Durf een AED te gebruiken

Bijsluiter

Ik ben trots op mijn neefje. Hij runt een populaire horecazaak in hartje Leuven en redde zo maar eventjes het leven van een klant. De man zeeg van zijn stoel, had een hartstilstand en mijn alerte neef gebruikte meteen een AED-toestel terwijl zijn medewerkster de hulpdiensten verwittigde. Een AED is een automatisch externe defibrillator: zo’n draagbaar toestel dat een elektrische schok toedient aan het hart bij levensbedreigende ritmestoornissen. Dat had hij dus gedaan, waardoor de man zijn hartstilstand overleefde. 

Nu is hij onze held. En terecht. Er is lef nodig om zo’n toestel aan te leggen wanneer iemand bewusteloos neervalt. Uit Brits onderzoek waarin gegevens verzameld waren van bijna 17.000 hartstilstanden in een ruimte met omstaanders, blijkt dat slechts 2,4% van de slachtoffers een schok kreeg toegediend. Omstaanders aarzelen, ze durven het toestel niet te gebruiken, luidt een van de verklaringen. Toch mag je geen schrik hebben om een AED in te schakelen. Zodra je het toestel aanzet, geeft het eenvoudige gesproken instructies. In principe kan je niets fout doen. Stel dat het slachtoffer helemaal geen hartstilstand heeft, maar een ordinaire appelflauwte of flauwvalt door een overdosis drugs, dan registreert het toestel dat en dient het geen elektrische schok toe. Je kan dus niemand elektrocuteren. 

(Lees verder onder de cartoon.)





In België hangen bij tussen 8.000 en 10.000 AED-toestellen in openbare ruimten, in bedrijven, sportclubs en horecazaken. Daarvan is 70% privé-eigendom, dus betaald door de het bedrijf of, in geval van mijn neef, het restaurant.  Alle toestellen samen redden per jaar slechts 6 tot 28 levens van de naar schatting 9.000 mensen die jaarlijks getroffen worden door een hartstilstand, zo becijferde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg in het najaar van 2017. De impact van AED-toestellen is dus zeer beperkt. De belangrijkste reden is dat de meeste hartstilstanden zich simpelweg niet voordoen in openbare ruimten met omstaanders. Dat blijkt slechts voor 15% het geval. Wie getuige is van een persoon die plots ineenstuikt, moet meteen aan de mogelijkheid van een hartstilstand denken en het AED-toestel weten hangen. Om het leven proberen te redden heb je welgeteld zes minuten. In die luttele minuten moet je onmiddellijk de hulpdiensten bellen (112), je kan de pols voelen (een afwezige pols is een teken van hartstilstand) en als je een AED-toestel weet hangen, het meteen erbij halen en de instructies volgen. Haal je dat allemaal en heeft het slachtoffer inderdaad een hartstilstand, dan is een schok helaas nog geen garantie dat hij of zij het overleeft. Ook als alles volgens het boekje verloopt, heeft het slachtoffer minder dan 30% kans om gered te worden. Hoe sneller de schok gegeven wordt, hoe beter de overlevingskansen, maar toch. Besef vooral dat het nooit jouw schuld is, wanneer de reanimatie niet slaagt. Alles is beter om een leven proberen redden, dan om niets te doen of te panikeren.

 

Tags
137
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.