Laat van je horen

Geef je mening over de artikels in Weliswaar op ons forum.  

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites

Wat verwachten ouders van hulpverlening in 'verontrustende situaties'?

Omdat ouders zich veel vragen stellen over de hulpverlening in verontrustende situaties, boog de reflectiegroep ouders van West-Vlaanderen en die van Oost-Vlaanderen zich vorig jaar over dit thema. Ze formuleerden hierover een advies. 
Ouders ervaren vaak de nood aan ondersteuning van henzelf in moeilijke opvoedingssituaties, ondersteuning bij de opvoeding van hun kinderen, maar ook bij het verwerken van de problemen. Een noodkreet van ouders is ook een hulpvraag en een kans om het gesprek aan te gaan. Beluister die hulpvraag en zoek samen naar een gepast hulpaanbod. Ouders zijn doorgaans deskundig om hun eigen leefsituatie en de hulp die ze denken nodig te hebben in te schatten.

Grijp als hulpverlener in op problemen die ouders zelf aanbrengen. Probeer de perspectieven van ouders en kinderen te verbinden, vertrekkend vanuit de krachten in het gezin en zijn omgeving. Focus hierbij niet alleen op de minderjarige. En kom tijdig tegemoet aan de vraag tot hulp die door ouders of minderjarigen gesteld wordt.

De kracht van dialoog en samen een weg afleggen

Tussen ‘verontrust zijn' en ‘ingrijpen omwille van maatschappelijke noodzaak', zit meestal nog een hele weg. De communicatie tussen ouders en hulpverleners is hierbij van cruciaal belang.

- Ben je als hulpverlener verontrust, benoem dit dan ten aanzien van de ouders. Leg samen met ouders, in rechtstreekse en constructieve dialoog, een weg af, vooraleer in te grijpen. Actief luisteren en bruikbare informatie geven spelen hierin een belangrijke rol. Vertrouwen zul je misschien niet snel krijgen, maar wees vooral betrouwbaar. Een participatieve basishouding is van primordiaal belang.

- Overloop alles nog eens met ouders, stap voor stap, zodat ze echt begrijpen wat er aan de hand is. Ouders ervaren dikwijls vooral onduidelijkheid. Probeer ouders duidelijk te maken wat van hen verwacht wordt vanuit de ‘maatschappij', aan welke ‘norm' ze moeten beantwoorden.

- Erken ouders in hun familiale rol, als moeder, vader, grootouder, gezinshoofd, ... Het is soms de enige rol die ze nog hebben.

- Wees je ervan bewust dat je in een context van angst en druk werkt. Ga deze niet uit de weg.

- Is de communicatie tussen hulpverleners en ouders moeilijk, overweeg dan een gesprek onder begeleiding van een neutrale voorzitter. Dat geeft aan alle partijen de gelegenheid hun standpunten toe te lichten en tot een afstemming te komen.

- Werken met een ervaringsdeskundige kan helpen om dit gesprek beter te laten verlopen.

- Ook het beleid heeft hier een taak. Hulpverleners vinden het soms moeilijk om dit gesprek aan te gaan. Ondersteun hen daarom in het voeren van deze dialoog met ouders.


Wie bepaalt of minderjarigen zich in een ‘verontrustende situatie' bevinden?


Deze inschatting is onmogelijk objectief te maken. De inschatting van een situatie is mede afhankelijk van subjectieve elementen. Het waarden- en normenstelsel van de persoon van de hulpverlener speelt een belangrijke rol. Zo wordt leven in armoede nog dikwijls beschouwd als een grote risicofactor voor het opgroeien van kinderen. Is dit terecht?

Ouders vragen het beleid om hulpverleners te ondersteunen bij het inschatten van situaties van verontrusting. Voor hulpverleners en hun teams kunnen richtlijnen uitgewerkt worden. Hierbij moet de dialoog met ouders en minderjarigen centraal staan. Eventueel kan er een intervisie georganiseerd worden zodat hulpverleners zich daarin sterker voelen.
Integrale Jeugdhulp stelt de ‘signaallijst verontrustende opvoedingssituaties' voor. Ouders vragen om dit instrument te herwerken tot een instrument dat kan gebruikt worden in de dialoog met ouders en minderjarigen over verontrusting. Ook zijn er kwaliteitseisen van cliëntbetrokkenheid bij nodig.

Als ingrijpen zich toch opdringt

Als de dialoog tussen ouders en hulpverleners stropt én als ingeschat wordt dat de situatie voor de minderjarige niet in orde is, moeten hulpverleners hun verantwoordelijkheid nemen en ingrijpen. Ze mogen niet bang zijn om met ouders te praten over de ‘ingreep' die ze willen doen. Ouders en minderjarigen moeten uitgebreid geïnformeerd worden: zeg altijd aan ouders waarom er ingegrepen wordt, en handel zorgvuldig.

De hulpverlener moet oog hebben voor alle gevoelens van angst, schuld en onzekerheid, zowel bij ouders als bij kinderen en hier zorgvuldig mee omgaan. Het is hét moment waarop de hulpverlener blijvend de hand naar de ouders moet uitsteken.

