 64 jaar aan om elke drie jaar een uitstrijkje te laten nemen. Het onderzoek van het uitstrijkje is meestal gratis, je betaalt enkel de consultatie. Aan baarmoederhalskanker gaan enkele stadia vooraf. Het gaat om zogenaamde voorstadia die nog geen kanker zijn. De behandeling van die voorstadia voorkomt dat je echt baarmoederhalskanker krijgt. Als de aandoening pas in een laat stadium wordt ontdekt, is de kans op overleven kleiner dan één op vijf. Jaarlijks krijgen meer dan 600 vrouwen in België de diagnose baarmoederhalskanker (634 gevallen in 2018), vooral vrouwen tussen 30 en 70 jaar, een kleine 200 van hen overleven de ziekte niet. Ik was aan de grond genageld. Er volgde een operatie waarbij de verdachte cellen ruim werden weggesneden en voor onderzoek naar het laboratorium gingen. Pas na twee bange weken kenden we de uitslag daarvan. Ik herinner me dat we met vakantie waren, dat mijn man naar het lab belde, omdat ik trilde als een espenblad. De ontlading van het positieve nieuws was enorm. Nadien zat ik wel nog twee jaar in een opvolgprogramma met regelmatige controles en uitstrijkjes. Telkens met een bang hartje. 

De oorzaak van baarmoederhalskanker is in 99% van de gevallen een infectie met het humaan papillomavirus (HPV). De meeste vrouwen en mannen lopen een HPV-infectie op tijdens hun leven en deze infectie verloopt meestal zonder symptomen en geneest spontaan. Af en toe blijft het virus sluimeren in de baarmoederhals en evolueert het aangetaste weefsel langzaam naar een kwaadaardige tumor. In 2006 werd het HPV-vaccin geïntroduceerd, tegen dit virus. Het zou jonge meisjes beschermen tegen infectie met HPV en dus tegen baarmoederhalskanker. Dankzij de antistoffen die het vaccin opwekt, blijft het virus niet langer sluimeren, maar wordt het netjes opgeruimd door het geactiveerde immuunsysteem. Sinds 2010 worden meisjes in het eerste jaar middelbaar in Vlaanderen systematisch ingeënt tegen HPV tijdens het schoolonderzoek. De vaccinatie moet gebeuren vooraleer vrouwen seksueel actief worden. (Sinds september 2019 worden overigens ook jongens van het eerste jaar secundair onderwijs gevaccineerd, omdat het HPV-virus ook oorzaak kan zijn van keelkanker, peniskanker en anale kanker.)

Net zoals de coronavaccinatie in de voorbije jaren kreeg het HPV-vaccin met tegenwind te maken. Sommige mensen vertrouwden het niet en het gerucht deed de ronde dat dit vaccin meisjes onvruchtbaar zou maken. Een mythe die helemaal doorprikt werd. Een ander probleem was het bewijs dat de vaccinatie ook echt kanker kan voorkomen. Tussen de toediening op 12-jarige leeftijd en het opduiken van baarmoederhalskanker (meestal na de leeftijd van 30 jaar), zitten enkele decennia. Wat aanvankelijk alleen in klinische studies was aangetoond, moest nog in het echte leven bevestigd worden. Dat is ondertussen gebeurd. In 2020 verschenen de resultaten van een Zweedse opvolgstudie waarbij 1,6 miljoen vrouwen gevolgd werden tussen 2006 en 2017. Meer dan een half miljoen van hen had het HPV-vaccin gekregen en 1,1 miljoen niet. Bij de gevaccineerde vrouwen trof men de helft (53%) minder gevorderde baarmoederhalskankers aan in vergelijking met de niet-gevaccineerde groep.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hoopt mits goed georganiseerde HPV-vaccinatiecampagnes in combinatie met bevolkingsonderzoek met uitstrijkjes op termijn baarmoederhalskanker de wereld uit te helpen.

Marleen Finoulst, hoofdredacteur Gezondheid-en-Wetenschap

https://baarmoederhalskanker.bevolkingsonderzoek.be/

Illustraties
NIX