Gezondheid als superdiverse uitdaging

Hoe pakken Antwerpse huisartsen preventieve gezondheidszorg aan?

Het Steunpunt Integratie en Inburgering onderzocht in een kleinschalig kwalitatief onderzoek verbanden en sociale processen in de preventieve geneeskunde. De achtergrond is een samenleving die gekenmerkt wordt door superdiversiteit. Achttien Antwerpse huisartsen werden geïnterviewd over preventieve gezondheidszorg, drempels en het globaal medisch dossier plus. 

Preventieve gezondheidszorg in de huisartsenpraktijk

Preventieve gezondheidszorg behoort tot de basistaken van de huisarts. Die staat in voor het geven van informatie over onderzoeken, nodige of nuttige vaccinaties, en een gezonde levensstijl. Ze voeren gezondheidspromotie en dienen ook preventieve zorgen toe, zoals het nemen van een uitstrijkje, een bloedafname, het geven van een vaccin. Deze taken worden vaak gedeeld met een praktijkassistent of een (sociaal) verpleegkundige.

Belangrijk is een goede arts-patiëntrelatie. Pas wanneer het vertrouwen opgebouwd is, kan de poort naar een goede preventieve gezondheidszorg open. De huisartsen geven aan dat dit in de superdiverse samenleving een uitdaging is, omdat de taal- en cultuurbarrière vaak in de weg staat. De bevolkingsonderzoeken en het geven van vaccins lopen over het algemeen vlot. Patiënten die de taal niet spreken of laagopgeleid zijn komen wel vaak langs bij de huisarts met de brief waarmee zij uitgenodigd werden voor een bevolkingsonderzoek, omdat ze niet altijd meteen weten wat de bedoeling van de brief is. Daarnaast is het vaak moeilijk te achterhalen welke vaccins mensen van buitenlandse afkomst al gekregen hebben. Maar over het algemeen verloopt ziektepreventie dus vrij vlot.

Dit in tegenstelling tot gezondheidsbevorderende preventie. Gezondheidsadvies geven in verband met roken, gezonde voeding, lichaamsbeweging of alcoholgebruik blijkt moeilijker bij patiënten van buitenlandse afkomst, in het bijzonder bij patiënten met een Turkse of Afrikaanse achtergrond. Ze zouden niet alleen hun eigen gezondheid als minder prioritair zien, maar vaak ook al andere ziektes hebben waardoor hun gezondheidstoestand al zwakker is. Sommige dokters proberen hier op te anticiperen door niet enkel advies te geven, maar ook kookcursussen, wandelgroepen of infoavonden te organiseren. Deze activiteiten zijn afgestemd op de doelgroep, maar de opkomst blijkt in praktijk vrij laag.

Het opvallendste resultaat is dat preventieve zorg blijkt samen te hangen met het financieringssysteem: forfaitair of per prestatie. Forfaitair betaalde huisartsen focussen zich meer op preventieve gezondheidszorg. Zij kunnen ook kookcursussen en wandelgroepen organiseren. Over het algemeen zijn ze meer gemotiveerd om aan preventie te doen en brengen ze meer de sociale context van de patiënt in rekening. De verklaring hiervoor is dat zij niet afhankelijk zijn van het aantal verrichte prestaties per dag. Bovendien is de financiële drempel voor patiënten lager. Ze hoeven niet te betalen voor een consultatie, en dus ook niet voor een vaccinatie.

Drempels

Preventieve gezondheidszorg vraagt tijd, energie en een goede organisatie. Curatieve zorgen krijgen altijd voorrang op preventie, waardoor er bij een standaardconsultatie van tien tot twintig minuten vaak amper nog tijd overblijft voor preventie. In praktijken met een assistente of verpleegkundige nemen zij wel vaak deze taak op zich. Het is niet verwonderlijk dat deze barrière zich meer laat voelen in praktijken waar artsen per prestatie betaald worden.


Preventieve geneeskunde – zoals vaccins - is niet gratis, wat voor sommige patiënten een struikelblok vormt.

Daarnaast is er de cultuurbarrière. Artsen stellen vast dat patiënten van buitenlandse herkomst vaak moeilijker te overtuigen zijn om meer te sporten, gezonder te eten of te stoppen met roken. Dit hangt echter niet enkel samen met de cultuur, maar vaak ook met sociaaleconomische status. Sporten is bijvoorbeeld niet altijd gratis. Daarom is het belangrijk ook de sociale context van de patiënt in rekening te nemen.

