Leidraad voor regeling schadevergoeding voor personen met een handicap
(Dit is het uitgebreide artikel waarvan u een samenvatting kan lezen op pagina 12 van Weliswaar 90.)
Als iemand aan een ongeval, een beroepsziekte of een medische fout een handicap overhoudt, kan hij dankzij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) rekenen op een tussenkomst in afwachting van een schadevergoeding van de verzekeringsmaatschappij of het bevoegde fonds.
Snel centen ontvangen van de verzekering is niet vanzelfsprekend. Bij verkeersongevallen is het ook mogelijk dat er geen verzekeringsmaatschappij is om de benadeelde te vergoeden, omdat de tegenpartij niet verzekerd is of met de noorderzon verdwijnt. In dat geval komt het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds tussen om de benadeelde partij te vergoeden.
Jaren op uitkeringen moeten wachten is voor het slachtoffer in elk geval een lelijke streep door de rekening. Als er behoefte is aan hulp bij dagelijkse activiteiten, kan een Persoonlijke-assisentiebudget (PAB) soelaas brengen. En soms is begeleiding of opvang in ambulante of residentiële voorzieningen noodzakelijk, wat de rekening fiks kan doen oplopen.
Zolang de persoon met een handicap geen schadevergoeding heeft ontvangen van de verzekeringsmaatschappij, kan het VAPH de bijstandsvormen bekostigen en de uitgaven op grond van haar regelgeving later terugvorderen van de betrokken verzekeringsmaatschappij of het bevoegde fonds. Wettelijke subrogatie heet dat. Wanneer de persoon met een handicap definitief is vergoed door de verzekeringsmaatschappij of fonds, kan het VAPH geen tussenkomst verlenen voor de bijstand die reeds is vergoed. Hier geldt een cumulverbod. Voor het verschil tussen de vergoeding van het VAPH en de schadevergoeding van de verzekeringsmaatschappij kan de persoon met een handicap wel terecht bij het VAPH. De persoon met een handicap kan ook een beroep doen op het VAPH voor een tussenkomst voor de bijstand die niet werd vergoed door de verzekeringsmaatschappij. De tussenkomsten van het VAPH zijn dus aanvullend van aard.
Informatieplicht
Om een beroep te kunnen doen op het VAPH moet de persoon met een handicap zich inschrijven en een aanvraag indienen voor tegemoetkomingen voor de hierboven omschreven bijstandsvormen. Nadat het VAPH de aanvraag heeft goedgekeurd, zal het de voorziene bedragen betalen als het slachtoffer van de verzekeringsmaatschappij of het bevoegde fonds nog altijd niets heeft ontvangen. Als het slachtoffer wel al een schadevergoeding ontvangt, zal het VAPH enkel nog tussenkomsten verlenen voor bijstand die niet werd vergoed door de verzekeringsmaatschappij. De persoon met een handicap moet wel het nodige doen om van de verzekeringsmaatschappij een zo volledig mogelijke schadevergoeding te bekomen, waaronder een vergoeding voor de bijstandsvormen waarvoor het VAPH bevoegd is.
Om VAPH-voorschotten te kunnen ontvangen, heeft de persoon met een handicap een informatie- en coöperatieplicht tegenover het VAPH. Hij zal het VAPH niet alleen op de hoogte moeten houden van elke ontwikkeling in het schadedossier, maar zal zelf ook al het nodige moeten doen om zijn rechten op schadevergoeding te laten gelden. Zo is het belangrijk om in te gaan op het verzoek van de tegenpartij of de rechter tot een medisch onderzoek om de lichamelijke schade vast te stellen die het gevolg is van een ongeval, beroepsziekte of medische fout. Dit is zelfs een cruciaal moment in de schadeprocedure omdat het oordeel van de deskundige in de meeste gevallen bepalend is voor de vaststelling van de te vergoeden lichamelijke schade. In deze fase doet de raadsman van de persoon met een handicap er goed aan bijstandsvormen van het VAPH te laten opnemen in de deskundigenopdracht, zodat de deskundige zich kan uitspreken over de noodzakelijkheid hiervan. De deskundige antwoordt alleen op vragen die hem uitdrukkelijk worden voorgelegd. Als de deskundige oordeelt dat sommige bijstandsvormen niet vereist zijn, dan zal de verzekeringsmaatschappij die ook niet vergoeden. In dat geval kan het VAPH toch vergoedingen uitkeren aan de persoon met een handicap voor bijstandsvormen die niet zijn gedekt door de verzekeringsmaatschappij, met het oog op sociale integratie.
Betwistingen
Volgens Luc Dewilde, klachtenmanager van het VAPH, heeft de wettelijke subrogatie tot op heden geen aanleiding gegeven tot talrijke klachten. "Het is wel een nog vrij prille regeling", zegt Dewilde. "Wat meer voorkomt, zijn betwistingen van bedragen door de verzekeringsmaatschappijen.In de beheersovereenkomst 2008-2010 met het VAPH is sprake van een te onderhandelen overeenkomst met de verzekeringssector om tot een betere samenwerking te komen. Volgens De Wilde is er momenteel al een principeakkoord met Assuralia, de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen, dat eerstdaags zal worden ondertekend. "Na een ongeval onderhandelen slachtoffers vaak zelf met de verzekeringsmaatschappij en tekenen ze deals waarin te lage bedragen afgesproken zijn. Door de overeenkomst met Assuralia zal het VAPH sneller kunnen tussenkomen, zodat meteen een realistischer regeling wordt afgesloten." De overeenkomst zou een meldingsplicht inhouden voor de verzekeringsmaatschappijen van dossiers met zware lichamelijke schade veroorzaakt door een verantwoordelijke derde. Het VAPH zal ook directer betrokken worden bij de medische expertises, zodat het erover kan waken dat de deskundigenopdracht voldoende is geformuleerd. Het is een garantie voor vergoedingen die in overeenstemming zijn met de reële kost van de bijstandsvormen. Maar het blijft aangewezen om als slachtoffer zelf zo snel mogelijk het VAPH te contacteren.
Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
De bemiddelende rol van het VAPH bij het innen van een schadevergoeding is te weinig bekend. Daarom is er een nieuwe brochure uit. Het kernbegrip daarin is ‘wettelijke subrogatie'.
Intern spreekt het VAPH over de brochure ‘wettelijke subrogatie', maar op de kaft is het juristenjargon achterwege gelaten. Toch is de brochure met de titel Handicap door ongeval (beroepsziekte, medische fout...), De rol van het VAPH niet bedoeld voor wachtkamers. De publicatie is opgevat als een leidraad voor hulpverleners om de betrokkenen stapsgewijze uiteen te zetten hoe ze hun financiële situatie efficiënt kunnen regelen. De publicatie wordt dan ook verspreid via erkende Multidisciplinaire Teams (MDT's), waaronder de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB), erkende centra voor maatschappelijk werk, diensten voor geestelijke gezondheidszorg, en centra of diensten voor revalidatie.
Geschreven door Eric Bracke op 01/11/09 in de categorie Weliswaar