gezondheid

Een nieuwe gezondheidsdoelstelling met een brede blik

Hoe laten we de Vlaming gezonder leven?

De nieuwe Vlaamse gezondheidsdoelstelling ‘De Vlaming leeft gezonder’ bouwt verder op de vorige, maar maakt tegelijk duidelijke keuzes. Er is extra aandacht voor wie moeilijk bereikbaar is en voor de rol die de omgeving speelt in gezond gedrag. “We kiezen voor focus, duidelijke prioriteiten en nauwe samenwerking,” zeggen Karen Colaert en Alexander Witpas van het Team Gezondheidsbevordering en Vroegdetectie.

Wat bepaalt of we gezond leven? Veel meer dan alleen motivatie of kennis, blijkt uit onderzoek. Het zijn onze gewoontes, de sociale omgeving en zelfs de beschikbaarheid van gezonde keuzes in het dagelijks leven die een grote invloed uitoefenen. Daarom wil de nieuwe gezondheidsdoelstelling ‘De Vlaming leeft gezonder’ niet alleen inzetten op gedrag, maar ook op context en samenwerking. 

Preventie als langetermijnwerk 

“Een gezondheidsdoelstelling is eigenlijk een langetermijnplan van de Vlaamse overheid,” legt Alexander Witpas uit. “Ze geeft richting aan het preventieve gezondheidsbeleid door duidelijk te maken rond welke thema’s we werken, wie we willen bereiken en in welke context dat gebeurt. Zo kunnen preventieorganisaties, lokale besturen en andere partners gecoördineerd en doelgericht aan de slag.” 

“We doen aan volksgezondheid, niet aan zorg,” verduidelijkt Witpas. “Wij proberen een populatie gezond te houden, ook mensen die op dit moment nog geen gezondheidsprobleem hebben.” Net omdat het over de hele bevolking gaat, vraagt gezondheidsbevordering om een langetermijnvisie. “Je verandert niet zomaar van vandaag op morgen het alcoholgebruik of het voedingspatroon in een samenleving. Dat vraagt jaren, soms decennia, van consistente inzet.” 

Niet alles voor iedereen, overal 

Een verandering in de nieuwe aanpak is de manier waarop er naar doelgroepen en contexten wordt gekeken. “In plaats van te vertrekken vanuit een brede ambitie om iedereen overal te bereiken, kijken we steeds meer naar de manier waarop we mensen echt kunnen bereiken, en met wie we dat best doen”, zegt Karen Colaert, teamcoördinator Gezondheidsbevordering en Vroegdetectie (Departement Zorg). In de vorige gezondheidsdoelstellingen lag de nadruk sterk op settings, zoals scholen, werkplekken, vrije tijd of zorg. Dat zijn de contexten waarin mensen leven, leren, werken en ontspannen. “Dat blijft belangrijk,” verduidelijkt Colaert, “maar deze keer maken we bewustere keuzes over welke actoren er in die setting het verschil kunnen maken.” 

Om dat te bepalen, liep er een uitgebreide evaluatie en omgevingsanalyse. Eind mei vond een grote stakeholdersmeeting plaats met actoren uit onderwijs, werk, vrije tijd, zorg, welzijn en lokale besturen. 

Gezond gedrag vraagt een gezonde omgeving 

Gezond leven is zelden een puur individuele keuze. “Je moet gezonde voeding kunnen betalen. Je moet veilig naar school kunnen fietsen. Je omgeving moet je stimuleren om de richting van een gezonde keuze te nemen”, zegt Colaert. Daarom is samenwerking met andere beleidsdomeinen en bestuursniveaus essentieel. “We noemen dat ‘health in all policies’: het principe dat gezondheid geen verantwoordelijkheid is van de gezondheidssector alleen, maar verweven zit in alle beleidsterreinen”, legt ze uit. “Ook interfederale samenwerking is hier belangrijk. Zo zitten sommige hefbomen die ons beleid ondersteunen op federaal niveau, zoals accijnzen op vapes of een reclameverbod voor alcohol.” 

Maar hoe zorg je dat ook mensen in kwetsbare posities bereikt worden? “Dat is geen eenvoudige opdracht”, zegt Witpas. “We werken volgens het principe van proportioneel universalisme: je hebt een universeel aanbod voor iedereen, maar je past het aan waar nodig. Denk aan rookstopbegeleiding die goedkoper is voor mensen met een lager inkomen, of specifieke toeleiding voor bepaalde groepen.” Toch blijft dat een uitdaging. “Voor deze mensen zijn er vaak andere zorgen die meer dringend aanvoelen dan hun gezondheid op lange termijn. Wij moeten die vraag creëren en dat is een fundamenteel verschil met de curatieve zorgsector, waar mensen aankloppen met een acute hulpvraag.” 

Toch is ‘kwetsbaarheid’ niet eenduidig. “Het is belangrijk om te benadrukken dat kwetsbaar niet per se betekent: mensen met een lagere sociaaleconomische status”, merkt Colaert op. “Drugsgebruik bijvoorbeeld. Sommige vormen daarvan komen net vaker voor bij hoogopgeleiden. Het is dus een genuanceerd verhaal, en we proberen daar ook rekening mee te houden.” 

Overleg en samenwerking 

“We hebben met veel verschillende partners te maken, van mutualiteiten en ngo’s tot kleine organisaties”, zegt Witpas. “Daarom hebben we een structureel overleg opgezet rond preventie, om te coördineren wie met wat bezig is, en om overlap of blinde vlekken te vermijden.” 

De komende periode wordt verder gewerkt aan de concrete uitwerking van de gezondheidsdoelstelling, in overleg met het brede werkveld. In december wordt de doelstelling officieel gelanceerd en voorgesteld op een conferentie. Daarna zal ze ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Vlaams Parlement. Zo wil het Departement Zorg stap voor stap toewerken naar een preventiebeleid dat mensen ondersteunt om gezonder te leven, in een omgeving die dat mogelijk maakt.