Ik was één van de G1000
'Weliswaar' stuurde Bianca De Wolf op 11.11.11 naar het burgerinitiatief van schrijver David Van Reybroeck. Eén telefoontje was genoeg om haar om te toveren van sceptische toeschouwer tot betrokken ambassadeur. Hier volgt haar - persoonlijke - verhaal.
Mijn actieve medewerking aan de G1000 begint eind oktober. Voordien heb ik het initiatief - zoals zovelen - vanop een afstand gevolgd in de media en op Facebook. Maar na een telefoontje van een vriendelijke dame van het professionele selectiebureau, door de organisatoren ingehuurd om de duizend deelnemers op basis van geslacht, taal, leeftijd en provincie at random te selecteren ga ik dus zelf aan politiek doen: een probleem uiteenrafelen, me informeren over de blinde vlekken in het beleid, discussiëren met andersdenkenden, naar oplossingen zoeken en verbetervoorstellen formuleren. Een politiek bewuste burger in me is ontwaakt. Door één telefoontje.
Ook de kansengroepen zijn paraat
De ochtend van 11 november lijkt het alsof ik naar een examen ga. Ik heb me de voorbije dagen geïnformeerd over het hoe en waarom van de G1000: ik las het manifest op de website, zocht hier en daar wat informatie op over de drie vooraf per e-mail aangekondigde discussiethema’s en volgde met hernieuwde aandacht de berichtgeving in de media. Ik leer dat de symbolische duizend het getal is dat gebruikt wordt bij opiniepeilingen en dat je hiermee de diversiteit van de samenleving goed kan weergeven.
Op de trein kom ik de eerste bekende tegen: Marie-Louise, een dame die als ervaringsdeskundige in de armoede gevraagd is om haar achterban te vertegenwoordigen. Ik heb inderdaad gelezen dat de G1000 tien procent van de deelnemers – moeilijk bereikbare groepen zoals laaggeschoolden, kansarmen, etnisch-culturele minderheden – gericht zou rekruteren via middenveldorganisaties. Marie-Louise vindt het belangrijk dat ook zi,j en met haar andere mensen in armoede, een stem krijgen in het debat. Immers nog te vaak wordt er over hun armoedesituatie gesproken in plaats van met hen.
Wanneer we de mensenstroom uit het station volgen, zien we om de tien meter een medewerker van de G1000 staan. Ze zijn herkenbaar aan hun blauwe hesje. Ze leiden ons vriendelijk in de twee, enkelen in de drie, landstalen naar de gesponsorde witte busjes die ons naar het congrescentrum brengen. In Tour&Taxis heerst één al en al bedrijvigheid. Vrijwilligers kruisen mijn naam aan op de aanwezigheidslijst en ik krijg een papiertje in de handen gedrukt met nummer 6 op: mijn tafelnummer. En ondertussen flitsen tientallen fototoestellen en registreren evenveel camera’s de bedrijvigheid. Ik voel me belangrijk.
Tafel nummer 6: België in het klein
Wanneer ik de grote open ruimte binnenstap, zie ik tientallen feestelijk gedekte ronde tafels. En veel mensen die ertussen laveren. Aan één kant van de zaal staat een laag podium opgesteld met een spreekgestoelte en drie grote projectieschermen. Hier gaat het vandaag gebeuren.
Tafel 6 is al goed gevuld: ik ontwaar twee mensen met het blauwe vrijwilligershesje en zeven ‘gewone’ mensen. De hesjesmensen blijken onze ‘tafelfacilitator’ te zijn, die het gesprek in goede banen zullen leiden, en onze persoonlijke tolk. We zullen uiteindelijk met z’n achten zijn in plaats van de voorziene tien deelnemers per tafel. Op het einde van de dag zal blijken dat een kleine 300 mensen hun kat hebben gestuurd en dat het een G704 is geweest.
Maar met z’n achten vormen we een doorsnede van België: een vrouwelijke leerkracht van midden twintig uit de buurt van Bouillon, een Brusselse poetsvrouw met Italiaanse roots van ongeveer 55, een gepensioneerde federale ambtenaar uit Chimay, een tweetalige dame van eind de veertig die deeltijds werkt en in één van de faciliteitengemeenten rond Brussel woont, een hippe moslima met Genkse tongval die in de integratiesector actief is en die ik eind de twintig schat, een veertiger uit de Rupelstreek die zijn brood verdient als leerkracht Engels, een zelfstandige interieurarchitecte van rond de dertig uit Kortrijk en een veertigjarige freelancer uit Antwerpen. De groep is compleet. Het werk kan beginnen.
