“Binnenluchtkwaliteit is cruciaal, zeker voor kinderen en ouderen.”
We brengen het grootste deel van onze tijd binnen door: thuis, op school, op het werk of in zorgvoorzieningen. De kwaliteit van die binnenlucht heeft een rechtstreekse invloed op ons welzijn en onze gezondheid. Toch krijgt het thema vaak minder aandacht dan voeding of beweging. “Binnenluchtkwaliteit is cruciaal, zeker voor kwetsbare groepen zoals kinderen en ouderen” benadrukt Marianne Stranger, onderzoeker bij onderzoekscentrum VITO.
Wat zit er in onze binnenlucht?
“Tot een twintigtal jaar geleden dacht men bij luchtkwaliteit vooral aan de buitenlucht, met beelden van druk verkeer, fabrieksschoorstenen en fijn stof”, vertelt Stranger. “Maar intussen weten we dat ook de lucht binnenshuis een grote impact heeft op onze gezondheid. Zodra je een deur of raam sluit, creëer je een eigen binnenmilieu. En dat kan heel verschillend zijn van de buitenomgeving.”
Volgens Stranger hangt de kwaliteit van binnenlucht af van meerdere factoren. “De omgeving speelt mee: buitenlucht op het platteland is anders dan in de stad. Ook de gebouwschil is bepalend. In een passiefhuis kan je via gecontroleerde ventilatie filteren wat er binnenkomt, terwijl in een oud huis met kieren ventilatie spontaan gebeurt, maar tegelijk veel warmte verloren gaat.”
Daarbovenop komen de materialen en activiteiten binnenshuis. “Nieuwe meubels of vloerbekleding stoten in de eerste maanden vluchtige stoffen uit. En poetsmiddelen, luchtverfrissers of roken zorgen voor extra belasting van de luchtkwaliteit. Ook koken, frituren en zelfs douchen hebben hun invloed. Zonder voldoende ventilatie stapelt dat allemaal op. Bewoners worden dan blootgesteld aan veel hogere concentraties schadelijke stoffen dan buiten.”
Gezondheidsrisico’s en oplossingen
De gezondheidsrisico’s zijn reëel. “Roken binnen is bijvoorbeeld een van de slechtste dingen die je kan doen. Maar ook minder opvallende bronnen, zoals geurkaarsen of parfums, dragen bij. Je wordt daar niet meteen ziek van, maar langdurige blootstelling kan wel leiden tot irritatie, astma of allergieën.”
Individuele keuzes en gewoontes maken dus al een groot verschil. “Door bewust om te gaan met productgebruik, door tijdens en na het schoonmaken extra te verluchten, of door een dampkap te gebruiken bij het koken, kan je al veel winst boeken”, zegt Stranger. “Elke kleine aanpassing maakt een verschil. Het draait om weten wat je binnenhaalt en hoe je je ruimte ventileert en verlucht.”
Van onderzoek naar beleid en praktijk
Maar ook in collectieve settings zoals kinderopvang en woonzorgcentra is opvolging en preventie cruciaal. Daarom voerde VITO, in opdracht van het Departement Zorg, al verschillende meetcampagnes uit. “Uit een studie in 17 opvanglocaties bleek bijvoorbeeld dat de ventilatie in opvanglocaties vaak ondermaats is,” vertelt Stranger. “Daaruit blijkt hoe onderzoek beleid kan versterken: deze vaststelling is een argument om verder in te zetten op de binnenluchtkwaliteit in kinderopvanglocaties.”
Ook bij heel concrete vragen van burgers, scholen of zorgvoorzieningen werken beide organisaties samen. “Wanneer een arts vermoedt dat gezondheidsklachten te maken hebben met het binnenmilieu kan dat via Gezondheidsmakers bij ons terechtkomen”, legt Stranger uit. “In overleg met het Departement Zorg kunnen wij dan een meetplan opstellen. Dat kan bijvoorbeeld uitwijzen dat een ventilatiesysteem verkeerd afgesteld is, of dat een combinatie van bouwmaterialen een chemische reactie veroorzaakt. Zo’n inzichten helpen ons om gerichter advies te geven en samen oplossingen aan te reiken.”
