Dat heet dan gelukkig zijn

Een bevraging over het welzijn van kinderen in de provincie Antwerpen

Tussen begin oktober en eind december 2016 werden bijna 14.000 kinderen uit het vierde, vijfde en zesde leerjaar uit de provincie Antwerpen ondervraagd over hun voelen, doen en denken op het vlak van welzijn en gezondheid. Kinderen die verstandig omgaan met hun ‘genotsmiddelen’ zoals snoep, frisdrank, chips, computer en tv, zullen later als jongere of volwassene minder problemen krijgen met alcohol- en andere drugs. Het onderzoek van de Provincie Antwerpen kaderde in het thema drugspreventie, maar de onderzoekers wilden verder gaan: welke van de onderzochte deelthema’s hangen samen met gelukkig zijn?

Geluk is een containerbegrip, iets ongrijpbaars, vinden de onderzoekers. Negatieve ervaringen in de vroege kindertijd kunnen wel voorspellend zijn voor een negatieve fysieke en mentale gezondheidstoestand een half jaar later, blijkt uit onderzoek van Felliti en Ganda. Daarom probeerden de onderzoekers een beter begrip te krijgen van ‘welzijn’ en wat daarmee samenhangt. Ze willen het niet hebben over gelukkig ‘moeten’ zijn, maar wel over wat er nodig is om gelukkig te ‘kunnen’ en ‘mogen’ zijn. De onderzoekers benadrukken dat dit onderzoek geenszins ‘af’ is, maar dat de vragen eerder zelfs nog meer vragen oproepen.

De harde cijfers

Het onderzoek werd gevoerd in het najaar van 2016 bij 13871 kinderen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar in scholen in de provincie Antwerpen. Het gaat over 57 gemeenten, 163 scholen en 762 klassen. Ze kregen een digitale vragenlijst met 72 vragen.

Zeven op tien kinderen geven zichzelf een acht op tien op geluk. 78% heeft veel of heel veel vrienden, en 54% wordt nooit gepest. 87% kan met zijn of haar problemen meestal of altijd terecht bij mama of papa. Daarnaast kan een meerderheid ook terecht bij een vriend of vrienden, of bij de juf of meester. Hoewel zeven op de tien  kinderen graag of heel graag naar school gaan, is 94% toch liever thuis. Niet geheel onverwacht valt de speeltijd meer in de smaak dan de lessen (86% t.o. 59%).

De gemiddelde tijd die de kinderen in bed doorbrengen is 10,3 uur. 47% heeft een gsm. Die gebruiken ze vooral voor berichtjes, maar ook voor spelletjes en om te telefoneren. 25% gebruikt Facebook, 72% van hen heeft er een eigen profiel. Andere populaire apps zijn (in volgorde): YouTube, Skype, Snapchat, WhatsApp, Instagram, Twitter, Messenger. 99% heeft thuis een tv, 69% daarvan kijkt (bijna) elke dag. 86% van de ouders weten meestal of altijd naar welke programma’s. 72% van de kinderen heeft een spelconsole.

21% van de kinderen drinkt (bijna) elke dag zoete frisdrank. 19% snoept (bijna) elke dag. 65% eet (bijna) elke dag vers fruit. 35% heeft al alcohol geproefd, terwijl 33% later geen alcohol wil drinken. 2% heeft al tabak geproefd.

Om het hoofdstuk cijfers af te sluiten: driekwart vond het invullen van de vragenlijst leuk of zeer leuk, en 74% voelde zich ook zeer goed in zijn vel.

 

Gelukkige en ongelukkige verbanden

Er is geen verband tussen gelukkig zijn en geslacht, tussen geluk en leeftijd, geluk en het hebben van een gsm en tussen geluk en het gebruiken van een spelconsole. Gelukkig!

Jongeren die zichzelf gelukkig noemen hebben vaak veel vrienden, worden niet gepest, kunnen met hun problemen terecht bij veel mensen, gaan graag naar school, vinden hun juf of meester leuk en vervelen zich niet vaak.