Inleiding door experts
De oer-initiatiefnemer van de G1000, schrijver David van Reybroeck, beklimt het spreekgestoelte en heet ons welkom. Hij is zichtbaar aangedaan door de bijna volle zaal. Op het einde van de dag zullen er bij hem tranen vloeien wanneer hij een staande ovatie krijgt. Maar zover zijn we nog lang niet. Eerst moet er gewerkt worden. Hoorngeschal kondigt de start van een lange werkdag aan.
De drie onderwerpen van vandaag – de sociale zekerheid, onze welvaart in tijden van crisis en het migratiebeleid in België – zijn de voorbije weken bepaald door dé burger in een onlinebevraging . Op het centraal podium wordt elk van de drie onderwerpen aangekondigd en toegelicht door twee experten, een Nederlandstalige en een Franstalige. Op het einde van de dag hebben we zes proffen achter de kiezen, de ene al wat aardser in zijn of haar taal dan de andere. Vervolgens gaan de deelnemers aan de tafels aan het beraadslagen: door middel van een – voor elk thema een andere – participatieve methodiek wordt het thema ontrafeld en bediscussieerd. Onze facilitator zorgt ervoor dat iedereen aan het woord komt. De sfeer aan onze tafel is beleefd en constructief. Iedereen luistert aandachtig zonder te onderbreken, wacht de vertaling af vooraleer te reageren en vragen te stellen. En ook al is het niet de bedoeling dat we naar consensus streven, toch worden er soms verbetervoorstellen gedaan die de meerderheid aan de tafel kunnen bekoren.
Eens over het oneens zijn
Toch valt het op dat de reacties op thema’s die veraf staan van de eigen situatie nogal hard en traditioneel ‘rechts’ zijn. Voor thema’s als werkloosheid en integratie merk ik weinig empathie. Tot een moeder wordt geconfronteerd met het feit dat haar dochter, die vorig schooljaar afstudeerde als master en die sindsdien uitkijkt naar een passende baan, een tijdelijke job onder haar diploma kan aannemen om de werkloosheid te ontlopen. Voordien heeft de moeder het voorstel gedaan om werklozen die een uitkering ontvangen te verplichten tot burgerdienst. Maar had ze toen ook haar dochter voor ogen? Net zo gaat het eraan toe als het thema migratie op tafel ligt. Het woord integratie wordt nogal vaak in de mond genomen. Maar er zijn vele vormen van integratie: voor de ene betekent het assimilatie, de ander is al blij met een poging om (één van) de landstalen machtig te zijn, een derde vindt dat migranten dezelfde plichten moeten hebben als andere Belgen. Over de rechten wordt er in eerste instantie niet gesproken.
Over pensioenen, kinderbijslag en gezondheidszorg worden meer genuanceerde verbetervoorstellen gedaan. En ook de thema’s die besproken worden bij het onderwerp ‘welvaart in tijden van crisis’, worden met meer finesse ontleed dan werkloosheid en migratie: de banken krijgen het zwaar te verduren, de winsten op beursspeculatie moeten eraan geloven en de vennootschappen worden ook niet met rust gelaten.
We mogen het oneens zijn en blijven. De tafelfacilitator brengt na vijftig minuten de tafelsuggesties samen in een document die naar de centrale desk gaat. Aan die centrale desk zitten experten achter computers om alle suggesties te verwerken en te clusteren tot concretere voorstellen. Die voorstellen worden vervolgens geprojecteerd op een scherm. Hierna mogen we via een stemkastje aangeven welke voorstellen we het belangrijkste vinden. Op het eind van de dag blijkt dat we zo een zicht krijgen op wat er leeft bij de deelnemers en wat hun gedeelde prioriteiten zijn. Ondertussen blijkt ook dat de 704 deelnemers in Brussel versterking hebben gekregen van een paar honderd deelnemers aan de G-OFF en de G-Home. De G-OFF’s zijn plaatselijke initiatieven van vijf tot honderd deelnemers per plek die via livestreaming de uitleg van de experten volgen en vervolgens tot overleg overgaan. De G-HOME zijn individuen die online in debat gaan met anderen over de thema’s van de G1000. En zo wordt het alsnog een G1000. Minimaal.
