Op zoek naar de echte Bo
"Eigenlijk is dit mìjn verleden, alleen zou ik - net als Bo - graag naar mijn mama bellen en weer naar huis gaan, maar dat kan niet meer. Bij mij is het over and out." Een van de meisjes van de gesloten instelling in Beernem herkent zich helemaal in Bo, het hoofdpersonage in de gelijknamige film van Hans Herbots. Samen met tientallen andere meisjes, een rits journalisten en Vlaams welzijnsminister Jo Vandeurzen, was ze gisteravond op de avant-première in de gesloten instelling.
Op deze avant-première geen rode loper en sterren - tenzij misschien de piepjonge filmster-in-wording Ella-June Henrard, die de titelrol voor haar rekening neemt. Vanavond zitten de journalisten wat onwennig rond te kijken naar de tientallen meisjes in de zaal. Zo'n instelling blijft toch een gesloten wereld waarover buiten vooral wilde verhalen de ronde doen. Maar voor één keer kijken deze meisjes gewoon mee naar de film. En dat brengt best wat emoties teweeg, van luid gelach bij de zin ‘You want to do blowjob', tot verlegen gegiechel tijdens de seksscènes zelf. Ook de ‘oh my gods' en ‘shits' weerklinken volmondig. Terwijl de pers zich stilletjes afvraagt waar de echte Bo's dan wel zitten. Maar hun verhalen horen we niet.
Na de vertoning verlaten de meisjes goedkeurend de zaal, hier en daar horen we zelfs dat de film beter is dan het boek - terwijl dat al zo'n voltreffer was. Kim, het enige meisje dat tijdens het aansluitende debat mag blijven, is toch behoorlijk sceptisch. "Ik vond de film best oké, maar niet zo realistisch. Zo worden er bij ons in de cel geen medicatie of codes gebruikt. En de begeleider was in de film ook liever dan hier (lacht). Maar het verhaal van Bo is wel herkenbaar, er zijn hier zeker meisjes met een gelijkaardig verleden." Patrick Defoor, directeur van deze gesloten instelling, begrijpt Kim wel. "Het is moeilijk om van binnenuit fictie te beoordelen. Maar ik vind dat de film toch de juiste sfeer weergeeft." Regisseur Hans Herbots benadrukt dat hij vooral de kwetsbaarheid van deze jongeren wilde tonen, iets wat je als buitenstaander weinig ziet. Ook criminoloog Johan Deklerck vindt vooral die kwetsbaarheid een realistisch gegeven. "Aanvankelijk begint het verhaal van Bo - zoals zo vaak - banaal: ze wil geld verdienen. Maar al snel wordt ze meegezogen in een ander verhaal. Jongeren zijn sowieso kwetsbaar, zeker in de puberteit, maar als ze dan niet voldoende steun krijgen, dan kan het snel mislopen."
Minister Vandeurzen, die het een ‘beklijvende' film vond, hoopt niet opnieuw te verzanden in het debat dat de laatste weken al regelmatig is gevoerd, over het tekort aan plaatsen in gesloten jeugdinstellingen, waardoor jonge boefjes meteen weer op straat belanden. "Uiteraard moet justitie zijn rol spelen en er zijn dus voldoende plaatsen in de gesloten opvang nodig, maar we willen vooral inzetten op preventie, zoals de samenwerking van CLB's en centra voor geestelijke gezondheidszorg, de opvoedingsondersteuning en het opvangen van signalen. De versterking van de gezinnen is van het grootste belang. Het is een EN-EN-verhaal!" Vandeurzen kaart ook aan dat er zich een probleem stelt bij de verschillende jeugdrechters: hun uitspraken verschillen te hard van elkaar. Patrick Defoor haakt daarbij aan: "In de toekomst moet er misschien een duidelijker tweesporenbeleid komen, waarbij er een apart aanbod komt voor de zogenaamde MOF- en POS-jongeren, enerzijds zij die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en anderzijds zij die in een problematische opvoedingssituatie verkeren." Hierop reageert professor Deklerck nogal scherp: "Waarom moet er zonodig een scheiding worden gemaakt tussen daders en slachtoffers? Volgens mij is dat een problematisch discours, waarbij de nadruk ligt op de veiligheid in de samenleving. Het zou beter zijn om niet zo stigmatiserend te werken, en het hele parcours van een jongere te bekijken. Slechts enkele witte raven zijn 100% dader of slachtoffer, bij de meeste is er eerder een 40/60-verhouding. De bedoeling is om de emotionele, materiële en existentiële kwetsuren van die jongeren aan te pakken, zodat ze uiteindelijk weer in vrijheid kunnen leven. Want daarom zijn ze uiteindelijk toch hier: omdat ze niet meer vrij kúnnen leven. Trouwens: Bo kon nog naar huis, maar de meeste meisjes hier hebben die mogelijkheid helemaal niet meer." Toekomstdromen - hoe onrealistisch ook - hebben de meisjes stuk voor stuk. Kim droomt glunderend hardop: "Achttien zijn, alleen wonen, en geen gezever meer."
Geschreven door Stefanie Van den Broeck op 10/02/10 in de categorieën Weliswaar, Jeugdhulp en Cultuur