Zo'n ingreep kan er ook toe leiden dat ouders zich niet meer laten zien, zich niet meer bereikbaar opstellen voor hulpverleners. Andere ouders worden heel kwaad en willen geen contact meer. Ouders evolueren mettertijd in deze emoties en in hun kijk op de situatie. De hulpverlener moet in deze situaties oog en begrip hebben voor de beleving van ouders en voldoende stilstaan bij wat eronder zit. Hoe moeilijk het ook is, de hulpverlener moet blijven communiceren en bereid blijven om zijn mening te herzien. Het gaat om deze situatie nu, in de huidige omstandigheden. Deze situatie kan wijzigen.

De relatie ouders - kinderen blijft altijd van cruciaal belang. Als hulpverlener ga je uit van een sterke en meestal blijvende loyaliteit tussen ouders en kinderen. Stel alles in het werk om deze relatie te behouden en indien nodig te herstellen. Heb oog voor verbinding binnen het gezin.

Rechten van minderjarigen - rechten van ouders

In verontrustende situaties bepaalt de rechtspositie van minderjarigen heel sterk mee het proces. Ouders hebben soms nood aan een verduidelijking van de betekenis en impact van die rechten. Als hulpverlener bereidt je hen ook voor op de rechten die minderjarigen (vanaf een bepaalde leeftijd) hebben.
Ouders stellen zich ook vragen over hun eigen rechten. Daarom vragen ouders het beleid naar een verduidelijking van het statuut en de rechten van ouders in de jeugdhulp.

Maatschappelijke noodzaak - maatschappelijke verantwoordelijkheid

In het kader van Integrale Jeugdhulp wordt er gesproken over ‘maatschappelijke noodzaak'. Ouders stelden zich de vraag: ‘waar zit de maatschappelijke verantwoordelijkheid'? Elk individu is verantwoordelijk om zelf actief stappen te zetten om uit een moeilijke positie te komen. Maar de maatschappij is er dikwijls mee verantwoordelijk voor dat zaken fout lopen (armoede, weinig kansen, de manier waarop onze maatschappij naar sommige groepen kijkt en hen behandelt,...). In hoeverre grijpt de maatschappij en hulpverlening voldoende in zodat basisvoorwaarden voor (materieel) overleven zijn vervuld? Wanneer dit niet gebeurt, is dàt eerder verontrustend en ontsnapt de maatschappij aan zijn verantwoordelijkheid.
Ouders vragen dat hulpverleners dergelijke ervaringen van cliënten signaleren en op die manier mee wegen op het maatschappelijk debat over armoede, burgerrechten, .... 
Bovendien vinden ouders de term ‘maatschappelijke noodzaak' bedreigend. In situaties waarbij je als ouder zelf een nood tot hulp voelt, wordt er vanuit de maatschappij een element van ‘noodzakelijkheid' aan toegevoegd. De situatie wordt hierdoor nog sterker geladen.

Wat kunnen beleidsmakers doen?

- Ondersteun hulpverleners in het voeren van de dialoog met ouders. Bied bijvoorbeeld de (financiële) mogelijkheid tot vorming en intervisie.

- Werk richtlijnen uit voor hulpverleners en teams van hulpverleners voor het inschatten van verontrustende situaties. Stel hierbij de dialoog met ouders en minderjarigen centraal. Organiseer eventueel intervisie.

- Herwerk de ‘signaallijst verontrustende opvoedingssituaties' tot een instrument dat kan gebruikt worden in de dialoog met ouders en minderjarigen over verontrusting. Neem er kwaliteitseisen van cliëntbetrokkenheid in op.

- Werk aan een verduidelijking van het statuut en de rechten van ouders in de jeugdhulp.

- Zorg ervoor dat (materiële) randvoorwaarden vervuld zijn, zodat minderjarigen in een veilige omgeving kunnen opgroeien.

- Hanteer een andere term dan ‘maatschappelijke noodzaak'.

Een uitgebreidere versie van dit advies staat op de site van Integrale Jeugdhulp.

Geschreven door Liesbeth Van Braeckel op 18/03/10 in de categorieën Kinderen en jongeren en Gezin

Reacties

re: Wat verwachten ouders van hulpverlening in 'verontrustende situaties'?

De titel van het artikel vinden we misleidend. Er zou moeten staan: "Wat vinden hulpverleners hoe ouders zich zouden moeten gedragen". We willen er toch de aandacht op vestigen dat de vzw ROJ zich sterk verzet tegen het gebruik van de signaallijst. Eerder dan de ouders met een stigmatiserende checklist te confronteren, zou een afpuntlijst met eisen voor een kwalitatieve ouder- en jeugdhulp moeten gebruikt worden. Enkel een dienst die van de ouders minstens 'voldoende' haalt zou nog met ouders mogen 'onderhandelen' over hulp of bijstand.

Door Raad van Ouders van de Jeugdhulp vzw 20/03/10 (1 jaar geleden)

re: Wat verwachten ouders van hulpverlening in 'verontrustende situaties'?

Ik heb respect voor het standpunt van het ROJ. Daarnaast wil ik toch meegeven dat deze tekst, weliswaar in erg verkorte vorm, het standpunt weergeeft van de reflectiegroep ouders van West-Vlaanderen. In deze groep hebben ouders de belangrijkste stem. Ook zij hebben problemen met de signaallijst. Zij proberen hiervoor echter een alternatief te formuleren en doen daarbij tegelijk een oproep tot dialoog.

Door Jole Louwagie, Integrale Jeugdhulp West-Vlaanderen 25/03/10 (1 jaar geleden)

Reageer

(*)

(*) wordt niet getoond