gezondheid

Departement Zorg brengt huisartsentekort in kaart

Bevraging werkdruk bij artsen
21.05.2026
Foto's
Jan Locus

Het Departement Zorg bevraagt samen met de huisartsenkringen de huisartsen in Vlaanderen: onder andere over hoe hun praktijk georganiseerd is, of ze al dan niet multidisciplinair werken en welke werkdruk ze ervaren. Elke Wijnants van het Departement Zorg legt uit waarom het belangrijk is dit in kaart te brengen.

“Het departement organiseerde een eerste bevraging in het najaar van 2024, dit jaar doen we een tweede oproep om deel te nemen”, steekt Elke Wijnants van wal. “Het beeld van de sector verandert immers snel. Huisartsen gaan met pensioen, jonge mensen beginnen, het werkveld verandert. De bevraging is gebaseerd op een onderzoek van de UGent, Domus Medica en VIVEL uit 2023.”

Twee vragenlijsten

De bevraging bestaat uit twee vragenlijsten. “Eentje is voor de huisartsen zelf”, legt Elke uit. “Daarin gaat het bijvoorbeeld over het aantal uren dat ze werken versus het aantal uur dat ze patiënten zien. Het verschil daartussen kan wijzen op administratieve overlast, of het aantal uren dat besteed wordt aan multidisciplinair overleg. De vragenlijst onderzoekt ook op welke termijn ze het beroep zouden willen verlaten. Misschien is er nu nog geen probleem in sommige regio’s, maar als er binnenkort vijf artsen in één regio met pensioen gaan, en een paar jongere artsen denken eraan om het beroep te verlaten, dan kan de situatie snel veranderen.”

Een tweede vragenlijst gaat over de praktijkorganisatie. “Daarin komen andere vragen aan bod. Hoeveel artsen werken er in de praktijk? Is er een multidisciplinaire samenwerking? Zijn er afspraken rond continuïteit van zorg (bijvoorbeeld bij ziekte of verlof van een huisarts)? Met welk financieringssysteem werken ze? Is er een samenwerking met verpleegkundigen en welke taken nemen ze op?”

Huisartsenkringen krijgen bij deze bevraging een grotere rol dan de eerste keer. “We hopen door een grotere betrokkenheid een hogere responsgraad te bewerkstelligen”, vertelt Elke. “Er kruipt wel wat tijd en werk in om je leden te motiveren om deel te nemen. Zeker als er gevraagd wordt naar mogelijk meer gevoelige zaken, zoals hoeveel uren ze werken in een week, hoe ze zich voelen in hun job of op welke termijn ze denken met het beroep te verlaten. We begrijpen dat sommigen misschien een drempel over moeten om deze info te delen. We zien de huisartsenkringen als belangrijke partners die kunnen uitleggen waarom we die bevraging doen en wat er met de data zal gebeuren.”

Meer dan aantal koppen

Als het gaat over een ‘huisartsentekort’, gaat het vaak over het aantal koppen, over het aantal huisartsen per aantal inwoners. “Maar dat zegt weinig, omdat sommige huisartsen veel meer dan 40 uren werken en andere dan weer halftijds werken”, verklaart Elke. “Sommigen combineren hun werk als huisarts met sportgeneeskunde of geven les. Het maakt ook een verschil of je samenwerkt in een team van huisartsen of niet, of in een netwerk van praktijken. Heb je een verpleegkundige in de praktijk die bijvoorbeeld bloedstalen kan nemen of gebeurt dat bij de huisarts zelf? Dat zijn allemaal zaken die een impact hebben op de capaciteit van een huisartsenpraktijk. We willen dat in kaart brengen om een goed beeld te krijgen van de capaciteit van de huisartsengeneeskunde in heel Vlaanderen. We spreken dan ook liever over een probleem van capaciteit of toegankelijkheid dan over een huisartsentekort.”

Beleid gebaseerd op data

De doelstellingen van de bevraging zijn tweeledig. “De eerste belangrijke doelstelling is om de data terug te geven aan het terrein: aan de huisartsenkringen en aan de zorgraden. Zo kunnen ze er mee aan de slag gaan op maat van hun regio. Huisartsen kunnen hun praktijk uiteraard vormgeven zoals ze willen, maar het kan bijvoorbeeld interessant zijn voor een kring om naar aanleiding van de data de mogelijke voordelen van samenwerking te bespreken. Het kan bijvoorbeeld ook een handvat zijn om het gesprek aan te gaan rond afspraken over zorgcontinuïteit in geval van de plotse afwezigheid van een arts. En ook om nieuwe artsen die zich in de regio willen vestigen te kunnen adviseren waar de grootste tekorten zijn.”

Als de bevraging goede data oplevert, kan verder beleid daarop gebaseerd worden. Dat is de tweede doelstelling. “Als we op beleidsniveau investeringen willen doen, moeten we dat doen op de plek waar de nood het hoogst is”, aldus Elke. “Onze bevolking groeit, en de zorgnoden worden vaak complexer, chronischer, dus het zorgaanbod zou daar moeten mee meegroeien.”

“Een vraag die vaak gesteld wordt is: wat moeten we in de bevraging doen met artsen die boven de pensioenleeftijd nog aan de slag blijven? Ze vangen een deel van de bestaande zorgnood op en in sommige regio’s zou de situatie erg moeilijk zijn zonder hun blijvend engagement. Maar misschien blijven ze eerder uit verantwoordelijkheidsgevoel aan de slag, omdat ze hun patiënten niet in de steek willen laten, en niet per se omdat ze zelf graag zo lang blijven werken. Zo kan het lijken alsof er voldoende artsen zijn, terwijl we als maatschappij niet kunnen verwachten dat het noodzakelijk is dat huisartsen tot na pensioenleeftijd aan de slag blijven. De bevraging is dus geen eindpunt, maar een startpunt voor verdere dialoog.”

Huisartsen hebben tot eind juni tijd om de bevraging in te vullen. Hoe hoger de responsgraad, hoe accurater de data om mee aan de slag te gaan. We willen de mensen die elke dag aan de zorgnoden van de Vlaming voldoen, helpen om dat te blijven doen”, besluit Elke.

>> www.departementzorg.be/nl/data-inventarisatie-huisartsen