Democratie vernieuwen en verbreden
Als de drie vooropgestelde thema’s achter de rug zijn, mag elke tafel nog een vierde thema, uit een lijst van tien, kiezen. Onze tafel kiest het thema ‘Hoe kunnen we de democratie vernieuwen en verbreden’. Verkiezingen blijven de spil van onze Belgische democratie, maar er wordt geopperd dat politici ook in de periode tussen twee verkiezingen meer de vinger aan de pols moeten houden van de burgers die ze vertegenwoordigen. Daarom willen de meesten initiatieven als de G1000 herhaald zien, en liefst als een permanente en niet vrijblijvende actie. Ook wordt het voorstel gedaan om kinderen van kleinsaf bewust te maken van hun burgerschapsplicht door middel van een vak op school. Als ik opper dat participatie aan het beleid ook in de thuissituatie geoefend kan worden, word ik door een paar tafelgenoten een beetje meewarig bekeken.
Moe maar voldaan
En dan is het 19.30 uur. We hebben er een werkdag van tien uur opzitten. Sommige deelnemers, zoals onze gepensioneerde uit Chimay, zijn al van deze ochtend vier uur in de weer. Maar de sfeer wordt er ingehouden door de vlotte praatjes van de twee gastheren op het podium. Ze vragen ons de dag te evalueren door te blijven zitten (negatief), recht te staan (eerder positief) of de handen in de lucht te steken (als je uiterst positief bent). Bij de vraag of initiatieven als de G1000 voor herhaling vatbaar zijn, veert de meerderheid van de aanwezigen op, luid applaudisserend en joelend. Dat is duidelijk. Ik hoop van harte dat de aanwezige toeschouwers uit het middenveld en de voorzitters van de zeven parlementen die België rijk is, hetzelfde denken.
Ik voel me vandaag, samen met die andere honderden mensen, gehoord en gerespecteerd. En ik hoop van harte dat de politieke wereld dit gevoel kan bestendigen. En dat het langer meegaat dan de volgende stembusgang.
Geschreven door Bianca De Wolf op 14/11/11 in de categorie Conferentieel
Reacties
Merkwaardig toch ! Er is sprake van kansengroepen in dit artikel. Goed zo denk ik dan ... want meestal sneeuwen hun meningen onder in het spel van meerderheid en minderheid. En toch is er één groep uit het zicht verdwenen ... personen met een handicap en chronische ziekte vormen 15 % (volgens sommigen 10 %) van de ganse Belgische bevolking ... blijkbaar nog steeds onzichtbaar, maar zo gaan we er niet uit geraken denk ik. Zichtbaarheid organiseer je (en als ik kan tellen : 10 % = 100 personen met een handicap of chronische ziekte op 1000) maar die waren er blijkbaar niet ? Misschien voor de volgende keer ?
Door Jos Wouters 15/11/11 (6 maanden geleden)
Beste Jos,
Goed om te weten: ik heb toch minstens 2 mensen in een rolwagen gezien. En evenveel met een wandelstok...
Chronisch zieken herken je - gelukkig maar - niet altijd aan het uiterlijk.
Maar ik weet inderdaad niet of de G1000 expliciet (via middenveldorganisaties) ook die doelgroepen hebben uitgenodigd. Maar ik ga ervan uit dat wanneer men 'doordeweekse Belgen' belt, er ook mensen met een handicap of chronisch zieken bij zijn. Zoals de ervaringsdeskundige die ik vernoemde... Natuurlijk besliste iedereen zelf of ze al dan niet deelnamen aan de G1000.
Door Bianca De Wolf 15/11/11 (6 maanden geleden)
Bedankt voor je reactie ! Ik was in mijn reactie nog één argument vergeten ... voor mensen met een handicap en chronische ziekte is het niet evident om ja te zeggen op zo'n uitnodiging ... was er gedacht aan redelijke aanpassingen ? Meestal worden dit soort fora met de beste bedoelingen georganiseerd maar maken praktische bezwaren deelname van personen met een handicap en chronische ziekte de zaak gewoon moeilijk of onmogelijk. Gelukkig zagen enkelen het zitten om te komen, maar daarmee is natuurlijk niet bekend hoeveel er neen hebben gezegd op de uitnodiging, want daarin herken je een aangepaste organisatie ... in de aandacht voor toegankelijkheid voor iedereen (en dus ook personen met een handicap en chronische ziekte)
Door Jos Wouters 16/11/11 (6 maanden geleden)