De essentie volgens William Boeva

“Al lachend zegt de zot de waarheid"

En dat doet William Boeva ook: scheve situaties aankaarten met humor. “Meestal zit er inderdaad wel een boodschap achter mijn grappen. Al komt die niet altijd bij iedereen even goed over. Vaak ben ik al blij dat ik mijn eigen frustraties van me af kan spelen op het podium.”

“De grens tussen wat grappig en irritant is, is soms dun. Ook lachen en huilen liggen dicht bij elkaar. Die grenzen zoek ik graag op, want pijnlijke dingen kunnen ook heel grappig zijn.” In zijn show Reset geeft hij er meteen een voorbeeld van. “Echt gebeurd en zo pijnlijk dat ik het eerst niet wilde vertellen, maar na een paar maanden vond ik dat ik het toch moest gebruiken. Omdat ik wil dat mensen weten hoe het is om met een handicap te leven.” Soms is dat kak. Letterlijk, zo blijkt.

Thuis heeft William een aangepast Japans toilet met sproeier en blazer, wat hem helpt met de hygiënische handelingen na het toiletbezoek die niet zo goed lukken op de gebruikelijke manier omdat zijn armen zo kort zijn. Maar op een keer werd de nood zo hoog onderweg naar huis, dat hij moest stoppen aan een toilet van een tankstation, dat uiteraard niet aangepast was. Wie wil weten hoe hij dat opgelost heeft, moet naar Reset gaan kijken. “Het wordt me wel eens verweten dat ik te veel dwergenmoppen maak. Om dat te kunnen doen, moet je je handicap zelf al aanvaard hebben. Daar heb ik toch meer dan twintig jaar over gedaan. Dan vind ik dat ik het in mijn voordeel mag gebruiken. Trouwens, andere comedians gebruiken toch ook anekdotes uit hun dagelijkse leven, waarom zou ik dat dan niet doen? Mijn handicap heeft zo’n impact op mijn leven dat het evident is dat mijn dagelijkse anekdotes erdoor beïnvloed worden.”

“Je kan zeggen en doen wat je wil, dood gaan we toch. En tot het zover is maken we er maar het beste van.”

Als kind onderging hij heel wat operaties om zijn armen en benen te verlengen. “Dat waren zware ingrepen, maar ze hebben wel geholpen. Ik zweer bij het spreekwoord: waar je niet van doodgaat, daar word je sterker van. Dat is bij mij in ieder geval zo. Ik heb heel goed leren relativeren door mijn handicap.”

Gelijke kansen, een utopie?

Door de vele operaties was William vaak lang niet op school. Bednet – het initiatief dat zieke kinderen de lessen vanop afstand laat meevolgen – bestond nog niet. “Er was wel een ziekenhuisschool, maar ik werd in Namen geopereerd, dus die was in het Frans. Als zesjarige heb je daar niet veel aan natuurlijk. Gelukkig kreeg ik een goede portie verstand mee en heb ik nooit problemen gehad op school, ondanks de lange afwezigheden. Mijn ouders geloofden ook in mij en stonden altijd klaar om te helpen. Op school stonden vriendjes te springen om mijn rolstoel te mogen duwen.” William gebruikt nu nog af en toe een rolstoel voor wat langere afstanden. Hij blijft ervan versteld staan hoe moeilijk het op sommige plekken is om je te verplaatsen met een rolstoel. Hoe schots en scheef de voetpaden erbij liggen en hoeveel onnodige drempels – letterlijk en figuurlijk – er zijn om ergens binnen te raken. “Maar de rolstoel ligt voor de zekerheid toch altijd in mijn auto voor noodgevallen”, vertelt William.

 