Het kwaliteitskader ventilatie
De coronacrisis maakte het belang van gezonde binnenlucht in zorgvoorzieningen pijnlijk zichtbaar: zonder verse lucht krijgen virusdeeltjes vrij spel en kunnen infecties zich snel verspreiden. Ann Beusen van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) legt uit: “Vanaf 2003 werd mechanische ventilatie verplicht bij grotere nieuwbouw zorgprojecten met VIPA-subsidie. Toch zagen we tijdens corona dat voorzieningen niet altijd wisten of het aanwezige ventilatiesysteem ook de gewenste binnenluchtkwaliteit kon leveren.”
Sara Benoy van het Departement Zorg vult aan: “De generieke richtlijn was vaak: ‘zet de ramen open’. Maar in een woonzorgcentrum is dat niet altijd haalbaar of zinvol. Daarom hadden voorzieningen nood aan duidelijke en werkbare richtlijnen.” Zo ontstond het kwaliteitskader ventilatie. “Dat kader moet voorzieningen houvast geven”, vervolgt Benoy. “Het bestaat uit vier bouwstenen die er samen voor zorgen dat ventilatie geen losse actie blijft, maar structureel ingebed raakt in de werking van een voorziening.”
Voor Benoy gaat het vooral om de vertaalslag van theorie naar praktijk: “Niet elke medewerker hoeft de technische details te kennen. Belangrijk is dat men begrijpt wat gezonde lucht betekent voor bewoners en medewerkers, en dat men de juiste stappen zet om dat te bereiken. Met het kwaliteitskader maken we die drempel zo laag mogelijk.”
Ondersteuning in de praktijk
Als ondersteuning bij het kwaliteitskader biedt VIPA tot midden 2026 gratis ventilatieaudits.. Die zijn beschikbaar voor woonzorgcentra, kinderopvang, lokale dienstencentra, psychiatrische voorzieningen, revalidatiecentra en voorzieningen voor personen met een handicap. “Een professional bekijkt dan of het systeem levert wat het moet leveren, en hoe het beheer geoptimaliseerd kan worden", zegt Beusen. “Uit de eerste 120 audits in woonzorgcentra blijkt dat er vaak eenvoudige winst te boeken valt, zowel voor de luchtkwaliteit als voor energieverbruik, bijvoorbeeld door systemen beter in te regelen of oude ventilatoren te vervangen.”
Daarnaast organiseert het Departement Zorg samen met Gezondheidsmakers ook jaarlijks de Week van Gezond Binnen. Dit jaar loopt die van 24 tot 28 november onder de slogan ‘Haal je CO₂-meter uit de kast’, een oproep aan zorgvoorzieningen om de toestellen die sinds corona vaak ongebruikt blijven, opnieuw in te zetten. Tijdens die week staat het belang van gezonde binnenlucht centraal met tips, inspiratie en praktische acties waarmee voorzieningen meteen aan de slag kunnen gaan.
Het bewustzijn rond gezonde binnenlucht is dus sterker dan vroeger, maar de praktijk blijft uitdagend. Zorgverleners hebben al veel taken, en luchtkwaliteit behoort niet tot hun kerntaken. “Net daarom is het belangrijk dat we ondersteuning bieden", zegt Benoy. “Een gezonde omgeving is een essentieel onderdeel van kwaliteitsvolle zorg.”
Voor woonzorgcentra gelden vandaag al concrete verplichtingen rond ventilatie. In andere zorgsectoren is het kwaliteitskader voorlopig nog vrijwillig. Toch roept het Departement Zorg iedereen op om er nu mee aan de slag te gaan. Want een goede luchtkwaliteit maakt een wereld van verschil voor bewoners, cliënten en medewerkers.