Laat van je horen

Geef je mening over de artikels in Weliswaar op ons forum.  

AnySurfer, Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites

Meer investeringssubsidie en ruimere normen voor voorzieningen bijzondere jeugdbijstand

De Vlaamse regering heeft op voorstel van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin een voorontwerpbesluit goedgekeurd dat een aangepaste investeringssubsidie en gunstigere bouwnormen vooropstelt voor voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand. Het aantal subsidiabele vierkante meter wordt in de (semi)residentiële sector opgetrokken. Daarvoor is een verhoging van ongeveer 30 procent ingeschreven. Daarnaast wordt VIPA-subsidiëring mogelijk voor twee nieuwe zorgvormen in de bijzondere jeugdbijstand: de diensten herstelgerichte en constructieve afhandeling en de diensten crisishulp aan huis.

Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden aangelegenheden (VIPA) verleent in de welzijns- en de gezondheidssectoren investeringssubsidies en investeringswaarborgen aan initiatiefnemers met een VZW- of OCMW-statuut. De investeringen zijn bedoeld voor het oprichten, aankopen, verbouwen of uitbreiden van gebouwen en voor de aankoop van meubilair, uitrusting en apparatuur.
Voorgeschiedenis
De investeringssubsidies van het VIPA dekken in principe 60 % van de kostprijs. Ze maken het mogelijk dat voorzieningen betaalbaar zijn voor de gebruikers en tegelijk beantwoorden aan moderne eisen op het stuk van woon- en zorgcomfort.
Voor elke sector afzonderlijk legt een besluit van de Vlaamse Regering de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen vast. In het jargon spreken we over de VIPA-sectorbesluiten.
De sectoren, die een beroep kunnen doen op investeringssubsidies via het VIPA zijn:
1) de verzorgingsvoorzieningen (universitaire, algemene en psychiatrische ziekenhuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen en rust- en verzorgingstehuizen);
2) de ouderenvoorzieningen en de voorzieningen in de thuiszorg (rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen, dagverzorgingscentra, centra voor kortverblijf en lokale en regionale dienstencentra);
3) de voorzieningen voor preventieve en ambulante gezondheidszorg (centra voor geestelijke gezondheidszorg, wijkgezondheidscentra, aanloopadressen beschut wonen, consultatiebureaus voor respiratoire aandoeningen);
4) de voorzieningen voor algemeen welzijnswerk;
5) de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand;
6) de voorzieningen voor personen met een handicap;
7) de kinderdagopvang.

Sectorbesluiten niet afgestemd

Maar de sectorbesluiten zijn op dit ogenblik onderling niet afgestemd. Als gevolg daarvan kan de administratie de gelijkberechtiging van haar klanten niet op een éénvormige, heldere manier waarborgen. Dit is meteen de eerste aanleiding voor het herwerken van de sectorbesluiten.
De tweede aanleiding is dat de sectorbesluiten inhoudelijk verwijderd zijn geraakt van de realiteit op de werkvloer. Elk artikel moet getoetst worden aan de criteria ‘actueel', ‘bruikbaar', ‘duurzaam', ‘reëel' (eerder dan procedureel) en moet een minimale administratieve last veroorzaken.

'Alle spelers op het werkveld hebben meegewerkt aan de actualisering van de sectorbesluiten die nu de reële noden in rekening nemen. Door zijn kernopdracht van ‘toegankelijkheid' ook toe te passen op de eigen regelgeving, verbetert het VIPA zijn interne werking en verhoogt ze de klantvriendelijkheid', aldus de minister.

Geschreven door Liesbeth Van Braeckel op 07/05/10 in de categorieën Beleid en Jeugdhulp

Reageer

(*)

(*) wordt niet getoond