Er zijn daarnaast ook significante verbanden tussen ongelukkig zijn en meer dan een uur per dag aan huiswerk besteden, minder dan acht uur slapen, meer dan drie uur per dag voor een scherm doorbrengen, (bijna) nooit vers fruit eten, thuis geen Nederlands spreken. Ook Facebookgebruik maakt op het eerste gezicht niet gelukkig.

Opgelet: het is niet duidelijk wat oorzaak en wat gevolg is!

Kinderen die gepest worden, kunnen minder vaak bij hun vrienden, mama of papa, juf of meester terecht. Hoe jonger de kinderen, hoe vaker ze aangeven gepest te worden. Kinderen die heel veel, of net heel weinig slapen, worden vaker gepest. Wie vaak gepest wordt, gebruikt dubbel zo vaak Facebook elke dag.

Jongens hebben vaker dan meisjes al gehoord over drugs, en hetzelfde geldt voor het proeven van alcohol. Kinderen van wie de ouders weten wat ze doen met smartphones, tablets en computers, spenderen hieraan minder tijd dan kinderen van wie de ouders minder goed op de hoogte zijn. Kinderen die vaak tv kijken, hebben al vaker over drugs gehoord. En wie veel tv kijkt, eet ook meer snoep, chips en drinkt meer frisdrank.

Ken je Thomas Modaal?

De onderzoekers maakten op basis van de gevonden verbanden en gegevens een profiel op van de ‘gemiddelde’ leerling. Zo ziet zijn leven eruit: 
Thomas is een jongen in de basisschool Sint-Pietersinstituut in Turnhout van 5a. Hij is net 10 jaar geworden. Hij is gelukkig en heeft veel vrienden. Hij wordt nooit gepest, wel soms geplaagd. Als er problemen zijn, kan hij terecht bij zijn mama/papa voor alles, bij zijn juf voor raad en bij zijn vriend en zijn hond voor troost. Thomas gaat graag naar school, vooral de speeltijd is leuk, en vindt zijn juf ook wel heel leuk, maar liefst is hij nog thuis.

Meestal is hij na een half uurtje van zijn huiswerk af, en dan kan hij naar de voetbalclub. Op zondag gaat hij ook naar de scouts. Voor de rest speelt hij vooral met zijn vrienden, Thomas heeft geen tijd om zich te vervelen. Soms speelt hij op verplaatsing en mag dan bij zijn vriend overnachten, de boterhammen zijn daar trouwens lekkerder.

Thuis spreekt hij Nederlands met papa en mama. Hij moet om 21 uur naar bed en wordt om 7u20 gewekt. Thomas heeft een laptop met internet, die hij moet delen met zijn zus. Zij zit met haar vriendinnen op Facebook, maar hij niet: da’s te flauw. Hij heeft wel een eigen e-mailadres: thomas_modaal50@hotmail.com. Er zitten toffe spelletjes op de tablet die hij elke dag gebruikt, maar nooit veel langer dan een uur. Dan begint zijn mama lastig te doen, of zijn zus. Thomas kijkt elke dag tv, zo’n uurtje. Als zijn vriend komt, spelen ze Playstation. Hij heeft geen gsm, maar zal er eentje krijgen voor zijn plechtige communie.

Thomas drinkt bijna nooit cola of ice-tea, eet bijna nooit chips, maar snoept een paar keer per week. Hij moet ook elke dag een stuk vers fruit eten. Thomas heeft nog nooit alcohol geproefd, zijn klasgenootjes ook niet, maar misschien drinkt hij dat later wel. Sigaretten stinken en je gaat er dood van. Thomas heeft al gehoord van cocaïne, van de rest niet.

Hij heeft met groot plezier de vragenlijst ingevuld, al vond hij die laatste vraag wel raar. En ja, gisteren was hij ook gelukkig.