Artsen kampen ook met een taalbarrière. Vaak brengen anderstaligen een vriend of familielid mee om te helpen vertalen. Niet altijd evident, aangezien zij niet altijd beter Nederlands spreken dan de patiënt zelf. Het is ook niet evident om intieme problemen te bespreken in bijzijn van een derde, bijvoorbeeld een kind van de patiënt.

Het globaal medisch dossier plus

Domus Medica lanceerde in 2011 het globaal medisch dossier plus, een vragenlijst voor patiënten tussen 45 en 75 jaar. Die peilt naar de huidige gezondheidstoestand, geeft aan welke risico’s de patiënt loopt en welk preventieplan hij of zij kan volgen. Slechts de helft van de ondervraagde dokters zei het in min of meerdere mate te gebruiken. De drempels die hierboven besproken werden spelen hierbij een rol. Wie het wel gebruikt, zegt dat het vooral handig is dat het instrument hen herinnert aan vragen die ze anders zouden vergeten te stellen.

Over het algemeen zijn de vragen op de lijst makkelijk te bespreken met de patiënt. Eén thema vormt hierop een uitzondering: mentale gezondheid. Dit blijkt gevoelig te liggen bij patiënten van buitenlandse afkomst. Artsen halen aan dat het vaak voorkomt dat deze patiënten op consultatie komen met klachten over ‘duizeligheid’ of ‘hoofdpijn’ en niet doorhebben of willen toegeven dat die psychologisch van aard zijn. Artsen proberen dan toch op een subtiele manier te polsen naar de mentale gezondheidstoestand.

Beleidsaanbevelingen

De onderzoekers geven een aantal beleidsaanbevelingen, op basis van de onderzoeksresultaten:

- Het is aan te raden overheidsdocumenten op te stellen in meerdere talen, en informatie ook te delen in de onthaalbureaus voor inburgering en integratie.

- Aangezien in forfaitaire vergoede huisartsenpraktijken meer aandacht gaat naar preventie, verdient de oprichting van dit soort praktijken de nodige aandacht.

- Assistenten of verpleegkundigen aannemen in de praktijk is een goede opportuniteit om preventieve gezondheidszorg te verankeren in de dagelijkse zorgen.

- Multidisciplinaire praktijken maken doorverwijzen naar andere disciplines eenvoudiger.

- De financiële drempel voor preventieve gezondheidszorg blijkt vaak nog hoog: het gratis aanbieden van bijvoorbeeld een griepvaccin zou in overweging genomen moeten worden.

- Huisartsen moeten voldoende rekening houden met culturele waarden en verwachtingspatronen, en zich ervan bewust zijn dat zij zelf ook vanuit een bepaald cultureel kader denken en handelen.

- Het patiëntenbestand wordt stilaan superdivers, en daarom zou het goed zijn dat die superdiversiteit ook terug te vinden is bij de huisartsen zelf. Studenten met een buitenlandse herkomst zouden aangemoedigd moeten worden om een opleiding in de richting zorg of gezondheid te volgen.

- Artsen moeten voldoende aandacht hebben voor communicatieve vaardigheden.

- Uit het onderzoek blijkt dat er best meer financiële middelen beschikbaar gesteld worden voor tolken, cultureel bemiddelaars en vertalende telefoondiensten.

- Naast meertalige folders kunnen ook visuele hulpmiddelen zoals iconen en ander beeldmateriaal de taalbarrière helpen opheffen.

- Het gebruik van GMD+ moet aangemoedigd worden. Door de overlap met het globaal medisch dossier weg te werken en het programma gebruiksvriendelijker te maken kunnen artsen gestimuleerd worden om GMD+ in gebruik te nemen. Daarnaast blijkt de vergoeding die artsen krijgen voor het invullen van het GMD+ niet in verhouding met de geïnvesteerde tijd. Het is ook wenselijk de vragenlijst aan te bieden in andere talen dan het Nederlands. Om de vragenlijst completer te maken zou er ook gevraagd moeten worden naar sociale factoren, en zou de vraag naar de mentale gezondheidstoestand – die in de laatste editie weggelaten werd – opnieuw moeten opgenomen worden.

Banner foto: ep_jhu
Tekst foto: Dmitry Kirillov / World Bank 

Foto's
Creative commons

Reactie toevoegen