Eindverslag expertenpanel gedwongen adopties
Vandaag heeft het expertenpanel gedwongen adopties een eindrapport overgemaakt aan minister Jo Vandeurzen.
Vlaams minister van Welzijn, Volkgezondheid en Gezin. De minister neemt de aanbevelingen ter harte. Hij zal werk maken van de oprichting van een afstammingscentrum.Het expertenpanel werd in november 2014 opgericht door minister Vandeurzen, mede naar aanleiding van verschillende getuigenissen in de media over gedwongen adopties in het verleden. Het panel werd gevraagd om advies te geven over de wegen om tot erkenning en herstel te komen voor slachtoffers en om beleidsaanbevelingen te formuleren.In een resolutie van het Vlaams Parlement werd bovendien gevraagd naar een analyse van de situaties, een advies over een DNA-databank en een onderzoek naar de problematiek van de metiskinderen. Dat rapport werd vandaag overhandigd aan minister Vandeurzen.Er werden 19 aanbevelingen gegeven:
Erkenning en herstel
Om individuele vragen te kunnen beantwoorden vraagt het panel een onafhankelijke dienst die helpt bij zoektochten van geboorteouders en geadopteerden. Deze onafhankelijke dienst zou deel kunnen zijn van een (nog op te richten) groter afstammingscentrum waarin ook andere vragen gerelateerd aan afstamming kunnen opgenomen worden. In het kader van deze zoektochten is het panel voorstander van de oprichting van een DNA-databank met geanonimiseerde gegevens. Ze zien dit niet enkel binnen het kader van gedwongen adoptie. Ook de ruimere afstammingsvragen zouden hierbij in overweging moeten genomen worden. Naast deze databank zal ook een register nodig zijn en mag de nodige zorg voor de vraagstellers niet ontbreken. Het panel vroeg ook een wettelijke regeling rond de bewaring van adoptiedossiers en toont zich heel tevreden met het feit dat dit nog voor de afronding van de werkzaamheden gerealiseerd werd met het decreet van 20 maart 2015. Het panel vraagt een blijvend aanspreekpunt voor slachtoffers van gedwongen adoptie. 1712 wordt als een positieve, maar tijdelijke oplossing gezien aangezien de oorspronkelijke bedoeling van 1712 het beantwoorden van vragen rond geweld is. Hierbij suggereert het panel om dit blijvend aanspreekpunt mee op te nemen binnen het afstammingscentrum (zie verder). ·Meer informatie over 1712 en gedwongen adoptie: http://www.kindengezin.be/adoptie/nazorg/#Gedwongen-adoptiesHet panel vindt ook dat een collectieve erkenning van het gedane leed noodzakelijk is. Hierbij pleit het panel voor een verontschuldiging van het Vlaams Parlement omdat het zo laat gereageerd heeft op de meldingen van gedwongen adopties.Daarnaast vraagt het panel om te onderzoeken of er een tastbare herinnering kan gegeven worden aan de geschiedenis van adoptie -met aandacht voor gedwongen adopties- en aan de geschiedenis van metiskinderen. Een tentoonstelling binnen die van de geschiedenis van de jeugdzorg is een mogelijkheid. Voor de metiskinderen wil het panel dezelfde aanbevelingen doen als voor de geadopteerden die na dwang in adoptie geplaatst worden. Daarbij pleit het panel dus ook voor de centralisatie van alle dossiers in een dienst.
Nieuwe regelgeving rond binnenlandse adoptie
Voor de regelgeving binnenlandse adoptie doet het panel verschillende aanbevelingen. De begeleiding van geboorteouders wordt volgens het panel best opgenomen door een erkende dienst die financieel onafhankelijk functioneert van het aantal kinderen dat effectief wordt afgestaan voor adoptie. Een subsidiëring van binnenlandse adoptiediensten is daarbij noodzakelijk waarbij een bundeling van hun expertise een meerwaarde kan zijn. Gelet op de wijze waarop de toestemming van geboorteouders in het verleden (niet) verkregen werd, doet het panel een sterke aanbeveling om alle geboorteouders te informeren over hun toestemming tot adoptie.Een adoptie zou enkel mogen worden uitgesproken als dit informeren grondig is gebeurd, ook bij adopties van kinderen die op voorhand gekend zijn door de adoptieouder(s) (bv. stiefouderadopties). Minderjarige geboorteouders moeten een aangepaste zorg en begeleiding krijgen.Het panel vindt een centrale registratie van het aantal adopties in Vlaanderen ook dringend noodzakelijk. Een regeling rond de bewaring van adoptiedossiers moet ook van toepassing zijn op adopties van ‘gekende’ kinderen. Voor binnenlands geadopteerden moet er een inzagerecht komen zoals dat er is voor buitenlands geadopteerden het geval is. Geboorteouders kunnen (identificeerbare) gegevens enkel krijgen mits toestemming van alle partijen. Om iedere ongepland zwangere de juiste ondersteuning te kunnen aanbieden moet er informatie over de keuzemogelijkheden op een vlotte manier beschikbaar zijn. Daarom vraagt het panel om te voorzien in een portaalwebsite waarin alle informatie voor ongepland zwangeren wordt openomen.Het panel ziet een grote nood naar een brede maatschappelijke sensibilisering zodat ook de (niet-professionele) organisaties bij de doelgroep op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Een informatie-en sensibiliseringcampagne voor de eerstelijnszorg kan de groep professionele hulpverleners ondersteunen.Tenslotte onderlijnt het panel de noodzaak tot het ontwikkeling van een regeling rond anonieme/discrete bevalling. Het perspectief van alle partijen en hun belangen moeten bij een dergelijke regeling meegenomen worden.
Problematiek rond afstamming
Tijdens de debatten over de gedwongen adopties komen gelijkenissen met recente ontwikkelingen zoals anoniem donorschap en draagmoederschap vaak aan bod. Een grondig debat over afstammingsvragen is dan ook noodzakelijk om te voorkomen dat er in de nabije of verre toekomst opnieuw vragen gesteld moeten worden over de bescherming van de betrokken partijen.Het panel ziet dit rapport als een beginpunt en hoopt dat deze aanbevelingen leiden tot daadwerkelijke veranderingen in de context van het adoptiegebeuren maar ook ruimer, met name in alle materies die met afstamming te maken hebben.Minister Vandeurzen dankt iedereen die aan de redactie van het rapport heeft meegewerkt. Het rapport is van een hoge kwaliteit. Minister Vandeurzen zal nu op zijn beurt het rapport overmaken aan het Vlaams Parlement en drukt de hoop uit dat ze daar in alle sereniteit besproken zal worden. Ondertussen zal de minister de beleidsaanbevelingen grondig analyseren en bekijken op welke wijze ze, eventueel, omgezet kunnen worden naar de praktijk. Een aantal beleidsaanbevelingen vallen onder de federale bevoegdheid. Minister Vandeurzen zal deze overmaken aan zijn federale collega’s met de vraag om na te gaan welk nuttig gevolg eraan kan gegeven worden.
(bron: Belga)