Diversiteit: het nieuwe normaal?

Geadopteerden spreken vrijuit over hun ervaringen

Op vraag van het Steunpunt Adoptie interviewden Michel Vandenbroeck en Ann Buysse van de Universiteit Gent 30 (jong)volwassen geadopteerden. Het onderzoek toont vooral hoe verschillend adoptie wordt ervaren.

Adoptie wordt adaptatie

Het onderzoek spitst zich toe op zes binnenlands en 24 buitenlands geadopteerden, samengebracht in vijf focusgroepen. De deelnemers hebben verschillende leeftijden en achtergronden, en komen uit diverse herkomstlanden. Ze groeiden op met broers en zussen die biologische kinderen van hun ouders waren of ook geadopteerd waren. Sommigen hadden een goede relatie met hun ouders, anderen niet. Voor sommigen is de adoptiestatus heel belangrijk, maar niet voor iedereen en niet altijd. Uiteraard verschilt ook de context waarin ze zijn opgegroeid. De deelnemers aan het onderzoek waren bijzonder open en zorgzaam voor elkaar, wat zorgde voor veel interactie, emotie, vertrouwen en humor.

Het is duidelijk dat er evenveel verschillen als gelijkenissen opduiken tussen adoptiekinderen. Adoptiegevoelens volgen niet de logica van de buitenwereld. Onze samenleving begrijpt er niet veel van. Daarom passen velen hun gedrag aan, adoptie wordt adaptatie.

Je bent meer dan je adoptie

Meerdere volwassen geadopteerden zeggen dat ze nog vaak bezig zijn met hun adoptie. Adoptie is er altijd, maar is niet op elk moment relevant. Dat heeft vaak te maken met identiteit. Het is niet altijd duidelijk wat door de opvoeding is meegegeven of wat genetisch is. Als geadopteerde zie je er vaak anders uit dan je je voelt. Op die manier worden ze geconfronteerd met het anders-zijn.

Mensen uit hun omgeving schatten de situatie fout in. “Ik spreek geen Chinees en ik lust het niet”, zegt een van de deelnemers. Uit die reactie spreekt een irritatie, ja zelfs boosheid. Geadopteerden moeten soms hetzelfde verhaal eindeloos herhalen en steeds dezelfde intieme vragen beantwoorden. Veel mensen bedoelen het goed, maar de grens tussen humor, racisme en ongewenste intimiteiten is soms dun. Dat blijkt ook uit de volgende getuigenis. “Er sprak eens iemand die ik niet kende me op straat aan en die zei: ‘Ik heb kalaripayattu (een Indische gevechtskunst, nvdr) gevolgd’. En die begon dat op straat te demonstreren. Wij zouden dat ook eens moeten doen, naar een Belg stappen en zeggen: ‘Zeg, ik kan de vogeltjesdans’.”

Steun zoeken en vinden

Meerdere geadopteerden zeggen dat luisteren en hulpvaardigheid hun sterktes zijn en ze schrijven dat ook toe aan hun adoptiestatus. Anderen hebben het moeilijk om iemand echt te vertrouwen. Het duurt lang voor ze iemand toelaten in hun leven.

De openheid van het adoptiegezin en van kennissen kan een grote steun zijn. “Ik heb jaren geklaagd en gezaagd dat ik niet uit de buik van mijn moeder kwam, zoals mijn zus. Op een dag heeft mijn moeder mij gezegd: ‘Ik weet het, jij had dat liever gewild maar het is nu zo. Jij komt niet uit mijn buik, maar wel uit mijn hart’. Had mijn moeder me dat zo niet gezegd dan weet ik dat ik het daar nu nog moeilijk mee zou hebben.”

Het zoeken naar gegevens over de biologische ouders komt slecht sporadisch aan bod in de gesprekken. Reizen naar het geboorteland houdt vele deelnemers wel bezig. Soms zoeken ze informatie of willen ze gewoon kennismaken met het land van herkomst. De emotionele houding tegenover de adoptie kent pieken en dalen, maar verandert voortdurend. “Ik ben heel blij met mijn leven hier en tegelijk heel nieuwsgierig hoe het daar had kunnen zijn. Dat is één groot fictieverhaal.” Die tegenstrijdige emoties zijn voor de geadopteerden zelf moeilijk te begrijpen, laat staan dat ze die kunnen uitleggen aan de buitenwereld.

“Als iemand mij vraagt of ik een andere Indische ken, dan zeg ik: ‘Ja, we zijn maar met 1,2 miljard en komen elke week samen’.”

Therapeutische hulp kan helpen om de adoptie ‘een plaats te geven’. Er zouden meer hulpverleners moeten zijn die meer weten over nazorg bij adoptie. En die nazorg is niet alleen de eerste jaren na de adoptie belangrijk. Dat blijkt uit deze getuigenis: “Ik heb geen problemen met het geadopteerd zijn. Ik zou daar niet willen leven. Maar ik heb wel een probleem met het afgestaan zijn en dat verschil tussen die twee is iets wat veel mensen niet begrijpen.” Contact tussen adoptieouders onderling betekent veel voor de kinderen. Zo kunnen ze lotgenoten ontmoeten. Net zoals sommigen de focusgroepen tijdens het onderzoek ‘een feest van herkenning’ noemden.

Onze samenleving laat adoptie toe, maar begrijpt er niet veel van. Er is veel onwetendheid in de samenleving. Een klassiek voorbeeld is het aanspreken van geadopteerden in een andere taal. De ‘zichtbare’ kant van adoptie kan ook een voordeel zijn. Door hun fysieke verschijning roepen geadopteerden met een andere huidskleur nieuwsgierigheid. Binnenlands geadopteerden valt het moeilijker het thema aan te snijden.

Maar de onwetendheid, nieuwsgierigheid en stereotypering van de buitenwereld is vaak vervelend. Soms voelt het zelfs aan alsof er grenzen overschreden worden. Dat gevoel heeft een impact op het dagelijkse leven van geadopteerden. Sommigen passen zich aan. Ze luisteren, zijn empathisch en beantwoorden vragen met standaardantwoorden of humor. “Als iemand mij vraagt of ik een andere Indische ken, dan zeg ik: ‘Ja, we zijn maar met 1,2 miljard en komen elke week samen’.” Iemand anders past ook zijn gedrag aan: “Ik zal nooit foto’s nemen op een toeristische plaats. Ik gedraag me goed, want ik wil de Chinezen niet in een negatief daglicht stellen.”

Het kan nog beter

De onderzoekers formuleren een aantal aanbevelingen aan het steunpunt Adoptie. Een aanbod voor geadopteerden moet meer zijn dan ‘op zoek gaan naar de roots’. Het moet ook ontmoetingen mogelijk maken, ook voor oudere geadopteerden. De hulpverlening heeft nood aan informatie over adoptie-sensitiviteit. De weg naar de gespecialiseerde hulpverlening is niet makkelijk te vinden. Daarnaast willen de onderzoekers aan de hele samenleving duidelijk maken dat adoptie gewoon is. Ze benadrukken de normaliteit van de diversiteit.

>> A. Buysse & M. Vandenbroeck, Focusgroepenonderzoek over nazorg aan Geadopteerden, UGent en Steunpunt Adoptie, 2015.

>> www.steunpuntadoptie.be  

>> Alle quotes zijn anoniem en afkomstig uit het onderzoek.

Foto's
An-Sofie Soens

Reactie toevoegen