Diabetes bij jongeren

Onderzoek naar invloed van adolescentie op diabetes

Sandra Martens, studente Verpleegkunde aan de Odissee Hogeschool in Sint-Niklaas, ontvangt voor haar bachelorproef de bacheloraward van het Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen en Vroedvrouwen (NVKVV). Zij schrijft in haar bachelorproef over de invloed van adolescentie op diabetes en geeft daarbij ook tips aan jongeren én hun ouders.

Puber zijn is verwarrend, zeker met diabetes

De adolescentie is voor een jongere met diabetes vaak nog verwarrender dan voor andere jongeren. Sandra legt uit: "De jongere wil zelfstandiger leven en zich losmaken van zijn zorgfiguren. Maar pas na hun zestiende komen de hersenfuncties tot ontwikkeling. Daarom kunnen jongeren nog niet goed vooruitdenken, plannen en organiseren. Tieners willen de diabetesbehandeling zelf in handen nemen, maar zijn daar eigenlijk nog niet rijp voor. De sterke emoties van de adolescent zorgen voor meer adrenaline, wat op zijn beurt voor een stijging van de glycemie kan zorgen.

Leeftijdsgenoten worden steeds belangrijker en jongeren willen erbij horen. "Patiënten vinden dat diabetes hen anders maakt, en dat is net was ze niet willen. Ze proberen hun diabetes vaak te verbergen en doen mee met het eet‐ en drinkpatroon van hun leeftijdsgenoten. Ook de eerste stapjes in de liefde worden gezet. Sommige diabetespatiënten wijten mislukkingen in de liefde wel eens aan hun diabetes en verzwijgen het daarom liever. Daarnaast zijn ze ook bang voor een hypo tijdens het vrijen. Dat is onterecht, maar de angst blijft", schrijft Sandra.

Tips voor ouders

Ook jongeren met diabetes experimenteren met alcohol, uitgaan, drugs... "Het is belangrijk om als ouder enkele duidelijke, niet te overschrijven grenzen te stellen. Maar binnen die grenzen moet er ruimte zijn om te groeien. Jongeren gaan af en toe over de grens. Het is dan belangrijk dat er in het gezin een sfeer van openheid en vertrouwen heerst. Dwars tegen je tiener ingaan heeft meestal geen zin. Strenge regels lokken halsstarrigheid uit. Liefde, genegenheid, begrip voor de situatie en aanmoedigen hebben wel positieve resultaten. Als jongeren vertrouwen krijgen, proberen ze dat vertrouwen waard te zijn. Als ze toch falen heeft het geen zin hen met de vinger te wijzen", raadt Sandra aan.

"Benoem glycemiewaarden niet als slecht, maar zeg bijvoorbeeld dat ze niet binnen het streefdoel vallen. Vervorm hoge emotionele cijfers tot ‘actiecijfers’. Uit internationaal onderzoek is gebleken dat ook op deze leeftijd een beloningssysteem heel goed werkt. Vooral sociale beloningen, zoals een uitstap maken, zijn effectief. Het is belangrijk om jongeren nooit te belonen voor goede glycemiewaarden, maar wel voor het goed uitvoeren van handelingen (bv. meten, spuiten, bolussen, koolhydraten tellen). Op die manier wordt het voor de tiener de moeite waard zich in te zetten voor iets wat hij/zij liever niet zou doen", zegt Sandra.

http://www.odisee.be/verpleegkunde

 

Foto's
Odisee Sint-Niklaas