Sterftecijfers baby's in 10 jaar nauwelijks gedaald
In 2007 stierven in het Vlaams Gewest 576 baby’s voor of tijdens hun geboorte of gedurende hun eerste levensjaar (op 67.282 geboortes). In 2008 stierven er 559 baby’s (op 69.633 geboortes). Het aantal zogenaamde ‘foeto-infantiele overlijdens’ in het Vlaamse Gewest schommelt daarmee rond 8,3 per 1.000 pasgeborenen. Dat sterftecijfer is de laatste 10 jaar licht gedaald. De belangrijkste doodsoorzaak blijft doodgeboorte door aandoeningen van de moeder of complicaties van de zwangerschap en bevalling. Eens een baby geboren is, blijken de eerste weken cruciaal: iets meer dan de helft van de kinderen die overlijden in hun eerste levensjaar, sterft in de eerste week na de geboorte.
Om de 2 jaar analyseert en publiceert het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid deze en andere cijfers over sterfte bij baby’s.
In tien jaar tijd is er weinig evolutie in de doodsoorzaken voor foeto-infantiele sterfte (i.e. voor of tijdens hun geboorte of gedurende hun eerste levensjaar). Ongeveer de helft van de totale foeto-infantiele sterfte is te wijten aan doodgeboorte. De belangrijkste oorzaak van die sterfte zijn bij zowel meisjes als jongens aandoeningen van de moeder en zwangerschapscomplicaties.
Sterfte tijdens de eerste week
Van alle levendgeboren baby’s die toch sterven in hun eerste levensjaar, sterft iets meer dan de helft in de eerste week na de geboorte (vroegneonatale sterfte) . Bijna twee derde van hen sterft op de dag van de geboorte (dag 0). Hoe meer dagen er verstrijken na de geboorte, hoe minder baby’s er sterven. De laatste 10 jaren daalde de vroegneonatale sterfte nauwelijks. Aangeboren afwijkingen zijn een belangrijke doodsoorzaak.
Invloed op de foeto-infantiele sterfte
Zowel zwangerschapsduur als geboortegewicht hebben een invloed op de kans dat een baby zijn eerste levensjaar overleeft. Vanaf 2,25 kilogram geboortegewicht overleeft 99% van de jongens. Bij meisjes is dat al vanaf 2 kg. En bij een geboorte na 38 weken zwangerschap overleeft 99,8% van de baby’s het eerste levensjaar.
Ook een aantal biologische en sociale kenmerken van de moeder blijken een rol te spelen. Het foeto-infantiele sterfterisico bij tienermoeders en bij moeders ouder dan 35 jaar ligt bijvoorbeeld hoger dan bij moeders tussen 20 en 34 jaar. De voorbije tien jaar is het aandeel moeders van 35 jaar of ouder toegenomen. Dat heeft deels te maken met de steeds hogere opleidingsgraad van de moeders.
> Alle foeto-infantiele sterftecijfers: www.zorg-en-gezondheid.be/ Cijfers/Sterftecijfers/Cijfers-over-sterfte-van-baby-s-(foeto-infantiele-sterfte)
Geschreven door Nico Krols op 15/07/11 in de categorie Welnu