Protocol van Moed: durven samen te werken tegen kindermishandeling
Het Protocol van Moed is een experimenteel pilootproject voor spreekrecht en casegebonden overleg bij situaties van kindermishandeling. Om kindermishandeling te bestrijden, moeten verschillende spelers die ermee in aanraking komen de mogelijkheden krijgen om samen te zoeken naar de beste aanpak in een individuele situatie. Het huidige kader met betrekking tot beroepsgeheim geeft aan dat er een spreekrecht is, maar bepaalt niet hoe, wanneer of welke informatie er precies moet worden gecommuniceerd aan de Procureur des Konings. In het Protocol van Moed werd door een aantal partners binnen het gerechtelijk arrondissement Antwerpen afspraken gemaakt om de grenzen van het beroepsgeheim af te tasten. Er werden werkmethoden afgesproken en er werd voorzien in casegebonden overlegmomenten inzake kindermishandeling.
Het Protocol van Moed bestaat onder andere uit een draaiboek waarin de verschillende mogelijkheden worden beschreven om informatie bij een situatie van kindermishandeling uit te wisselen tussen parket en politie enerzijds en hulpdiensten anderzijds. Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Het brengt professionele hulpverleners en magistraten samen aan tafel rond concrete gevallen van kindermishandeling. Zo een overleg zal ons leren hoe we de noodzakelijke interventies beter op elkaar kunnen afstemmen en of het delen van informatie het nemen van verantwoordelijkheid bevordert.”
Doorbreken van het beroepsgeheim blijft een verantwoordelijkheid van de hulpverlener, die voor de afweging om al dan niet een overleg aan te vragen, ondersteund wordt door het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg. Minister van Justitie, Annemie Turtelboom: “Met dit protocol kunnen we een brug slaan tussen justitie en hulpverleningsdiensten. Een gesprek tussen hulpverlening en parket kan, in veelal complexe of onduidelijke situaties, van wezenlijk belang zijn voor de bescherming van het kind in situaties (van vermoeden) van kindermishandeling. Voor het parket kan het een meerwaarde betekenen de mogelijkheden en de grenzen van hulpverlening af te tasten in concrete situaties.”
Het Protocol van Moed is een proefproject. Dat houdt ook in dat er de intentie is om het project op een wetenschappelijke en onafhankelijke wijze te evalueren. Het project kan indien nodig ook door de stuurgroep bijgestuurd worden. Daartoe wordt een registratiesysteem uitgewerkt en rapporten opgesteld. Eventuele positieve resultaten kunnen leiden tot een verbreding naar andere arrondissementen.
Grensverleggend en vernieuwend
Maandelijks worden overlegmomenten gepland waar zowel de hulpverlening als het parket dossiers kunnen aanmelden. Het kan gaan om situaties van kindermishandeling binnen het eigen gezin (intrafamiliaal) of daarbuiten (extrafamiliaal). In het proefproject ‘Protocol van Moed’ krijgen de hulpverleners en alle betrokken partners in de strijd tegen kindermishandeling handvatten om constructiever samen te werken. Door informatie uit te wisselen tussen de partners (hulpverlening, parket) en door sneller in overleg te gaan, kan beter worden ingeschat of een effectieve melding nodig is dan wel of het dossier naar de vrijwillige hulpverlening kan gaan of daar kan blijven, met kennis van alle informatie in het belang van het kind en het gezin.
Daarom wil men een aantal nieuwe mogelijkheden in de samenwerking politie-parket en hulpverlening tijdens het proefproject toetsen en vervolgens evalueren:
• Overlegmogelijkheden tussen parket/ hulpverlening voorafgaand aan een eventuele melding
• Informatie-uitwisseling tussen parket/Comité Bijzondere Jeugdzorg en Vertrouwenscentrum Kindermishandeling met het oog op een risico-inschatting
• Informatie-inwinning. In het kader van dit protocol worden hulpverleners uitgenodigd te antwoorden op de vraag van het parket of hulpverlening werd aangevat, wordt verder gezet of werd beëindigd
Deze mogelijkheden zijn vernieuwend en grensverleggend in die zin dat de betrokken partners binnen een vast afgesproken kader (draaiboek) en met de nodige zorg voor het belang en de veiligheid van het kind hier de grenzen van het beroepsgeheim aftasten.
Moedig en uitdagend
Het Protocol van Moed is een moedig en uitdagend project omdat de rechtstreekse ontmoeting en dialoog tussen hulpverlening en justitie niet vanzelfsprekend is. Alle partners durven zich hierbij kwetsbaar op te stellen. Ook de effectiviteit van het optreden van de ene en de andere worden hierbij op de proef gesteld.
> www.jeugdhulp.be, klikken naar regio Antwerpen/publicaties
Geschreven door Nico Krols op 19/01/12 in de categorieën Jeugdhulp en Beleid