Eén gezin op vijf krijgt te maken met energiearmoede

Platform tegen Energiearmoede publiceert eerste Barometer

De eerste Barometer Energiearmoede die van nu af aan op regelmatige basis zal worden gepubliceerd, toont aan dat 14% van de Belgische gezinnen een te groot deel van hun beschikbaar inkomen aan energiekosten besteden. 4,6% van die gezinnen besteden dan weer veel minder aan energiekosten dan gezinnen die in een gelijksoortige situatie leven. En dan is er nog de 3% die op subjectieve manier zegt dat ze het financieel moeilijk hebben om hun woning te verwarmen.

 

Conclusie is dat in totaal 21,3% van de gezinnen of 1 op 5 af te rekenen heeft of kan hebben met energie-armoede. De Barometer Energiearmoede is de eerste realisatie van het Platform tegen Energiearmoede dat recent werd opgericht onder beheer van de Koning Boudewijnstichting. Het Platform verenigt relevante maatschappelijke spelers/belanghebbenden die samen het verschil kunnen maken en wil daartoe alle beschikbare expertise verzamelen. Het is geen spreekbuis van eender welke belangengroep en werkt volledig onafhankelijk.

Resultaten

In 2013 besteedde 14% van de Belgische gezinnen een te groot deel van hun inkomen aan energiekosten. Het gaat om 61 euro per maand boven het aanvaardbaar bedrag op basis van hun beschikbaar inkomen. Gezinnen zonder arbeidsinkomen zijn duidelijk kwetsbaarder voor energiearmoede dan andere gezinnen. Maar zelfs gezinnen met één of twee inkomens uit arbeid zijn nog niet helemaal zonder zorgen. Zo leeft ongeveer 9% van de gezinnen met één inkomen uit arbeid in gemeten energiearmoede (gEA) en meer dan 4% heeft te maken met de andere vormen van energiearmoede (vEA en sEA).

Daarnaast is er ook een gering percentage (minder dan 2%) van gezinnen die in gemeten energiearmoede leven hoewel ze beschikken over twee inkomens uit arbeid. Wat de factor verborgen energiearmoede betreft is bij 4,6% van de gezinnen de energiekost merkelijk lager dan bij gezinnen die in een gelijkaardige situatie leven. Zij betalen ongeveer 94 euro per maand minder dan de referentiegezinnen.

Volgens de subjectieve indicator verklaart 5,7% van de gezinnen dat ze het financieel moeilijk hebben om hun woning te verwarmen. Slechts enkele van die gezinnen (2,9%) overlappen met de objectieve indicatoren. Dat brengt het totaal aantal gezinnen dat de facto of potentieel met energiearmoede wordt geconfronteerd op 21% of één familie op 5 in België. Uit de evolutie van de indicatoren blijkt dat de situatie sinds 2009 niet is verbeterd. Vooral in Vlaanderen en Wallonië is de subjectieve energiearmoede sterk gestegen en hebben steeds meer gezinnen het moeilijk om hun verwarmingsfactuur te betalen.

Opvallend is dat minstens 43% van de gezinnen die getroffen worden door een van de drie vormen van energiearmoede volgens de statistieken niet in een ‘armoederisico’ verkeren. Dat kan omdat bij het armoederisico enkel rekening wordt gehouden met het inkomen, terwijl de indicatoren inzake energiearmoede ook andere factoren in aanmerking nemen, zoals de woningkosten of de invloed van de energiefactuur. Bijzonder kwetsbaar voor de verschillende vormen energiearmoede zijn eenoudergezinnen – waarvan meer dan 80% met een vrouw als gezinshoofd – alleenstaanden en gezinnen met een alleenstaande oudere. Die laatsten worden vaak geconfronteerd met een aanzienlijke daling van hun inkomen terwijl ze nog steeds grote woning moeten blijven verwarmen.

Regionale verschillen

In het Brusselse Gewest is de verborgen armoede bijvoorbeeld veel hoger dan in de andere gewesten. Het is trouwens een algemene vaststelling dat deze verborgen energiearmoede hoger ligt in dichtbevolkte gebieden. Dat heeft niet enkel te maken met het feit dat er meer huurders in energiearmoede zitten dan eigenaars van woningen, maar ook met het feit dat alleenstaanden en eenoudergezinnen meer vertegenwoordigd zijn in de steden. In het Waals Gewest en in Vlaanderen kende de indicator van de subjectieve energiearmoede een duidelijke stijging tussen 2009 en 2013. In het Brussels Gewest deed er zich op dat vlak een daling voor. In het Waalse Gewest wordt het grootste aantal getroffen gezinnen vastgesteld en het grootste verschil in verhouding tot het niveau van ‘aanvaardbare’ uitgaven.

(bron: www.kbs-frb.be)