“Ondertussen vervangt mijn auto steeds meer mijn rolstoel, wat ook niet altijd ideaal is in een land dat al zo verzadigd is met auto’s. Het is voor iedereen moeilijk om parking te vinden, zeker in de stad. Maar als je geen vier straten verder kan parkeren omdat je niet zover kan stappen, wordt het extra moeilijk.” “In mijn straat in Antwerpen zijn er twee parkeerplaatsen voor mensen met een handicap. Maar heel erg vaak zijn die plaatsen bezet door mensen zonder parkeerkaart voor mensen met een handicap. Als ik ’s nachts om één uur thuiskom, kan ik dus vaak niet in mijn eigen straat parkeren. Ik begrijp de frustratie van mensen in de stad die altijd op een aanzienlijke afstand van hun huis moeten parkeren. Maar als je geen handicap hebt, dan kan je die afstand naar huis wandelen. Ik kan dat niet. Ik moet de politie bellen, een auto laten wegslepen, en voor je het weet is het drie uur ’s nachts voor je in bed ligt. Het is erg vervelend om die auto te laten wegslepen, maar anders kan ik niet naar huis. Ergens snap ik wel dat mensen er niet bij stilstaan als ze zelf of in hun omgeving niet met handicaps geconfronteerd worden. Het is gewoon onwetendheid. Dat merk ik soms zelfs bij mijn vrienden. Als ze mijn rolstoel duwen, beseffen ze pas hoe slecht de straten erbij liggen.”

“Het is mij al veel waard als mensen erover nadenken”, aldus William. ”Als ze zich gewoon al afvragen of het misschien toegankelijker zou kunnen. En als het niet lukt, of het is echt te moeilijk, dan is het ook maar zo. We leven niet in een utopie waar iedereen overal kan geraken en waar iedereen gelijke kansen heeft, dat is gewoon zo. Het is al fijn als mensen de moeite doen om er tenminste even bij stil te staan.”

De ouders van William kregen vroeger een aantal keer het advies om hem naar het buitengewoon onderwijs te laten gaan, maar hebben er altijd op gestaan hem naar een gewone school en het algemeen secundair onderwijs te sturen. En terecht, vindt William zelf. “Er is toch een groot verschil tussen een fysieke en een mentale handicap? Vroeger leek men daar niet altijd rekening mee te houden. Ik kon perfect mee op school, maar heb toch moeten vechten tegen vooroordelen van mensen die vonden dat ik blijkbaar in het buitengewoon onderwijs thuishoorde. Ik heb zelfs een IQ-test moeten afleggen voor ze zeker waren dat ik het wel zou aankunnen. Op school hangt ook veel af van hoe de directie staat tegenover leerlingen met een handicap. Toen ik in het middelbaar bij De Dames op de Meir in Antwerpen terechtkwam werd ik er echt ontvangen als een koning. Ik heb er graag op school gezeten.”

Rolstoel als attractie

Williams ouders hebben hem altijd aangespoord om te doen wat hij kan. “Als het niet lukte, dan hielpen ze natuurlijk wel”, zegt William. “Maar ik moest het eerst zelf proberen. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik dat nu ook nog altijd probeer. Ze hebben er nooit de focus op gelegd wat ik niet kon. Hetzelfde geldt voor mijn vrienden. We gingen samen naar zee in plaats van op wintersport, omdat ze wisten dat ik niet kan skiën. Of misschien was er wel niemand bij die graag op wintersport ging, dat kan ook. (lacht) Misschien koos ik onbewust wel de juiste vrienden op dat vlak. Ik bracht veel tijd met mijn vrienden door in de rolstoel. Zij zagen die rolstoel als een attractie en konden er al snel beter mee rijden dan ikzelf. Zo zat ik vaak op een bankje te kijken hoe mijn vrienden met een rotvaart een helling af denderden op twee wielen. Dat gaf me wel het gevoel dat het niet erg was wat ik had. Het was bijna eerder een pluspunt. Ik bracht de ‘attractie’ mee. Het was nooit een probleem, mijn handicap was bijna mijn sterkte. Dat heeft wel geholpen het te aanvaarden.”

Zijn handicap heeft William goed leren relativeren. “Soms zeggen mensen tegen mij: het is toch straf dat je zo goed omgaat met je handicap, dat je zo vaak positieve boodschappen brengt. Maar ik denk dat die mensen vergeten dat je eerst heel diep moet zitten vooraleer je er gezond mee leert omgaan. Je kan niet lopen voor je gekropen hebt. Je moet door een berg stront voor je kan denken: wat maakt het allemaal eigenlijk uit? Je kan zeggen en doen wat je wil, we gaan toch allemaal dood. En tot het zover is maken we er maar het beste van. Als je dat kan denken, ben je vrij. Dan denk je niet meer na bij wat mensen over jou denken. En dan ben je gelukkig.”

>> www.williamboeva.be

Foto's
Stephan Van Fleteren
Om commentaar te kunnen toevoegen moet u aangemeld zijn of indien u nog geen profiel hebt kan u zich hier registeren.